Burgemeester Oskam:

‘Het liefst ben ik vredestichter’

Drie wijken in de gemeente Capelle aan den IJssel zijn bezig om zogenaamde ‘vreedzame wijken’ te worden. Bewust omgaan met conflicthantering is een van de uitgangspunten. Volgens burgemeester Oskam past dit goed bij de leefbare manier van politiek bedrijven: ‘Het gaat erom dat de inwoners van Capelle met 117 verschillende nationaliteiten op 15 km2 leefbaar samenleven en het een beetje leuk hebben met elkaar.’

interview

Door Janny Dierx en Folkert Jensma
Foto’s: Henriette Guest

Tijdens het gesprek met burgemeester Peter Oskam aan het eind van de middag kleurt de hemel boven Capelle aan den IJssel roze, blauw, paars en donkergrijs – een ademloos technicolor-schouwspel dat vanuit zijn hoekkamer op de tiende verdieping van het stadhuis de aandacht afleidt. Oskam wrong het interviewverzoek ternauwernood in zijn volle agenda. Zijn stadhuis is een anonieme kantoortoren, die naadloos in de zakelijke omgeving past. Hij is burgemeester sinds 2015 en een debutant in het ambt. Bij het gesprek is ook Roger Elfert aanwezig, als stadsmarinier gedetailleerd op de hoogte van het ‘vredesbeleid’ dat Capelle sinds 2016 voert.

Oskam spreekt vol enthousiasme. Naarmate het gesprek vordert wordt zijn Haagse accent steeds beter hoorbaar. Hij klinkt alsof hij al helemaal is vergroeid met Capelle – hij spreekt over de ‘Capelse mentaliteit’, over ‘de mensen hier’ die geen autoriteitenvrees hebben. Over de nadruk die dankzij Leefbaar is komen te liggen op ‘wat goed is voor Capelle’. En over wat ‘we in Capelle absoluut niet willen’.

Zijn gemeente is intussen vrij complex. Capelle hoort thuis in de top vijf van dichtst bevolkte gemeenten in Nederland. 67.000 inwoners op 15 km2, verdeeld over 117 nationaliteiten, tamelijk kerkelijk, ingeklemd tussen Rotterdam en Krimpen aan den IJssel. Ergens in het gesprek met Oskam valt de term ‘Rotterdam-light’ om de context van Capelle onder de rook van de grootste havenstad van Europa te duiden.


De ‘vreedzame aanpak’ die de aanleiding is voor het gesprek, concentreert zich in Capelle aan den IJssel op drie wijken: Schollevaar, Schenkel en De Hoeken. Het bestuurlijk eufemisme luidt dat die ‘kwetsbaar’ zijn. Ofwel qua welstand, opleiding, gezinssamenstelling, sociale cohesie: aan de onderkant.

Oskam was politieman, officier van justitie, rechter, Kamerlid, en is nu op 58-jarige leeftijd burgemeester. In zijn vrije tijd fluit hij nog steeds voetbalwedstrijden, als scheidsrechter in de reserve hoofdklasse. Burgemeester willen worden was een ‘bewuste keuze’, zegt hij. Als Oskam de tekening van Het Vreedzame Mediatiemodel bekijkt waarop de elf kringen staan afgebeeld die doorgaans bij conflicten in wijken betrokken zullen zijn (zie kader op p. 9), merkt hij tevreden op dat hij zelf in vier van die cirkels werkzaam is geweest. Oskam: ‘Alles komt bij elkaar in de figuur van de burgemeester. Dat is de reden dat ik burgemeester wilde worden’.


Capelle volgt met het invoeren van de vreedzame wijkaanpak de gemeente Utrecht, die er inmiddels bijna twintig jaar ervaring mee heeft. Hoe kwam Capelle aan de vreedzame wijkaanpak?

Dat is al begonnen voor mijn tijd. Het bestuur van Capelle wilde dat kinderen veilig kunnen opgroeien en ging op zoek naar een methode om dat te realiseren. Men kwam toen uit bij de vreedzame wijk. Uit een onderzoek naar veiligheidsbeleving onder kinderen in 2016, bleek dat 37% van de kinderen in Schollevaar zich onveilig voelden. Daar hebben we de vreedzame wijk versneld ingevoerd. Dat breidt zich daarna gestaag uit in de wijk.


