Aik Kramer is bemiddelaar in Hillegom

Een nieuwe samenwerking tussen overheid en burger

Aik Kramer is beleidsbemiddelaar in de gemeente Hillegom. Een groep bewoners maakte zich sterk voor de herinrichting van voormalig schoolterrein als park, en krijgt nu een grote rol in de inrichting en het beheer van die ruimte. Kramer hielp de gemeente en de bewoners tot goede afspraken te komen.

interview

Door Henneke Brink
Foto Aik Kramer: Jurriaan Hoefsmit
Foto Julianapark: Ernie Heij

De burgers en gemeente in Hillegom hebben een bijzonder plan. Hoe is dat ontstaan?

In een woonwijk van Hillegom stond een school. Die werd afgebroken, en bij een groep bewoners ontstond toen het idee dat terrein in te richten als een park. Zij presenteerden dat plan aan de gemeente, en die vond het een mooi idee. Zij hadden zelf nog niet nagedacht over wat er nu moest komen. Het initiatief kwam echt van de bewoners.


En hoe raakte u betrokken?

De wethouder had het idee om een onafhankelijke procesbegeleider te betrekken bij de onderhandelingen met de gemeente. De bewoners hebben mij toen voorgesteld als beleidsbemiddelaar, en de gemeente heeft mij ingehuurd. Ik ben dus echt uitgekozen door zowel de bewoners als de gemeente. Dat was een goede start. Als je wordt voorgesteld door de gemeente, dan loop je het risico te worden gezien als iemand die eigenlijk de gemeentelijke belangen voorstaat. Daar heb ik gelukkig niet over in hoeven zitten.


Wat voor taak kreeg u mee, en hoe heeft u die opgepakt?

Mij werd gevraagd te helpen met het tot stand brengen van een convenant met afspraken tussen de gemeente en de bewoners over het beheer van het park. Het is de bedoeling dat de bewoners dat beheer min of meer op zich nemen.

Als eerste stap in het proces heb ik een stichting opgericht die de belangen van de bewoners vertegenwoordigt, verplichtingen kan aangaan en subsidies kan ontvangen. En voor mij was het goed om een duidelijke gesprekspartner te hebben.

Het is natuurlijk wel een aandachtspunt dat de stichting honderden bewoners vertegenwoordigt. Al die mensen willen het park gaan gebruiken en hebben ideeën over de functies en inrichting daarvan, terwijl alleen het bestuur aan tafel zit. Ik zie het betrekken van de achterban primair als hun taak, maar er is ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Als bemiddelaar heb ik ook een zekere verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ze het echt samen, met elkaar doen. Dat is de basis.


Wie zat er namens de gemeente aan tafel? Was dat de wethouder of ambtenaren?

Dat waren doorgaans de ambtenaren, de beleids­makers. Bestuurlijk gezien is de wethouder verantwoordelijk. Hij moet vooral aan het begin persoonlijk betrokken zijn, zodat de burgers weten dat de ambtenaren echt de gemeente vertegenwoordigen in alles wat ze zeggen en doen. Op cruciale momenten, of als het spannend wordt en burgers beginnen te twijfelen, dan moet de wethouder ook weer in het proces worden betrokken. Als je dat niet goed doet kan het gevoel ontstaan dat de wethouder het niet serieus genoeg neemt omdat hij niet zelf aan tafel zit.


Zijn er ook dingen waarvan u terugkrijgend denkt: die had ik anders op moeten pakken, of daar had ik anders op moeten reageren?

Allereerst had ik wat te gemakkelijk gedacht over de ‘breedte’ van de bemiddeling. De set-up van de bemiddeling was mooi, proactief, en ik dacht: dat wordt een appeltje-eitje!

Zoals gezegd was mij gevraagd te helpen met de totstandkoming van een convenant met afspraken over het beheer van het park. Dat was waar ik mij in het begin op richtte. Tegelijkertijd werd door een groot bureau gewerkt aan het ontwerp van het park. Ik dacht aanvankelijk dat die twee trajecten – het ontwerpproces door dat bureau en de gesprekken over het beheer – wel naast elkaar zouden kunnen lopen.

