Steven Pont:

‘Je eigen houding heeft enorme impact’

Steven Pont is ontwikkelingspsycholoog, mediator, auteur, televisie­maker en systeemtherapeut. Het systeemdenken komt terug in alles wat hij doet. Want systeemdenken is hoopvol, zegt hij. Wat kan een mediator leren vanuit de psychologie of de systeemtherapie? En wanneer moet je als mediator extra opletten?

interview

Door Judith Stoop
Foto’s: Henriëtte Guest

Wie bent u?

Ik heb vier opleidingen gedaan. Ik ben begonnen aan de pedagogische academie. Kort werkte ik als leraar op een basisschool. Toen ben ik ontwikkelingspsychologie gaan doen. Daarna systeemtherapie. En toen een mediationopleiding. Als je vraagt ‘wie ben je?’ beginnen mensen heel vaak over hun opleiding en werk. En dat is ook terecht, want werk is een belangrijke factor van je identiteit. Daar zitten je keuzes in, dat vertelt iets over je levenspad. Ik ben ook een vader, een zoon, een broer, een vriend, voor andere mensen ben ik weer een tennispartner of een buurman. Er zijn vele rollen. In mijn werk, wat ook een rol is, doe ik veel verschillende dingen. Ik ben mediator, geef therapie, verzorg lezingen en workshops, ik begeleid intervisiegroepen van mediators, ik schrijf boeken en columns. Op het moment ben ik gastcolumnist voor de Volkskrant. En verder maak ik televisieprogramma’s, zoals Het geheime leven van vierjarigen.

Elk van de opleidingen die ik deed leidt naar een eigen vakgebied. Maar als het over mediation gaat, heb je veel aan de systeemtheorie. En als het over onderwijs gaat, heb je veel aan kennis uit de ontwikkelingspsychologie. En omgekeerd. Er is bij mij altijd een kruisbestuiving. Die opleidingen liggen niet naast elkaar, maar eigenlijk op elkaar. Het loopt door elkaar heen. Omdat ik een grote fan ben van de systeemtheorie, gaat het mij uiteindelijk altijd om de invloed die mensen op elkaars leven hebben. Dat is heel hoopvol. Want als je iets toeschrijft aan de persoonlijkheid van iemand, maakt het eigenlijk niet meer uit wat hij doet. Dan ga je ervan uit dat iemand is wie hij is. Wie iemand is, is natuurlijk een combinatie van persoonlijkheid en de omgeving. Maar als ik ergens naartoe over moet hellen, vind ik de systemische benadering hoopvoller.


Heeft de systeemtheorie uw blik op de ontwikkelingspsychologie veranderd?

Ja, maar het is een goed huwelijk hoor! Iedereen heeft wel iets typisch. Ik ben bijvoorbeeld vrij slordig, ook in vriendschappen vertoon ik warrig gedrag. Ik ging een keer met vrienden naar het vakantiehuisje van mijn ouders. Daar bleven we een weekend. Mijn vrienden keken met verbazing hoe netjes ik dat huisje achterliet. Die wisten niet dat ik dat ook in me had. Mensen zijn vrij flexibel in hun gedrag. Er is wel een soort tendens in gedrag, die per persoon verschilt. Maar een tendens is niet vastgeschroefd. De systemen waarvan iemand deel uitmaakt laten de flexibiliteit van iemands persoonlijkheid zien. Dat is wat ik hoopvol vind. Als ik zeg ‘ik wil dat jij verandert’, dan gaat dat niet gebeuren, maar ik kan wel zélf veranderen. Het is hoopvol omdat het mogelijkheden biedt. Dat zie je ook bij mediation. Als je de relatie milder maakt, of mensen snappen beter waarom iets zo is, of ze voelen dat ze een excuus krijgen, ‘sorry dat ik er de laatste twee jaar niet voor je was’, dan gebeurt er iets. Dan merk je: net kon iets nog niet, maar nu is er meer ruimte. Dat heeft alles te maken met systemisch denken. Gedrag wordt erg bepaald door de kwaliteit van de relatie. Mijn oude leermeester, Joep Choy, zegt altijd: ‘We spreken geen puntjes aan, maar streepjes.’ Het gaat niet om de individuen, maar om hun relaties.

