Een nieuwe procedure in plaats van het huidige strafrecht

Een vernieuwde rechtspleging,

wie beweegt mee?

Verkeersongevallen met dodelijke afloop, voor mensen in de omgeving zijn het schokkende gebeurtenissen die vragen om de grootst mogelijke zorgvuldigheid. Weten we zeker dat onze samenleving in dit soort situaties het beste biedt aan de mensen om wie het gaat? In het discussiestuk Het ergste hanteerbaar: ruimte voor menselijk strafrecht exploreert HiiL hoe het strafrecht eruit zou kunnen zien als we alle huidige mogelijkheden benutten. Voor schulddelicten ontwikkelde HiiL samen met experts een prototype van een viertafelprocedure.

innovatie

Door Maurits Barendrecht en Tim Verheij
Foto’s: Tamar Rubinstein

In verkeerszaken met ernstige gevolgen ervaren slachtoffer, dader en familie geen genoegdoening bij een celstraf. Over de duur van de straf ontstaat verontwaardiging. De maatschappij worstelt hiermee. Rechters krijgen er buikpijn van. Ook buiten deze zaken is het systeem van aangifte, verdenking, dagvaarding, zitting en vonnis vaak een keurslijf, waarbinnen alleen met veel kunst en vliegwerk goede resultaten kunnen worden bereikt. Denk aan familiedrama’s, terugkerende veelplegers en complexe criminele netwerken.


Maar hoe vernieuwing vorm te geven? Wat we vaak zien gebeuren, is dat vernieuwing aan het bestaande gejuridiseerde proces wordt geplakt. Mediation is daar een voorbeeld van. Voor volledige verwezenlijking van maatschappelijke doelen als preventie, herstel, gezamenlijke normbevestiging en vergelding, is meer ruimte nodig dan binnen het strafproces mogelijk lijkt te zijn. Juist specialisten in conflicthantering kunnen het voortouw nemen bij het ontwikkelen van nieuwe vormen van rechtspleging die geleidelijk het keurslijf van het aloude procesrecht ontstijgen.


Een breed gedeelde ambitie

Een strafrechtspleging die meer aansluit bij wat mensen nodig hebben, hoe krijgen we dat voor elkaar? Met deze vraag als rode draad zijn we in gesprek geraakt en onderzoek gaan doen. We keken niet naar het huidige systeem, maar vroegen ons af wie met welke kennis en motivatie een bijdrage zou kunnen leveren. Beleidsjuristen, advocaten, rechters, officieren, mediators, therapeuten, journalisten, vrienden en familieleden staan klaar. Maar ook ontwerpers (denk aan user-centered design en design thinking) en ontwikkelaars kunnen de strafrechtspleging versterken. Net als social-impact investeerders, psychologen, criminologen, victimologen, onderzoekers, acccountants, IT-developers, belangenorganisaties en charitatieve instellingen.


De ambitie leeft breed: het regeerakkoord 2017 en de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid 2019 geven daar invulling aan.1 Regering en juristen in de frontlinie streven naar een maatschappelijk effectieve rechtspraak, meer probleem­oplossing, meer ruimte voor mediation, meer herstelrecht, meer innovatie en minder procedures die situaties op de spits drijven. In ons HiiL-rapport Het ergste hanteerbaar: ruimte voor menselijk strafrecht kijken we samen met de experts hoe deze verlangens en ambities naar de strafrechtspleging vertaald kunnen worden.2


Er is veel bekend over wat ‘werkt’ voor mensen en de technologie is aanwezig. Veel professionals in de conflicthantering, binnen en buiten de juridische rollen, gaan in aanzet al evidence-based te werk. Met alle vernieuwing van rollen die dat oplevert. Om dat te stimuleren, zou het huidige systeem van de strafrechtspleging zich nog veel verder kunnen openen. Het rapport Het ergste hanteerbaar: ruimte voor menselijk strafrecht laat acht openingen zien.

Juristen leren op de universiteit bijna alleen maar wat strafbaar is en hoe het proces van strafvordering verloopt

De acht openingen

1. Van delict naar problemen en behoeften

Als er een beter beeld is wat criminaliteit eigenlijk is, zou dat dan niet helpen om te bepalen waar middelen moeten worden ingezet? Juristen leren op de universiteit wat strafbaar is en hoe het proces van strafvordering verloopt. Mensen en hun interactie komen niet voor in het curriculum. Hoe zou het strafrecht zich verder ontwikkelen als de jurist de meest voorkomende strafbare feiten en de menselijke behoeften daarbij tot uitgangspunt zou leren nemen? Naar de behoeften van slacht­offers en daders is veel onderzoek gedaan de afgelopen decennia. We zouden ook meer kunnen delen welke behoeften verdachten hebben en hoe het gaat met familie en de bredere omgeving.