Maar toen ontstond onenigheid over de inrichting van het park. De gemeente wilde, in het kader van de zogenaamde ‘klimaatadaptatie’, het park gebruiken voor waterberging. Er zou een vijver moeten komen, als mooie manier om een overvloed aan water bij hevige regen te bergen. Maar de bewoners waren om allerlei redenen faliekant tegen dat idee. Die discussie blokkeerde op een gegeven moment het spoor dat ik begeleidde; de gesprekken over de samenwerking die moesten leiden tot een convenant. Dat was de eerste uitdaging.


Hoe bent u daarmee omgegaan?

Ik heb toen de discussie over de waterberging ook naar mij toegetrokken. Het was inmiddels heel fel geworden. Het ging niet meer alleen over het wel of niet van een vijver, ook de noodzaak om water te bergen werd in twijfel getrokken. Ik heb daarom iemand uitgenodigd die gespecialiseerd is in waterhuishouding in steden, en die door zowel de bewoners als de gemeente werd gezien als een neutrale expert. Met zijn tussenkomst zijn we het eens geworden over de noodzaak van de waterberging, en hij hielp ons ook out of the box te denken over de verschillende manieren waarop die kon worden gerealiseerd. Zo konden we het eens worden over de aanleg van een zogenaamde ‘droge wadi’ in plaats van een vijver. Simpel gezegd: je brengt een hoogteverschil aan in het park, waardoor bij hoosbuien het park onder water kan komen te staan. Dat was echt een mooi resultaat. En toen de discussie over de waterberging was opgelost kon ik verder met het convenant.


U noemde dit de eerste uitdaging. Wat gebeurde er nog meer?

Ongeveer halverwege het bemiddelingsproces werd ik benaderd door de NOS, die een item wilde maken over beleidsbemiddeling. Dat leek mij een leuke manier om te laten zien wat een mediator kan doen in het publieke domein. Ik heb het verzoek voorgelegd in Hillegom, en iedereen vond het een prima idee.

De NOS kwam filmen, en ik dacht: het wordt een mooi verhaal over een nieuwe samenwerking tussen de overheid en de burgers, over het convenant. Maar de NOS was vooral geïnteresseerd in de tegenstellingen, en uiteindelijk ging het hele item – dat verder overigens hartstikke goed was – alleen over de vijver. Het leek alsof er vooral conflict was tussen de gemeente en de bewoners, terwijl de positiviteit en samenwerking juist overheersten.


Wat voor effect had dat in de gesprekken?

Ik denk dat het een goede uitwerking heeft gehad. De media-aandacht zette het spotlight op waar het schuurde, maar de instelling van iedereen bleef heel positief. Het zou natuurlijk beschamend zijn geweest als de samenwerking stuk zou lopen op de uitvergrote onenigheid over de vijver. Ik heb wel met de wethouder afgesproken dat we rond de ondertekening van het convenant het hele verhaal gezamenlijk goed gaan vertellen.


Het convenant dat in Hillegom tot stand is gekomen is in de aard iets anders dan een ‘gewone’ vaststellingsovereenkomst met afspraken tussen twee private partijen. Kunt u daar iets over vertellen?

Het convenant regelt de verdeling van verantwoordelijkheden voor het beheer en onderhoud van het park. Het uitgangspunt is dat de bewoners daarin een groot aandeel krijgen. Dit betekent niet alleen een nieuwe rol voor de bewoners, maar ook voor de gemeente, die gewend is alle beslissingen zelf te nemen. Dat is een hele verandering.

Ik heb de ambtenaren geholpen los te laten en vertrouwen te hebben in de bewoners. Aan de andere kant hielp ik de bewoners ervoor te waken dat zij niet te veel verantwoordelijkheid naar zich toe zouden trekken. Zij krijgen zeggenschap over een openbaar park. Dat betekent bijvoorbeeld dat de regels van de algemene plaatselijke verordening gewoon zullen gelden, en dat de gemeente verantwoordelijk blijft voor de veiligheid en openbare orde. De gemeente stelde daarom soms voorwaarden die voor de bewoners niet meteen begrijpelijk waren.