Gedrag wordt erg bepaald door de kwaliteit van de relatie

Dat heet ontschuldigen, is het niet?

Ontschuldigen is een hele mooie term uit de systeemtheorie. Want in een milde relatie presenteren mensen zich beter. Door ontschuldiging kun je de relatie milder maken. Iedereen leeft met zijn eigen beelden, belief systems noemen we dat in de systeemtheorie. Iedereen heeft zijn eigen setje waarheden die zeer discutabel zijn. Dat is gewoon de bril die jij opzet. Vanuit die belief systems legitimeer je je eigen gedrag. Stel dat ik onaardig tegen iemand doe, dan legitimeer ik mijn gedrag doordat ik stel dat die persoon niet leuk is. Gedrag begint altijd met een eigen uitgesproken of onuitgesproken legitimatie. Als je die legitimatie kunt wegnemen, maak je de relatie milder. Gevoelens die mensen jegens elkaar hebben kun je niet ter discussie stellen, maar de legitimatie ervan wel. Dat betekent dat je durft te aanvaarden dat datgene wat die ander doet, voor die ander een logisch gevolg is van diens eigen ideeën over de wereld.


Met wat voor mediations houdt u zich bezig?

Op het moment met een arbeidszaak. Dat doe ik samen met een organisatiedeskundige. Ik benader de kwestie vanuit het systeemdenken. Familiemediations doe ik nauwelijks. Ik kan wel gaan mediaten, maar heb dan uiteindelijk een advocaat nodig. Toen ik de opleiding deed, in 2004, was het nog de vraag of de juristen of de psychologen die strijd zouden gaan winnen.

Daarnaast doe ik ook partnerrelatietherapie, dat is ook een vorm van mediation. Ik gebruik daarbij dingen uit mediation. Het loopt in mijn praktijk door elkaar heen. Het systeemdenken is bij mij de rode draad. In mediations, maar ook in therapie, in televisieprogramma’ en in mijn boeken. Vanuit de buitenkant lijkt het allemaal heel anders, maar van binnenuit bezien hoort het bij elkaar.

Mediation gaat erg over de vraag ‘hebben partijen schuifruimte?’ Is het mogelijk voor partijen om uiteindelijk een andere positie in te nemen dan ze nu doen?

U werkt momenteel aan een nieuw boek. Kunt u daar iets over zeggen?

Mijn nieuwe boek gaat over de ontwikkelingspsychologische gevolgen van een scheiding op kinderen. Ik ga wellicht ook een televisieprogramma maken over scheiden. Een scheiding is een proces dat kan escaleren. Ik onderscheid vier fases van mogelijke escalatie die vrij strak zijn begrensd. Als je in een scheiding zit, kun je nagaan in welke fase je zit. Per fase begrijp je dan wat de dynamieken zijn, en welke gevolgen die voor een kind kunnen hebben. Neem bijvoorbeeld ouderverstoting. Dat gebeurt niet altijd uiteraard, maar als het ver escaleert, kun je daar terechtkomen. Als je weet wat de symptomen en gevaren zijn per fase, weet je welke houding van je verwacht wordt tegenover je kind. Je kunt dan de-escaleren.

Eigenlijk ben ik altijd wel met een boekje bezig. Ik geef ze in eigen beheer uit, zodat ik geen deadline heb. In de vakantie schrijf ik ook elke ochtend twee of drie uur. Dan ben ik even in mijn eigen universum. Ik ben vaak met mensen in de weer. Soms is het dan heerlijk om te gaan zitten en schrijven.

Wat kan een mediator leren vanuit de psychologie of de systeemtherapie?