2. Van gesloten aangifte naar open intake

In het huidige systeem is de politie de voornaamste plek voor een intake. De meeste aandacht van de politie gaat naar bewijsbaarheid en strafbaarheid. Melders blijven lang zitten met hun probleem. Hoe zou een intake gebeuren als die vrijelijk en innovatief ontwikkeld zou kunnen worden? De melder zou dan een intake krijgen waarin behoeften nauwkeurig worden uitgevraagd en worden vervuld. Specifieke zorgen en behoeften komen aan de orde. Dat zou kunnen voorkomen dat iedere dader of slachtoffer steeds weer opnieuw zijn verhaal moet doen, en dat elke professional steeds een net iets ander verhaal te horen krijgt.


3. Van afdoening naar behandeling

In het ZSM-systeem bijvoorbeeld zit een interdisciplinair team dat klaarstaat om te bepalen wat er moet gebeuren met aangehouden verdachten.3 Politie, slachtofferhulp, reclassering en de officier van justitie zitten hier om tafel. Een beslissing valt waarbij de verdachte betaalt, blijft zitten en/of een dagvaarding krijgt. Dat is de afdoening. Wat als deze interdisciplinaire werkwijze verder ontwikkeld zou worden? Er zou bijvoorbeeld een gesprek kunnen plaatsvinden over een gezamenlijke diagnose richting de beste aanpak, waarbij ook de advocaat, rechter en omgeving invoegen. Nu krijgt de verdachte een dagvaarding mee, een moeilijk te begrijpen stuk. Vervolgens staat de procedure in het teken van debat tussen professionals volgens strikte formats. Het is voor direct betrokkenen en de maatschappij moeilijk te volgen. Hoe zou een open, toegankelijk onderzoek er dan uitzien? Innovaties in de strafrechtspleging zoals problemsolving courts wijzen in de richting van een meer open dialoog, gericht op afstemming en afspraken, niet op een vonnis dat van bovenaf wordt opgelegd.4 Het is meestal een dialoog in fasen, waarin er ook tijd is voor reflectie en verder testen van de hypothese. Een dialoog die niet alleen is gericht op waarheid, maar ook op visies, emoties en beleving. Gericht op wat er in de toekomst moet gebeuren.


4. Van doordrukken naar innovatieve routes

In de strafrechtspleging wordt hard gewerkt aan meer zinvolle interventies. Maar politici, politie, officieren van justitie, advocaten, reclassering en gevangenissen lopen dagelijks aan tegen de grenzen van het systeem van strafvordering. De samenleving bergt veel kennis over hoe te innoveren. De medische sector en de hulpverlening hebben bijvoorbeeld veel ervaring hoe de resultaten van universitair onderzoek, klinische trials en best practices met elkaar te verbinden. Behandelrichtlijnen zijn een van de belangrijkste middelen van kennisoverdracht en kwaliteitsborging geworden. De kennis vanuit de gehele wereld wordt daarin benut. Vergelijk dat eens met het vernieuwingsproces via de Hoge Raad, de kamermotie en de nieuwe wetsbepaling. Is het wel verantwoord dat we op die manier tot zulke ingrijpende interventies in mensenlevens komen?

In het viertafelmodel werken de direct betrokken mensen samen, geholpen door experts, professionals, familie, vrienden en bredere omgeving

5. Van strenger straffen naar publieke betrokkenheid

Onderzoeken naar hoe ‘punitief’ mensen denken en hoe dat samenhangt met emoties als angst en boosheid, laat zien dat er veel meer omgaat in mensen dan een simpele voorkeur voor meer of minder straf. Volgens Amerikaans onderzoek denken burgers eerder in termen van preventie en behandeling als zij meer open vragen krijgen voorgelegd.5 Burgers en experts zouden meer bij het strafrecht kunnen worden betrokken. Nederland is een van de weinige landen ter wereld waar de rechtspraak geheel in handen is van professionele rechters, die allemaal jurist zijn. In Nederlandse rechtbanken zitten geen psychologen of andere experts. Politie, reclassering, psychiatrie, slachtofferhulp en jeugdzorg zijn schakels in het proces, waarvan de regie vrijwel exclusief in handen is van juristen. Dat maakt het juridische perspectief van passen in de normen dominant, waarbij ‘wat goed werkt voor de mensen’ op de achtergrond kan raken.


6. Van straf naar verantwoording op alle doelen

De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in het verbeteren van de motivering van de bewijsvoering en de strafmaat. De uitkomst van het strafproces blijft primair een vrijspraak of een schuldigverklaring met daaraan verbonden een straf. Voor juristen ligt er veel focus op de kwalificatie als een bepaald delict. Vaak gaat het daarbij om gradaties van betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Wat zou er gebeuren als de verantwoording aan het einde van het strafproces meer open en meer compleet zou zijn? De verantwoording zou gericht kunnen worden op het effectief bereiken van alle maatschappelijke doelen.