Hoe heeft u het concreet aangepakt?

Ik heb eerst gekeken waar in Nederland vergelijkbare samenwerkingsafspraken zijn gemaakt. Die convenanten heb ik gebruikt als basis voor een concept. In plenaire sessies hebben de gemeente en de bewoners die concepttekst verder ontwikkeld, tot er een versie lag die helemaal was toegesneden op het Julianapark. Zo gaat het heten.

Ik zette de tekst telkens op een beamer, en vroeg dan: dit artikel, deze zinsnede, wat betekent dit nu eigenlijk? Interpreteren we dit op dezelfde manier? Dat werkte goed. Doordat het tekstvoorstel van mij kwam ontstond er niet meteen discussie als ze het niet meteen met elkaar eens waren. Dan was het gewoon: ‘Laten we het voorstel van Aik beter maken.’

Als over een bepaald artikel overeenstemming was bereikt, dan ging ik vervolgens scenario’s beschrijven waarin dat artikel relevant zou zijn. Dan vroeg ik bijvoorbeeld: ‘Wie is verantwoordelijk als een vrijwilliger een tak van een boom zaagt, en die tak valt op een auto?’ Of: ‘Stel je voor: een andere groep burgers uit de gemeente wil het park gebruiken voor een activiteit en de stichting ziet dat niet zitten. Wat doen we dan? Wat is dan de rol van de gemeente?’ Zo testte ik of de afspraken solide waren.

Hoe lang heeft het bemiddelingstraject in beslag genomen?

Beleidsbemiddelingen duren natuurlijk wat langer dan een gewone mediation. Ik geloof dat ik een maand of vier bezig ben geweest. We zaten ongeveer iedere twee weken bij elkaar.

Omdat het zo lang duurt moet je er voor zorgen dat je het proces goed ‘managet’. Er kunnen allerlei dingen gebeuren en mensen kunnen ongeduldig worden. Ik heb bijvoorbeeld vanaf het begin gezegd: het zijn mooie plannen, maar voordat het park er ligt ben je zo een jaar, misschien wel twee jaar verder. Zorg daarom dat er een tijdelijke inrichting komt. Want als het terrein al die tijd braak blijft liggen, midden in een woonwijk, dan verlies je je achterban en zet dat druk op het proces. Die tijdelijke inrichting is een manier om momentum te behouden.


Wat is de huidige stand van zaken, en wat moet er nog gebeuren?

Het convenant is af. Binnenkort biedt de wethouder het aan aan het college van burgemeesters en wethouders. Het college beslist uiteindelijk of de wethouder het convenant mag ondertekenen. Verder moet de gemeenteraad nog worden ingelicht. Die kan er in theorie ook nog voor gaan liggen, maar dat is niet te verwachten.


Het klinkt als een zeer geslaagd en bijzonder resultaat. Waren er bijzondere omstandigheden waardoor dat in Hillegom binnen bereik lag?

Ik denk dat de bemiddeling in Hillegom als belangrijk voordeel had dat het ging over iets heel concreets en positiefs: het ging ergens naar toe. Daar is veel momentum en goodwill uit te halen. Dat is anders als er bijvoorbeeld sprake is van een conflict dat gaat over dingen die in het verleden verkeerd zijn gegaan. Dan is de motivatie ergens van weg en is het lastiger om tot overeenstemming te komen.

De casus van Hillegom laat denk ik goed zien dat je als bemiddelaar echt een bijdrage kunt leveren aan de participatiemaatschappij; aan een nieuwe samenwerking tussen de overheid en de burger, het bedrijfsleven of belangenorganisaties. Dat verlangt een soort systeemverandering, waarbij burgers meer te zeggen krijgen en overheidsorganen zich moeten aanpassen. Als mediator ben je in dat proces een soort verandercoach voor de overheid. Je hebt daar echt wat te bieden.

Aik Kramer

Henneke Brink is MfN-registermediator, buurtbemiddelaar, jurist en redactielid van dit tijdschrift.