Maarten Groothuizen:

‘Ik vind een hybride systeem met rechtspraak en mediation boeiend’

Dit interview is het laatste in een reeks van vier, met de fractie­woord­voerders op het terrein van mediation van de partijen die samen het kabinet-Rutte III vormen. Na Chris van Dam (CDA), Sven Koopmans (VVD) en Stieneke van der Graaf (ChristenUnie) is nu
D66-Tweede Kamerlid Maarten Groothuizen aan het woord.

interview

Door Fred Schonewille
Foto: D66

Mensen hebben een conflict en dan?

Je hoopt dat de partijen in een conflict zelf in staat zijn om een oplossing te vinden. Zelf vind ik dat volwassen mensen in beginsel met elkaar in gesprek zouden moeten gaan. Dit sluit ook aan bij de Nederlandse samenleving die in mijn ogen niet zo formalistisch is. En de meeste conflicten worden natuurlijk ook opgelost op deze manier.

Maar wat als het zo niet lukt, welk mechanisme treedt dan in werking? Bij mij komen rechtspraak en mediation dan in beeld, die ik zie als twee verschijnselen die elkaar niet uitsluiten. Al is het voor mij duidelijk dat in geval van een criminele bende onderzoek zal moeten worden verricht, gevolgd door een uitspraak door de rechter, terwijl mediation de eerste optie moet zijn in geval van bijvoorbeeld een burenruzie. Als het om echtscheiding gaat denk ik dat je van de echtgenoten zou moeten kunnen vragen om altijd eerst met elkaar in gesprek te gaan. Nu worden er soms wel vier procedures tegelijk gevoerd over de verschillende aspecten van een scheiding, wat heel duur is en veel tijd vergt. Zijn deze mensen beter af met beslissingen van de rechter dan met oplossingen die ze zelf hadden kunnen bedenken onder begeleiding van een mediator? Ik denk het niet. In dit soort situaties is het dus heel verstandig om te gaan praten. Dat scheelt veel ellende en maatschappelijke kosten. En dit speelt wat mij betreft zeker niet alleen in echtscheidingen, maar bijvoorbeeld ook op het bestuursrechtelijke terrein in conflicten tussen burgers en de overheid; ik zie hier veel mogelijkheden voor mediation.

En zou dit uitgangspunt dan wettelijk verankerd moeten worden?

Ik ben wat bevreesd voor regels die in beton worden gegoten. Stel je verplicht om altijd eerst een mediationgesprek te voeren voordat je naar de rechter kunt gaan? Ik ben daar wat huiverig voor, maar ik realiseer me tegelijkertijd dat wanneer je dat niet regelt, je veel mensen dan mogelijk de kans ontneemt om op een ander spoor te komen. Ik vind de spreekuurrechter in dit verband een interessante ontwikkeling. Ik was daar onlangs op werkbezoek en die man zei toen tijdens een zitting tegen de partijen: ‘Ik kan het vandaag juridisch voor u oplossen maar ik ben bang dat u dan nog steeds gefrustreerd naar huis zou gaan.’ De spreekuurrechter is een beetje een hybride vorm tussen rechtspraak en mediation en dat vind ik boeiend. Daarom ben ik met D66’ers in heel het land gaan kijken hoe de inzet van spreekuurrechters kan worden uitgebreid. Burgemeesters gaan nu in Nijmegen, Zwolle, Maastricht, Haarlem, Utrecht en Rotterdam in gesprek met de presidenten van de rechtbanken om de spreekuurrechter mogelijk te maken in hun gemeente. Voor D66 is het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen naar een toegankelijke, efficiënte en goedkope spreekuurrechter kunnen.


Voor mij speelt ook mee dat als je alles in de sleutel van mediation zou zetten, het idee van een algemeen geldende rechtsnorm wat onder druk zou kunnen komen te staan. Als je het hebt over mediation in strafzaken zou een slachtoffer tot een regeling met de dader kunnen komen, maar is er dan ook nog een rechter die de norm bevestigt?


Bij de spreekuurrechter viel mij op dat de overheid moeilijk te bewegen is te participeren in een andere setting dan die van de gerechtelijke procedure. Men is geneigd om deze klassieke weg te bewandelen, misschien ook omdat zij op dat pad meestal de langste adem heeft. Hier valt denk ik veel te bereiken met mediationwetgeving die als beginsel vastlegt dat je eerst met elkaar in gesprek gaat.

Ik ben wat huiverig voor het verplicht stellen van een mediationgesprek voordat je naar de rechter kunt gaan

Wat zou de ideale verhouding tussen mediation en rechtspraak moeten zijn?

Ik stel me die situatie voor als een soort gebouw waarbinnen eerst wordt gekeken of de betrokken partijen het zelf kunnen oplossen met begeleiding door een mediator. Als het gesprek of het proces niet vlot, dan komt er een rechterfiguur bij die een bepaalde inbreng heeft. Vervolgens zou er een schikkingsachtige fase zijn die – indien nog nodig – wordt gevolgd door het doorhakken van de knoop door de rechterfiguur. Hiervoor zou je kunnen denken aan de mediationrechter die wordt genoemd in de mediationwetgeving die nu in consultatie is gegeven.


De vraag is dus wat je moet doen om mensen andere wegen in te laten slaan en mij klinkt het hybride model dan het meest aanlokkelijk in de oren omdat ik denk dat veel conflicten niet primair op het bord van de rechter terecht behoeven te komen.


Voor D66 is de autonomie van het individu een belangrijk beginsel. Weegt dit voor u mee als het gaat om mediationwetgeving?