De ontwikkeling van vreedzame scholen naar vreedzame wijken heeft in Utrecht meer dan tien jaar geduurd. Capelle lijkt dit sneller te doen dan Utrecht?

Vergis je niet, dit kost ons ook veel tijd. We zitten nu in de fase dat de scholen die zich aan de vreedzame aanpak verbonden hebben ermee bezig zijn. De kinderen leren op die scholen dat ze zich anders kunnen gedragen. Ze leren bijvoorbeeld allemaal de regel ‘Stop, koel af!’ als ze ruzie hebben. De gemeente kijkt tegelijkertijd naar manieren om ervoor te zorgen dat de ouders gaan meedoen met het gedrag van de kinderen. Er worden vreedzame wijktrainers opgeleid. We zijn in gesprek gegaan met tientallen lokale organisaties. Op dit moment hebben zich ruim 27 organisaties verbonden aan De Vreedzame Wijk: van kinderopvang, woningbouw, de kerk tot de wijksupermarkt aan toe. We willen leren van het Utrechtse model en hoe zij dat hebben aangepakt. Wij zijn nu aan het kijken hoe wij de ouders mee gaan nemen in de gedachte van vreedzame wijk.

Er zijn natuurlijk situaties waarin mediation ook niet meer helpt. Dan moet je bestuurlijk ingrijpen

Waarom ouders daarbij betrekken?

Capelle heeft stadsmariniers, dat zijn de ogen en oren binnen de wijk. Zij zijn ook een soort smeerolie om problemen in de wijk op te lossen. Ik heb regelmatig overleg met de stadsmariniers over wat er moet gebeuren. Zij zien dat conflicten in de wijk ontstaan over gedrag van kinderen en jongeren op straat. In die kwetsbare wijken vindt de ene volwassene dat de andere zijn kinderen beter moet opvoeden en bijvoorbeeld dat ouders hun eigen kinderen moeten corrigeren. Andere ouders denken ‘die correctie komt wel van buitenaf’. Dan ontstaan conflicten. Dat is iets wat in al die kwetsbare wijken gebeurt. Daarom doen we daar wat aan. Ouders kunnen vaak net als hun kinderen leren dat ze eerst moeten afkoelen als ze ruzie hebben.


Wat is de rol van mediation door professionele mediators?

De vreedzame wijkaanpak is preventief. Als er echt spanningen zijn ontstaan die niet meer op een normale manier kunnen worden opgelost, dan huren we deskundigheid in. En dat kunnen mediators zijn met die specifieke expertise.

Bij complexe wijkconflicten gebeurt dat als de problemen onevenredig zwaar zijn voor de stadsmariniers of te zwaar voor buurtbemiddeling. Er kan sprake zijn van aangiften. Het kan ook zijn dat het de stadsmariniers te veel tijd gaat kosten, dat ze er te diep op in moeten gaan. Het kan ook zijn dat we een ergens expertise over missen. Dat bespreken we in Capelle ons SOS-overleg, dat staat voor Samen op Straat. Daar doet de gemeente aan mee, de politie, wijkwelzijnsorganisaties, hand­having, buurtbemiddeling en Jeugd en Gezin.


Zijn de Capellenaren hier blij mee, of denken ze in die wijken: ze moeten ons weer hebben?

Aanvankelijk zijn mensen hier zeker blij mee, want hun problemen krijgen aandacht. Tegelijkertijd is het wel zo dat mensen gaan voelen dat ze zelf verantwoordelijkheid dragen voor de eigen problemen. Zo’n wijkmediation is niet vrijblijvend. Maar ook in zo’n grote wijkmediation is toch sprake van een win-winsituatie. Daar wordt niet alleen gepraat over dat ene heftige incident, maar over alles wat daar speelt. Heel veel onderliggende ellende komt dan boven water. Daar komen we dan als gemeente op een hele andere manier achter dan via meldingen bij de politie of woningbouw. En we kunnen daar als gemeente en wijkorganisaties samen met de bewoners iets aan doen.


Zou u de vreedzame methodes aanbevelen aan andere gemeenten?

Ja, wij zijn er enthousiast over. Er gaat wel veel tijd inzitten.


Helpt mediation altijd?

