Therapie als stoornis
in de mediation

Mediators gaan ervan uit dat mediation in beginsel ‘goed’ is voor de mensen die ze bedienen. Ook therapeuten willen dat de mensen die zij proberen te helpen baat hebben bij hun therapie. Maar wat is een goede mediation, en wat is een goede therapie? Therapeut Salvador Minuchin vindt dat je bij therapie voor onzekerheid en verwarring moet zorgen. Michaëla Kaaij en Janny Dierx zouden hetzelfde graag zien in mediations.

opinie

Door Michaëla Kaaij en Janny Dierx

Om met de eerste vraag te beginnen: wat maakt een mediation of een therapeutische interventie nou eigenlijk góéd? Graadmeter is zeker niet louter de tevredenheid van de cliënten van deze professionals. Ook een mislukte of afgebroken mediation en een minder geslaagde therapie kunnen toch positieve gevolgen hebben.


Durf te confronteren

In de aflevering van VPRO’s Zomergasten met psychotherapeute Esther Perel liet zij haar Argentijnse leermeester Salvador Minuchin aan het woord. Minuchin slaat wat ons betreft de spijker op de kop als hij ingaat op wat een therapie tot een goede therapie maakt. Hij zegt: ‘Voor mij is therapie een polemiek die zich vermomt als een dialoog. Ik ga altijd uit van het idee dat alle mensen die in therapie gaan het bij het verkeerde eind hebben. Ze zitten fout omdat ze zeker zijn. Zekerheid is de vijand van verandering. Empathie is het vermogen te begrijpen hoe iemand in het leven staat. Maar therapeutische empathie vereist daarnaast de moed om aan te vechten. De moed om de manier aan te vechten waarop mensen opgesloten zitten in patronen die ze weerhouden van volwassen worden.’ Dit geldt naar onze smaak een-op-een ook voor de mediator. Een goede mediator praat partijen niet louter naar de mond, maar durft te confronteren. Ook als dat moeilijk en pijnlijk is. De caucus is daarbij voor een mediator een onmisbaar gereedschap.


Over hoe de therapeut dat moet doen, zegt Minuchin het volgende: ‘Dan is de vraag: hoe vecht je dat aan? Hoe vecht je het zo aan dat mensen naar je luisteren? Want als je iets direct aanvecht, dan komen de mensen nooit meer bij je terug. En dat wil je niet. Je vecht het aan door te zeggen: je bent rijker dan je bent. Je bent rijker dan je denkt te zijn. Je hebt wegen bewandeld die je alweer bent vergeten. Ga met mij op een tocht om te herontdekken hoe complex je leven is. Zeg dat tegen mensen individueel of tegen gezinnen.’


Ben niet zo zeker

Dachten alle therapeuten maar als Salvador Minuchin. Hij weet zelf ook dat dit niet zo is. Iedere therapeut heeft zo zijn eigen aanpak. Minuchin zegt daarover: ‘Carl Whitaker zou zeggen: als je in de war bent, koester dat dan. Dan ben je al goed op weg. Murrey Bowen zou zeggen: vertel me niet wat je voelt, maar wat je denkt. Susan Johnson zou zeggen: vertel me niet wat je denkt, maar hoe je je voelt. Michael White zou zeggen: vertel me een ander verhaal. Andere therapeuten zullen met andere zekerheden komen om de zekerheden te vervangen. Maar ik zeg: ben niet zo zeker. Ik vind dat je bij therapie voor onzekerheid moet zorgen en voor verwarring, voor nieuwsgierigheid, voor hoop en voor complexiteit’ (fragmenten afkomstig uit de Minuchin Archives, 2013).

Ook deze uitspraak van Minychin is ons uit het mediator-hart gegrepen. Een goede mediation tast de zekerheden die de deelnemende partijen koesteren over het conflict rigoureus en fundamenteel aan. Zeker in competitieve, diep-geëscaleerde conflicten behoort dat ook tot de kerntaken van de mediator. Al zal ook niet elke mediator het daar mee eens zijn.

Ervaringen met therapeuten

Vervolgens is het interessant om te weten wat mediators en therapeuten vinden van elkaars beroepsmatige interventies en of zij bereid en in staat zijn elkaars dienstverlening te benutten en te versterken. Bij ons weten is daar nog weinig over bekend. Toch hebben mediators veelvuldig te maken met partijen die óók in therapie zijn (of met partijen voor wie dat – ook volgens de mediator – heel goed zou zijn). En andersom hebben therapeuten cliënten die in een mediation aan conflicthantering doen.

Onze ervaringen als mediators met therapeuten zijn zeer divers. Soms treffen we kundige therapeuten die de mediation benutten in hun eigen interventies. Het is belangrijk dat ‘onze cliënten’ toestemming geven voor onderling professioneel contact. Soms gebeurt dat persoonlijk, in het bijzijn van de cliënten, soms bestaat dit contact uit een telefoongesprek. Het is ronduit geweldig als de mediator en de therapeut hun analyses kunnen delen en hun interventies kunnen afstemmen op wat de een en de ander voornemens zijn te doen. Een therapeut kan meestal zijn cliënt empoweren om de mediation maximaal te benutten. Een mediator kan een partij essentiële vragen meegeven voor de therapie.

Dat is het ideale plaatje.

Helaas maken wij ook het tegendeel mee: therapeuten die hun cliënten ‘ontraden’ om aan mediation te beginnen, of zich verschuilen achter ‘privacyvoorschriften’ die interprofessioneel contact onmogelijk zouden maken, therapeuten die waarschuwen voor ‘het gevaar van mediation voor de therapeutische relatie met hun cliënt’ of (en in onze optiek het allerergst) therapeuten die het verhaal van de cliënt als ‘enige waarheid’ overnemen en hun cliënten bevestigen in het demoniseren van de andere partij(en). Nog onlangs maakten wij mee dat een wederpartij in caucus verzuchtte over de andere partij: ‘Zelfs haar therapeut is bang van haar’.

Dit zijn voorbeelden van therapie als stoornis in de mediation. Wij hopen van harte dat onze beroepsgroepen in staat zullen blijken om professionele bruggen te slaan en de therapie als stoornis in de mediation uit te bannen – en de mediation als stoornis in de therapie natuurlijk ook.

Michaëla Kaaij is advocaat en mediator en Janny Dierx is mediator in strafzaken en redactielid van dit tijdschrift. Beiden zijn verbonden aan De Mediation Coöperatie en gespecialiseerd in ‘slepende en slopende’ conflicten.