7. Van organisatiehiërarchie naar adaptieve samenwerking

De strafrechtspleging is georganiseerd door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Vanuit dat departement worden alle systemen gedraaid. Een centralistischer systeem is nauwelijks denkbaar. Voor publiek-private samenwerking met partijen buiten het systeem is geen tijd en bestaat er geen format. Het systeem is ingericht op complete ministeriële verantwoordelijkheid. Hoe zou de wijze van leidinggeven eruit zien als het departement ‘open’ zou kunnen gaan? De adviezen zouden waarschijnlijk zijn dat de strafrechtspleging staat voor een grote uitdaging en dat de manier van leiding­geven daarbij moet gaan passen. Daar is verandering voor nodig. In de literatuur over dit soort verandering maakt men onderscheid tussen adaptive change en technical change.6 Bij technical change is het de expert die de verandering bedenkt en het leiderschap dat deze vervolgens implementeert. Bij adaptive change is de collectieve intelligentie van een hele organisatie of heel systeem vereist.


8. Van aantallen producten naar monitoren van uitkomsten

Nu telt de jaarlijkse monitor Criminaliteit en rechtshandhaving de producten van politie, OM, rechtbanken en gevangeniswezen.7 Hoe zou deze jaarlijkse verantwoording eruit zien als we de allerbeste evaluatie- en meetmethoden zouden mogen ontwikkelen en inzetten? Als big data ter beschikking zouden komen en ­onderzoekscapaciteit op de universiteiten en rond de justitie-instellingen verder ontwikkeld zouden worden? Dan zouden we mogelijk een verantwoording krijgen die meer gericht is op de effectiviteit van het systeem in relatie tot de doelen: preventie, herstel en genoegdoening bij slachtoffers, normbevestiging, rechtvaardigheid, herstel van maatschappelijke verhoudingen en terugkeer in de maatschappij van daders. Want we zouden echt willen weten wat de rechtspleging bijdraagt aan het welzijn van de Nederlandse burger.

Er is een grotere beweging nodig en mogelijk. Mediators en andere specialisten op conflicthantering kunnen daar een sleutelrol in vervullen

Het viertafelmodel

Als we de ruimte krijgen om deze openingen te benutten, dan komen we tot vernieuwde routes die meer aansluiten op de behoeften van mensen. Samen met experts hebben we een prototype voor verkeerszaken met ernstige gevolgen ontwikkeld: het viertafelmodel.

Het viertafelmodel schetst een procedure in vier fasen: vier tafels waaraan de direct betrokken mensen samenwerken, geholpen door experts, professionals, familie, vrienden en bredere omgeving. Aan een waarheidstafel wordt achterhaald wat er is gebeurd en hoe ieder dit heeft beleefd. De politie, forensisch onderzoekers, getuigen en de partijen zelf kunnen daaraan een bijdrage leveren. Uiteindelijk wordt een map of facts geleverd: een kaart van wat duidelijk is geworden en van de mogelijke scenario’s, als er verschillende versies mogelijk zijn.

Rond de hersteltafel zitten de betrokkenen samen om alles te doen wat nodig is om het gebeurde te verwerken, om weer verder te kunnen met hun leven. Hier kan gesprek plaatsvinden tussen de bestuurder van het voertuig en nabestaanden van het slachtoffer. Het kan hier gaan om begrip, contact, excuus of compensatie. Nabestaanden krijgen begeleiding en hulp naar behoefte. Ook de bestuurder wordt geholpen: om te begrijpen en te voelen wat er gebeurd is. Om verder te kunnen na bezinning of straf. Familieleden en vrienden zijn beide partijen tot steun.

Aan de verantwoordingstafel nemen de bij het voorval betrokkenen hun verantwoordelijkheid. Geholpen door de rechter, die eventueel een beslissing kan nemen over wie welke verantwoordelijkheid draagt en wat daar de gevolgen van moeten zijn. Aan de partijen, aan de media, en aan de samenleving wordt verantwoording afgelegd over wat er is gebeurd, wie verantwoordelijk is en in welke mate, hoe herstel heeft plaatsgevonden en nog gaat gebeuren, welke lessen er zijn geleerd, wat er gedaan is om herhaling te voorkomen, welke beschermende maatregelen genomen zijn (want soms blijven mensen gevaarlijk gedrag vertonen) en welke vergelding nog nodig was. In het ‘vonnis’ spreekt de rechter al dit recht, is het idee. En laat zien dat en hoe rechtvaardigheid wordt gerealiseerd, in relatie tot alle maatschappelijke doelen van het strafrecht.