Nee, er zijn natuurlijk situaties waarin mediation ook niet meer helpt. Dan moet je bestuurlijk ingrijpen. We zijn een van de weinige gemeenten hier in de regio die op grond van het nieuwe artikel 151d Gemeentewet al waarschuwingen aan bewoners hebben gegeven om deze wet op hen toe te passen. Dit artikel geeft op basis van een verordening van de gemeenteraad een burgemeester de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing op te leggen bij ernstige woonoverlast. Ik heb dat nu twee keer gedaan, sinds de inwerkingtreding van die wet in juli 2017. Het wordt me wel vaker gevraagd om dat te doen, maar je moet er spaarzaam mee omgaan.

Ik zit niet te wachten op extra bevoegdheden om Capelle als een soort sheriff te besturen

Wat staat er in zo’n gedragsaanwijzing?

Dat je je moet gedragen. Dus niet midden in de nacht schreeuwen, lawaai maken, naakt op straat lopen. Het gaat om gedrag dat je niet makkelijk kunt vangen in het strafrecht. Het gaat soms ook om verwarde personen, die ook moeilijk zijn aan te pakken.

De toepassing van artikel 151d GW is een heel traject. Het is een ultimum remedium. Er moeten verschillende stappen worden doorlopen. Eerst buurtbemiddeling, vervolgens een vrijwillige gedragsaanwijzing, als dat niet helpt volgt een gedragsaanwijzing, soms gevolgd door last onder bestuursdwang, last onder dwangsom of een tijdelijk huisverbod, en tot slot een huisverbod. Dat kan nu dus ook bij koopwoningen.

Soms moeten mensen echt hun huis uit. Dat is eigenlijk ook een vorm van afkoelen, dat je weg moet uit je omgeving, zoals in de vreedzame aanpak. We betrekken daar ook anderen bij, bijvoorbeeld de reclassering. En we zijn met andere gemeentes aan het kijken of we bijvoorbeeld gezinnen die voor ernstige overlast zorgen, die overal lak aan hebben, zich onaantastbaar wanen, kunnen ‘uitruilen’.


Hoe gaat dat uitruilen dan in zijn werk?

Dat hebben we in de praktijk nog niet gedaan. Het liefst heb ik een vreedzame oplossing. Maar als dat niet lukt, dan moet je wat anders doen. We praten met andere gemeenten over de mogelijkheid om moeilijke gezinnen aan elkaar ‘over te doen’. Je moet dan natuurlijk ook wat terugnemen. Als je gezinnen gaat verplaatsen, dan moet dat echt op afstand zijn. Als ik dat zou afspreken met de burgemeester van Nissewaard, dan helpt dat niet. Dan nemen ze de metro en stappen na vijf haltes uit om verder te klieren. Dus dit moet echt met gemeenten als Coevorden, of Zeist. Wij willen woningcorporaties interesseren om hierover in hun huurcontracten preventief iets op te nemen. Mensen die zo verplaatst worden, krijgen dan een inburgerings­gesprek met de wethouder of de burgemeester waarbij wordt uitgelegd dat ze een laatste kans krijgen. Dit wil ik liever dan aso-woningen. Ik wil in Capelle geen outcast-wijk creëren.


Is uw eigen loopbaan een voordeel of een nadeel voor het burgemeesterschap?

Ik vind het een voordeel. Liefst wil ik vredestichter zijn. Maar ik ben als het moet ook de praktische handhaver. Streng maar rechtvaardig. Ik ben bij de politie geweest, als je jong bent is de spanning om op te moeten treden leuk. Als officier moet je binnen de regels van de wet opereren, maar ook wel creatief zijn en de grenzen opzoeken, dat heb ik ook gedaan. Als rechter moet je goed luisteren en doorvragen, beslissingen kunnen motiveren, zodat ze gedragen worden. Al die eerdere banen uit mijn werkzame leven helpen mij enorm. Als Kamerlid had ik voor het eerst met de politiek te maken. Dat heb ik nu ook. Maar ik vind de burgemeester geen politiek dier. Dat vind ik ook het prettige, dat je daar enige afstand van kan nemen.


Wordt de burgemeester als handhaver, als ‘sheriff’ niet overbelast met steeds meer sanctiebevoegdheden? Inmiddels zijn er burgemeesters die de prijs betalen. Ze worden zwaar beveiligd, rijden in gepantserde auto’s, begeleid door zwaarbewapende agenten.