Vooral de enorme impact die je eigen houding heeft. Je maakt onderdeel uit van dat systeem. Je bent geen onderdeel van het conflict, maar wel van het systeem. Alles wat je doet, zegt, hoe je zit, hoe je kijkt, doet ertoe. De gevoeligheden en belangen zijn groot. Als je iemands naam bijvoorbeeld verkeerd spelt, kan dat heel erg zijn. De kleinste dingen hebben invloed op de dynamiek van het systeem. Op basis van wat mensen in het kleine meemaken, trekken ze conclusies over het grote.

Kort gezegd gaat de systeemtheorie ervan uit dat de mens pas werkelijk begrepen kan worden in de context van zijn relaties. Ondanks dat we vaak denken dat iemand een vaststaand karakter heeft, zien we mensen zich in verschillende contexten steeds anders gedragen. Ze zijn anders op het werk dan thuis, anders bij hun moeder dan bij hun schoonmoeder en ook weer anders bij hun sportclub dan met hun kinderen. Mensen hebben een groot gedragsrepertoire en schakelen steeds per situatie over op ander gedrag. Mensen zijn dus erg contextgevoelig. (Bron: systeemtheorie.nl.)


De ontwikkelingspsychologie (vroeger ook wel kinder- en jeugdpsychologie genoemd), bestudeert de psychologische veranderingen vanaf de geboorte tot aan de vroege volwassenheid.

Wanneer moet je als mediator extra opletten?

Zodra er psychologische termen over tafel vliegen, moet je extra alert zijn. Na een scheiding blijken alle vrouwen borderline te hebben en de mannen zijn narcisten of autisten. Als je hun ex-partner mag geloven, tenminste. Als die termen over tafel gaan is de relatie verhard. Als de legitimatie van het eigen gedrag ‘hij is een autist’ is, dan moet je je afvragen of er nog wel schuifruimte is. Mediation gaat erg over de vraag ‘hebben partijen schuifruimte?’ Is het mogelijk voor partijen om uiteindelijk een andere positie in te nemen dan ze nu doen? Als iemand zegt iets niet te willen omdat de ander een autist is, schroeft die persoon daarmee alles vast. Ken je dat spelletje van vroeger, zo’n klein schuifpuzzeltje met één leeg vakje? De kracht van dat puzzeltje is dat ene lege vakje. Want dat ene lege vakje maakt dat er schuifruimte is. Als dat laatste vakje vastzit, dan stolt het. Dan kun je niet verder. Er moet in mediation altijd schuifruimte zijn. Mensen moeten bereid zijn te luisteren, wat toe te geven. En dat is meteen het lastige van mediation. Er moeten vaardigheden getoond worden die er in de relatie niet voldoende waren.


Er zijn mediators met allerlei verschillende achtergronden: juristen, psychologen, et cetera. Vindt u een bepaalde groep geschikter?

Ik vind het goed dat er mediators zijn met allerlei verschillende kennisachtergronden. Misschien gaat het bij mediation wel meer om hoe je in het leven staat, je houding, de manier waarop je naar conflicten kijkt. Je hebt er kennis voor nodig, en die kan uit allerlei richtingen komen. De houding van mediators heeft wellicht meer te maken met eigenschappen van mensen, ongeacht hun opleiding. Die houding is heel belangrijk. Die heeft invloed op de kwaliteit van de relatie. Of het hem of haar lukt om uit te stralen naar partijen dat er hoop is. Mensen moeten kunnen concluderen ‘oh, er is dus hoop’, zonder dat de mediator dit expliciet zegt. Dan kun je meedoen aan het proces. Je geeft je over aan een ander mens, in dit geval de mediator. Dan maakt het niet zoveel uit of die psycholoog of jurist is. Het is een soort levenshouding. Een depressieve arts kan nog heel goed recepten uitschrijven, maar een sombere mediator kan niet goed functioneren. Doordat de mediator aan het systeem deelneemt, voelen de partijen dat. Dan is er geen hoop.

Judith Stoop is MfN-mediator in arbeidszaken bij Geschikt Mediation. Ze zit in het bestuur van de beroepsvereniging voor arbeidsmediators (VAN) en is redactielid van dit tijdschrift.