Om te scoren moet je schieten

Henneke Brink is MfN-registermediator,
buurt­bemiddelaar, jurist en redactielid van dit tijdschrift.

Het woord ‘mediation’ klonk het bedrijf te soft in de oren, vertelde een collega mij laatst. Of hij dat maar niet wilde gebruiken in de titel van de mediationleergang die hij had opgezet voor de onderneming. Waarom het beestje niet bij de naam mocht worden genoemd, weet ik niet. Maar ik stel mij voor dat het voortkwam uit een associatie met middelen of toegeven, of met laf terugdeinzen voor een robbertje krachtmeten. Of misschien deed het woord mediation te veel denken aan kift in een echtscheiding, of ruzie tussen werkgevers en -nemers. In ieder geval met dingen die detoneren met het swanky beeld van de zakelijke dienstverlening. De onderneming vond ‘conflicthantering’ beter klinken. Een woord met een stoere connotatie, dat controle en actieve bekwaamheid suggereert.


Dat idee, dat mediation zou voortkomen uit zwakte, of zou nopen tot weggeven, zit de ontwikkeling van mediation als volwaardig middel van conflict­beslechting en rechtsbedeling kennelijk nog steeds wat in de weg. En dat terwijl er zoveel potentiële winst is te boeken – in effectiviteit, stress en financiële en relationele zin – waar het formele rechtssysteem tekortschiet. Om de vraag in mediationtermen te stellen: wat is er voor nodig om de keuze voor mediation wat gemakkelijker te maken?


In 2011 verscheen Daniel Kahnemans bestseller Thinking, Fast and Slow.1 Daarin beschrijft hij de manier waarop ‘wij mensen’ keuzes maken. Dat doen we, kort gezegd, een stuk minder bewust en rationeel dan wij graag willen geloven. We staan bol van de vooroordelen en laten ons te pas en te onpas leiden door zogenaamde ‘heuristieken’ – een soort mentale ‘short cuts’ of vuistregels. Dat heeft onder meer tot gevolg dat we met regelmaat keuzes maken die in rationele en economische zin hoogst opmerkelijk zijn. Ik vertel u vast niets nieuws, maar zet voor de volledigheid een paar van die heuristieken op een rij, in nogal grove termen. Allereerst (1) plegen we bij de verwerking van informatie bevestiging te zoeken van wat we al weten en geloven en (2) hebben we ook een hardnekkige voorkeur voor wat ons bekend is. Verder (3) is er ons veel aan gelegen dat onzekerheid wordt beperkt, (4) willen we teleurstelling en spijt vermijden, en anticiperen we daar lustig op los. Dan is er (5) het ‘ankereffect’, de eerste les in onderhandelen: we laten ons gemakkelijk (af)leiden door de eerste beschikbare informatie. Vrij en creatief zijn we dus kennelijk niet, althans niet vanzelf.


Gegeven deze voorkeuren en vooroordelen is het geen verrassing dat iemand die verstrikt zit in wat voelt als een onoplosbaar conflict, veelal geneigd zal zijn te kiezen voor een formele procedure in rechte. Immers, die staat toe dat je je stevig ingraaft in en je standpunt koestert als een rotsvaste waarheid (ad 1). Daarbij is het de meest bekende, gezaghebbende en beproefde vorm van conflictbeslechting, die bovendien een voorspelbaar pad biedt naar een uitspraak (ad 2, 3, 5). Daarentegen roept mediation, zoals gezegd, mogelijk die ongemakkelijke associatie op met ‘compromitteren’ (als slechte vertaling van het zoeken naar een win-winoplossing) en daarmee met weggeven en inleveren (ad 4). Bovendien verlangt mediation redelijkheid en luisteren – wat in de intense emotie van het geschil veelal niet vanzelfsprekend of realistisch haalbaar zal lijken (ad 1).


Niettemin wint mediation gestaag aan populariteit. Met regelmaat verschijnen blije mediaberichten die vertellen hoe goed het gaat met het vak: mediation in strafrecht krijgt vaste voet aan de grond, mediation naast rechtspraak is inmiddels een begrip, en op 31 juli 2018 berichtte de NOS dat gemeenten steeds vaker kiezen voor mediation in kwesties die de burgergemoederen in beweging brengen.

Dat is allemaal goed nieuws, want de genoemde heuristieken en voorkeuren rechtvaardigen ook de verwachting dat goed voorbeeld goed zal doen volgen. Naarmate het aantal zichtbare en vertrouwenwekkende voorbeelden van de toepassing van mediation groeit zullen aarzelende partijen gemakkelijker de keuze voor mediation durven maken.

En daarnaast zou wat doelgerichte reclame ook niet misstaan, voor de schoonheid van partijautonomie bijvoorbeeld. Dat beginsel dat aan partijen ultieme controle over zowel het proces als de inhoud daarvan toebedeelt, en in ieder geval garandeert dat geen enkele oplossing wordt opgelegd. Er is dus geen sprake van ‘weggeven van de regie’ – al is het maar omdat de gang naar de rechter altijd een optie blijft, mocht de mediation toch niet slagen. Kortom, er is met mediation maar weinig te verliezen terwijl het winstpotentieel indrukwekkend is. Om met de woorden van Cruijff te spreken: als je niet schiet kun je ook niet scoren.

Noot

  1. Kahneman, psycholoog, ontving in 2002 de Nobel­prijs voor zijn bijdrage aan de gedragseconomie.