Het is nu wel een iets andere discussie, ja. Kijk, ik vind dat we als overheid één front moeten vormen. Waar justitie het kan, moet justitie het ook doen. Waar dat niet kan, kun je kijken naar bestuurlijke instrumenten. Bij drugspanden duurt het bijvoorbeeld vrij lang voordat een zaak op zitting komt, zeker als de rechter-commissaris de verdachte op vrije voeten laat. Dan kun je bestuurlijk zo’n pand alvast sluiten. Dat is een mooi instrument. En dat doen we ook. Met politie, justitie en burgemeester kijken we wat het meest effectieve optreden is. Dat vind ik de kracht. Ik zit niet te wachten op allerlei extra bevoegdheden om als een soort sheriff Capelle te besturen.


Maar de realiteit is dat bestuurlijk sanctierecht door de wetgever steeds vaker wordt ingezet. Dan moet u leveren.

Ik denk dat het complementair is. Dat je steeds moet kijken hoe en waarmee je mensen moet aanpakken. Naarmate mensen meer crimineel vermogen krijgen doet de officier het, of de fiscus, dat maakt mij niet uit. Als dat niet kan, heeft de burgemeester bevoegdheden om mensen in hun haarvaten te zitten.

Het vreedzame mediatiemodel

De vreedzame aanpak is twintig jaar geleden begonnen om een antwoord te vinden op straatgedrag op school.

Op vreedzame scholen leren kinderen de houding en de vaardigheden aan die zijn nodig hebben in een democratische samenleving: te beginnen op school. Conflicthantering door peer-mediation is een van de pijlers. In 1998 werd de eerste Vreedzame School in Utrecht Overvecht opgericht. Anno 2018 zijn er in Nederland meer dan duizend vreedzame scholen (zowel in basis- als voortgezet onderwijs).

De vreedzame aanpak wordt sinds 2009 gestaag uitgebreid naar wijkniveau. Niet alleen leerlingen en docenten, maar ook ouders, buurtbewoners, speeltuinmedewerkers, jongerenwerkers, buurtteams, wijkagenten, vertegenwoordigers van de gemeente, kinderbeschermers en andere toezichthouders worden getraind.

Het idee achter de vreedzame wijk is dat vooral de meest kwetsbare jongeren te maken hebben met leefomgevingen die steeds minder verbindingskracht hebben, ook niet sterk zijn in het op eigen kracht ontwikkelen daarvan en tegelijkertijd een dominante ‘straatcultuur’ kennen.

Inmiddels zijn er in Nederland meer dan 35 vreedzame wijken. De vaardigheid om met conflicten om te gaan is een belangrijke actiepunt. De kern is steeds hetzelfde: met elkaar leren hoe veel conflicten dicht bij huis op te lossen zijn.

Dat gebeurt ook als conflicten gejuridiseerd zijn – bijvoorbeeld omdat er aangifte is gedaan. Ook dan wordt gekeken of persoonlijke betrokkenheid bij herstel en een dialoog tussen de betrokkenen mogelijk is. Dat gebeurt soms door middel van het opstarten van zogenaamde XL-mediations® met tientallen deelnemers.

Het Vreedzame Mediatiemodel is een initiatief van De Stichting Vreedzaam en De Mediation Coöperatie.


Meer informatie:

Leo Pauw, Burgerschapsvorming op weg naar volwassenheid, Amsterdam: SWP Uitgeverij 2018

Leo Pauw, School, ouders en wijk: samen opvoeden. Op weg naar een vreedzame opvoedgemeenschap, Amsterdam: SWP Uitgeverij 2018

www.stichtingvreedzaam.nl

www.decooperatievemediators.nl

www.themanieuws.nl > Capelle aan den IJssel > Informatiekrant Welzijn Capelle 2018, 28 juni 2018 > pagina 6: Opgroeien in een Vreedzame Wijk

vreedzaam.net > actueel > nieuwsbrief oktober 2017 > Nieuws uit De Vreedzame Wijk

Wat denkt u als uw collega Wienen in Haarlem op het journaal geflankeerd ziet door politie met snelvuurwapens?

Dat is niet fijn. Dat doet mij ook verdriet.


Morgen gebeurt dat hier.

Ik verwacht het niet, maar het zou kunnen. Laat ik er geen uitspraken over doen.


Krijgt u bedreigingen?

Nee. Ik zit hier nu drie jaar en ik heb geen bedreigingen gehad.


Er ligt een voorstel om de benoeming van de burgemeester uit de Grondwet te halen, als aanloop naar een gekozen burgemeester. Zou dat het conflictoplossend vermogen van de burgemeester ten goede komen?