Ik zie het zo dat de autonomie van de ene partij in een mediation wordt begrensd door de autonomie van de andere partij. In rechtspraak wordt partijautonomie begrensd door wettelijke regels en jurisprudentie. Daar zit inderdaad wel een verschil tussen. Maar D66 hecht ook aan de rechtsstaat waarin een burger een zaak aan de rechter kan voorleggen als hij meent dat hij in zijn belangen is geschaad.

Het staat buiten kijf dat je kwalitatief goede mediators wilt hebben. En of een register daar automatisch in voorziet is de vraag

Is mediation geschikt voor toepassing in strafzaken?

Ik vind dat zware strafzaken altijd naar de rechter moeten, in elk geval waar het gaat om de strafrechtelijke hoofdzaak omdat die zich afspeelt in het publieke domein. Op het civielrechtelijke niveau van slachtoffer en dader zou dan wel iets kunnen worden gedaan met mediation. Maar bij jeugd­zaken en in ZSM-zaken (zorgvuldig, snel en op maat; aanpak van veel voorkomende criminaliteit, red.) is er veel te zeggen voor ruimere toepassing van mediation. Daar is in mijn visie winst te behalen, zeker als er een langlopend conflict achter schuilgaat dat zich strafrechtelijk heeft geuit. Hier blijft normbevestiging door de rechter voor mij zeker ook belangrijk maar je hebt er aan de andere kant niets aan als iemand voor mishandeling wordt veroordeeld doch de oorzaak van het criminele feit onbelicht blijft.


En hoe kijkt u aan tegen de kwaliteit van de mediator?

Voor mij staat buiten kijf dat je kwalitatief goede mediators wilt hebben. En of een register daar automatisch in voorziet is voor mij de vraag. Ik denk dat je in een wet behoorlijke eisen zult moeten vastleggen op het terrein van opleiding, training en ervaring. Vooral ervaring weegt zwaar mee. Je ziet in veel vakken dat dat een goede indicator is voor kwaliteit. Maar hoe maak je die zichtbaar? Mogelijk kan in het aantal door een mediator per jaar gefactureerde uren een goed objectief criterium worden gevonden. Mij spreekt de relatie tussen kwaliteit en ervaring het meeste aan en een koppeling met het aantal verrichte mediations en het aantal bestede uren lijkt me dan heel zinvol. Wat ik in elk geval niet zou willen is een constructie die alleen uit formaliteiten bestaat en geen substantie heeft.

Over Maarten Groothuizen

Op de website van D66 introduceert Groothuizen zich als volgt:


‘Bij D66 is de rechtsstaat in goede handen. Het is mijn ambitie om te werken aan een veilig en rechtvaardig Nederland. Geen symboolwetgeving: wel investeren in efficiënte opsporing en goede kwaliteit van de rechtsspraak. Nederland wordt niet veiliger met lege ‘Law and Order’ retoriek, wel door een evenwichtig beleid van preventie en sancties.


Het migratievraagstuk vraagt om slimme maatregelen. Aanpak van grondoorzaken, investeringen in de regio en het creëren van legale migratieroutes. We investeren in goede opvang in de regio, maar ook in een flexibel asielsysteem in Nederland, zodat mensen niet 100 keer hoeven te verhuizen en snel kunnen integreren.’

Maarten Groothuizen studeerde rechten en wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Vanaf 2008 was hij werkzaam als officier van justitie bij de Rechtbank Oost-Brabant (tot 2013 Rechtbank Den Bosch) en van 2014 tot en met 2016 officier van justitie bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Als juridisch adviseur nam hij deel aan de EU-missies in Kosovo (als officier van justitie in EULEX, 2012-2014) en als adviseur in de Oekraïne (EUAM Ukraine, 2016-2017). Daarnaast zat hij van maart 2010 tot en met oktober 2012 en van maart 2014 tot en met januari 2016 in de gemeenteraad van Nijmegen. Op 23 maart werd Groothuizen geïnstalleerd als lid van de Tweede Kamer en sindsdien is hij woordvoerder van de fractie van D66 op de terreinen justitie, slachtofferhulp, immigratie, asiel, kansspelen en auteursrecht.

Hoe zou u de inzet van D66 willen samenvatten als het gaat om mediationwetgeving?

Het gaat ons erom dat innovatief naar het rechtssysteem wordt gekeken, met instandhouding van het beginsel van normbevestiging en dat op een zo informeel mogelijke wijze. De spreekuurrechter is hier een uiting van en ik kijk ook met veel belangstelling naar de wetgeving die experimenteren met verschillende vormen mogelijk maakt en rechters ruimte biedt.


Het klassieke model, dat meebrengt dat je ergens naar toegeleid wordt en als het erop aankomt begint met een clash, waarin juristen worden opgevoed, is voor mij niet het beste model.


Ik denk dat het goed is dat er mediationwetgeving komt. Dat ligt voor de hand als je wilt dat mediation een belangrijke plaats inneemt in het systeem. En ik denk dat wetgeving een noodzakelijke prikkel zou geven aan overheden om mediation structureel in te gaan zetten. Ik ben enthousiast over de hybride vorm die in het consultatiewetsvoorstel is ingebouwd waardoor het mogelijk is om tijdens een mediation een rechter te raadplegen. Die kan dan een knoop doorhakken waarna de partijen verder kunnen met de mediation. Daar in het bijzonder ga ik goed

naar kijken.

Fred Schonewille is partner in Schonewille & Schonewille Legal Mediation, legal mediator, auteur, docent, onderzoeker en redactielid van dit tijdschrift