Ten slotte is er de nazorgtafel, waar na verloop van tijd wordt bekeken hoe ieder er voor staat, wat er nog moet gebeuren en hoe rechtvaardig ieder de uitkomsten vindt. Bijsturing en evaluatie staan hier centraal, waardoor een volgende ‘zaak’ nog beter kan worden behandeld. Ook kan hier aan de orde komen hoe en wanneer de gestrafte weer in de maatschappij kan terugkeren.

Het viertafelmodel is geen compleet doordacht ontwerp, maar een eerste prototype. Hoe goed zou dit kunnen werken, als een procedure met deze serie tafels echt in ontwikkeling wordt genomen? Als dit ondersteund zou worden door de beste gesprekstechnieken, slimme software en duidelijke, resultaatgerichte spelregels? Stap voor stap ontwikkeld, in steeds nieuwe versies, die steeds beter worden? Met alle betrokkenen in de goede rollen?


Een fundamenteel ander systeem

Een dergelijk prototype opent de ogen voor wat mogelijk is als we het keurslijf van de huidige procedures durven te verlaten. Nieuwe procedures ontstaan, die zich meer richten op onderling begrip, overeenkomst, passende interventies en bescherming, en minder op oordelen over schuld en sancties. Want dat lijkt beter aan te sluiten op de behoeften van burgers, zoals uitgewerkt in het discussiestuk. Daarbij ontstaan nieuwe rollen en krijgen bestaande rollen een nieuwe inhoud, gebaseerd op wat werkt. Dat systeem is minder gesloten, meer open en meer van iedereen, in plaats van een onderling juristenproces.

Hier is een doorbraak voor nodig. Maar hoe die te realiseren? In de gesprekken die we hebben gevoerd, klinkt vaak door dat het juridische systeem een gegeven is. Het geloof in grote wetgevings- en IT-projecten is weg. De rechtspleging is doortrokken van stapsgewijze verandering. Denk aan kleine wetswijzigingen, arresten die woorden net een iets andere betekenis geven of lokale pilots.


Er is een grotere beweging nodig en mogelijk. Mediators en andere specialisten op conflicthantering kunnen daar een sleutelrol in vervullen. Ze kunnen de beweging in gang zetten en accelereren. Hun toegevoegde waarde kan bijvoorbeeld zijn dat zij als doel hebben eerlijke oplossingen te bereiken, daar een breed scala van interventies voor inzetten en continu zoeken naar wat goed werkt in welke situaties. Het huidige systeem maakt het moeilijk om deze toegevoegde waarde volledig te benutten.

Zo kan de rechtspleging vernieuwen. Om te zorgen dat burgers rechtvaardige en neutrale oplossingen krijgen die goed werken en aansluiten bij de behoeften. Andere grote systemen zoals de zorg en de energiesector zijn al door flinke transities gegaan. De (straf)rechtspleging is niet minder essentieel voor ons bestaan.


Het beste in ons naar boven halen

Het omgaan met de ergste gebeurtenissen, zou het beste uit mensen naar boven moeten brengen. Met ruimte voor nieuwe rollen voor juristen en andere professionals, gebaseerd op ‘wat werkt’. Dat is een grote stap, die ruimte moet maken voor nieuwe partnerships. Deze beweging kan worden gemaakt, want de ambitie van een meer oplossingsgerichte en maatschappelijk relevante rechtspleging staat hoog op de agenda. Beweegt u mee?8

Noten

  1. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, Regeerakkoord 2017-2021. Vertrouwen in de toekomst en ministerie van Justitie en Veiligheid, Rijksbegroting 2019. Van ons allemaal, voor ons allemaal.
  2. Maurits Barendrecht en Tim Verheij, Het ergste hanteerbaar: ruimte voor menselijk strafrecht, Den Haag: HiiL 2018.
  3. ZSM staat voor zorgvuldig, snel en op maat met betrekking tot het afdoeningstraject en is de werkwijze van het Openbaar Ministerie.
  4. Zie www.courtinnovation.org > Areas of focus > Problem-Solving Justice.
  5. Andreas Armborst, ‘How fear of crime affects punitive attitudes’, European Journal on Criminal Policy and Research 2017, nr. 3.
  6. Ronald A. Heifetz & Donald L. Laurie, ‘The Work of Leadership’, Harvard Business Review 1997, nr. 1.
  7. Zie bijvoorbeeld S.N. Kalidien (red.), Criminaliteit en rechtshandhaving 2016. Ontwikkelingen en samenhangen, Cahier 2017-12, Den Haag: WODC 2016.
  8. HiiL organiseert maandelijks sessies met belangstellenden en experts uit de rechtspleging. Geïnteresseerden zijn van harte welkom (er wordt momenteel een website opgezet, voor meer informatie en aanmelding: tim.verheij@hiil.org).

Maurits Barendrecht en Tim Verheij zijn verbonden aan The Hague Institute for Innovation of Law (HiiL).