Als je gekozen moet worden dan wordt het ingewikkeld. Mensen kunnen dan denken dat je ze schatplichtig bent. Of dat je ze iets verschuldigd bent. Met de manier waarop een burgemeester nu wordt benoemd ben ik tevreden.


Een burgemeester die gekozen wil worden zou ook een law-and-order campagne kunnen gaan voeren: ‘Meer gebiedsverboden!’

Dat zou zich nu al kunnen voordoen bij preventief fouilleren; dat is ook een burgemeestersbevoegdheid, samen met de driehoek natuurlijk. De politie moet aangeven dat het nodig is, het OM moet toestemming geven en de burgemeester moet het ook willen. Als je dan als burgemeester wil scoren op stevigheid, ja, dan ga je dat inbrengen. Terwijl de burgemeester vooral moet kijken naar de feiten. Je moet daar realistisch mee omgaan. Ik zou er niet aan moeten denken (aan een politieke motivatie; red.). Ik weet niet of ik er dan wel voor in ben, om burgemeester te zijn.


U bent liever de klassieke burgemeester boven de partijen?

Ik denk dat dat goed is. Weet je, de gemeente heeft voldoende invloed bij de selectie. Je solliciteert, je komt bij de vertrouwenscommissie, het komt uiteindelijk bij de gemeenteraad, er zitten wethouders bij, de gemeentesecretaris, de griffier. Er zijn voldoende mensen vanuit de gemeente die kunnen beoordelen of je daar past.


Welke praktische ervaring als conflict­manager hebt u tot nu toe gehad?

Conflicten, ach, ik weet niet of je het zo moet noemen. Er zijn weleens meningsverschillen, tussen een wethouder en mensen die voor een bepaald belang staan. Dat hebben we hier gehad met het Molukse wijkcentrum. Dat was verpauperd, het functioneerde niet meer. Dus wij knappen dat op – het kostte een kwart miljoen. De wethouder zei toen dat ze wel huur moesten gaan betalen, dat moet de korfbalvereniging en de Italiaanse les ook. De Molukkers vroegen toen een uitzonderingspositie, omdat ze in het verleden nooit zo goed behandeld zijn door Nederland. Die discussie liep vast. Het is dan aan de burgemeester om dat vlot te trekken. Dat vind ik fijn om te doen. Het is ook gelukt: zij betalen nu huur en wij helpen hen om het centrum te exploiteren.


De burgemeester als oliemannetje?

Ook, ja. Soms als ombudsman. Als mensen er niet meer uitkomen met de gemeente, doen ze een beroep op de burgemeester. Dan zeggen ze: we vinden dat we niet prettig worden behandeld. Kunt u nu niet eens uw licht erover laten schijnen. Vaak laat ik het oplossen door de ambtelijke afdelingen. Ik ga met zulke vragen niet heel ruim om, anders ben ik er fulltime mee bezig. Er moet echt wel aanleiding voor burgemeestersbemoeienis zijn.


Houdt u spreekuur?

Nee, maar als mensen vragen om een gesprek weeg ik per geval af of dat kan. Op het gebied van veiligheid en criminaliteitsbestrijding gaan we heel vaak de wijken in. Dan mogen mensen me alles vragen, ook als ze willen weten hoe het zit met de helikopters van de politie die hier overvliegen. Dan wil ik dat best uitleggen. Mensen spreken me toch wel aan. Ik woon hier, ik zit er middenin. Als ik over straat loop is het soms net een lopend spreekuur.

Die ‘vreedzame aanpak’ in de wijken is begonnen met de opkomst van Leefbaar. Dat was in Rotterdam ook zo; dat pragmatische, dat ‘iets willen bereiken’, dat hoort daar kennelijk bij. Leefbaar is heel pragmatisch, ze willen er echt voor de bewoners zijn. Zij zoeken echt naar de leefbaarheid in de wijken. Bij alles wat ze zeggen hoor je ‘wat vindt de Capellenaar ervan’ – daar luisteren ze echt naar. Dat is de kracht van Leefbaar.


Is burgemeester Oskam nog CDA-­partijman?

Van welke partij je bent maakt niet zoveel uit. In Capelle in ieder geval niet, misschien in Amsterdam wel. Je moet eerder kijken naar de vraag of een burgemeester de cultuur snapt, of hij sensitief genoeg is, of hij goed kan samenwerken. Ik ben geen partijtijger, ik ben CDA-lid en dat zal ik ook blijven. Ik kijk naar deze stad, wat hier nodig is, en dat probeer ik zo goed mogelijk te doen.


De gemeenteraad is de baas in de gemeente, de burgemeester moet de integriteit zien te bewaken. Lijkt ons spannend.

Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad, die beslist. Maar na de verkiezingen is hier een werkgroep geweest onder mijn leiding die de screening doet van potentiële wethouders. Ik ben niet verantwoordelijk voor de mensen die de politieke partijen naar voren schuiven. Maar zodra er discussie is, of er komen signalen dat iemand niet integer is, dan is het mijn taak dat aan de kaak te stellen. Dat gaat tot nu toe alleen in de vorm van gesprekken. Ik heb nog geen maatregelen hoeven nemen – je kan het beter vóór zijn.


Merkt u iets van ondermijning, van het opkomende tij van misdaadgeld?

Er is hier wel sprake van ondermijning. In de meeste gemeentes, hier ook, hebben we een speciaal ondermijningsteam. Een samenwerking binnen de justitiewereld, tussen de ketenpartners, maar ook wel met de Belastingdienst. Het hangt van de casus af. In het bestuur heb ik nog geen ondermijning gezien, maar ik ben er wel alert op. Ik waarschuw de raad ervoor. In verkiezingstijd zijn er bedrijven die zeggen: joh, ik wil jouw foto wel overal in de bus doen in Capelle. Dan zeg ik toch tegen de raadsleden: kijk uit, voor je het weet word je erin gezogen en kan je niet meer vrij opereren.

Als scheidsrechter en als burgemeester moet je snel kunnen beslissen

Hebt u al grote incidenten gehad waarbij de burgemeester de emoties moest verwoorden en troost moest bieden?

Een echt grote ramp nog niet. Er is hier wel onlangs een grote monumentale boerderij afgebrand. Daar is iedereen hier in Capelle teleurgesteld over omdat we maar zo weinig van dit soort mooie monumenten hebben. Daar ga ik dan heen, ik praat met bewoners, brandweer, politie – dan ben ik zelf ook teleur­gesteld en verdrietig, dat verwoord ik dan. Dat ís dan ook zo. Dit is waardeloos, iedereen baalt hiervan.


En grote tegenstrijdige belangen? Een AZC huisvesten, of een afgestrafte pedoseksueel? De burgemeester moet dan ruggengraat tonen.

Ik was toen heel trots op de Leidse burgemeester Lenferink, hoe hij dat gedaan heeft. De mensen hier vinden dat ik de burgemeester van Capelle ben en dat ik er vooral voor moet zorgen dat het hier goed loopt. Dat is mijn taak. Aan de andere kant: we hebben hier de veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. Op mensenhandel ben ik de portefeuillehouder – en daar heb ik dus een hoger doel. Er wordt landelijk ook weleens een beroep op ons gedaan. Dan moet ik kijken of dat hier past. We lopen graag voorop, we willen nieuwe dingen uitproberen. Ook experimenten van Justitie. Dan ben ik ook wel in staat en bereid dat uit te leggen. Maar wat we hier niet willen – en daarin zijn we zero tolerance – dat zijn gokpaleizen, sekspaleizen en coffeeshops. We hebben ook tegen het VNG-plan met experimentele wietkwekerijen gestemd. Die willen we hier niet.


Wordt er op het voetbalveld naar scheidsrechter Oskam geluisterd?

Op het niveau waarop ik gewend ben te fluiten, eigenlijk altijd. Als scheidsrechter en als burgemeester moet je snel kunnen beslissen. Je ziet iets – en dan denk je soms, als niemand reageert – klopt het nou wel wat ik gezien heb? Is het echt hands? Heb ik het wel goed gezien…? Je moet er toch op vertrouwen. Als burgemeester moet je goed luisteren naar andere mensen, je moet goed afwegen, invoelen hoe het valt in de gemeenschap. En tegelijk ook je eigen koers varen.

Janny Dierx is bestuurder van De Mediation Coöperatie, opleider bij Caleidoscoop, lid van het Schadefonds Geweldsmisdrijven en redactielid van dit tijdschrift.

Folkert Jensma is jurist en journalist. Hij werkt als juridisch redacteur en commentator bij NRC Media en is hoofdredacteur van dit tijdschrift.