In de les bij Aristoteles

Zonder crisis
geen kunst?

De schrijver en de mediator hebben een fascinatie gemeen: het conflict. Zonder conflict geen verhaal, zo laat auteur Frans Stüger ons zien. Aristoteles wist dit al. Een crisis, liefst meerdere personages, tegenstrijdige belangen, voor de auteur zijn dat de basisingrediënten voor een stevig verhaal.

analyse

Door Frans Stüger
Illustratie: Tamar Rubinstein

Ik heb in mijn leven twee keer te maken gehad met een mediator. Het zou de indruk kunnen wekken dat ik iemand ben die geregeld het conflict opzoekt. Dat klopt. Het is namelijk mijn werk: ik ben romanschrijver.

De eerst keer dat ik een mediator sprak, betrof het iemand met wie ik een vakantie in Zuid-Frankrijk vierde. Mijn ‘mediator’ was, na een lange periode van bemiddeling, hondsmoe uit zijn vechtscheiding tevoorschijn gekomen en was hard toe aan vakantie. Tijdens deze bemiddeling bij zijn scheiding meende hij alle ins en outs van het mediatorschap te hebben doorzien en vond hij dat hij zelf wel een bureautje kon beginnen. Vooral ook omdat nu, na zijn scheiding zijn inkomen was weggevallen en hij als kunstenaar zichzelf niet kon bedruipen. Tot dan toe deed zijn vrouw dat. En wat was er dan makkelijker, meende hij na maandenlange bemiddeling, om zelf een bemiddelingskantoortje te beginnen? En dus trof ik hem tijdens onze vakantie geregeld aan, op het strand bij Nice, met twee mobiele telefoons: een voor zijn privéleven en een voor zijn bemiddelingsbureau De juiste weg. En terwijl wij daar op onze strandstoelen zaten en uitkeken over de Middellandse Zee, werd hij geregeld op zijn mediatormobieltje gebeld en kon ik ter plekke zijn gesprekken volgen. ‘Nee, morgen ben ik er niet. Dan zit ik een vergadering met wat juristen’, waarbij hij mij in zijn zwembroek grijnzend aankeek.

De tweede mediator die ik leerde kennen was een rechter die bij mij een cursus creatief schrijven volgde. (Na de cursus bood hij gastvrij aan om de lessen in zijn huis met dezelfde groep voort te zetten. Dat het niveau van de docent en de cursisten allengs daalde, werd waarschijnlijk veroorzaakt door het gastvrij in- en bijschenken van de gastheer.) Hij vertrouwde mij een keer toe, tijdens de gebruikelijke nazit, dat een bemiddeling vaak een kwestie is van de cliënten de indruk geven dat zij zelf de oplossing hadden bedacht, die de mediator behoedzaam tijdens de afgelopen zittingen voorzichtig had geopperd. Omdat hij nieuwsgierig was om te weten hoe een schrijver gebruikmaakte van de crisis of het conflict in zijn verhaal, volgde hij bij mij de cursus creatief schrijven. Want dat er geen verhaal bestaat zonder een crisis, dat was hem inmiddels duidelijk geworden na de talloze boeken die hij had gelezen. Zelfs Oblomov van Ivan Gontsjarov verkeerde in een crisis. Geregeld werd hij lastiggevallen door mensen die iets van hem wilden, terwijl hij per se met rust gelaten wilde worden. En daarmee ben ik bij mijn onderwerp van mijn vertoog gekomen: wat is de functie van de crisis in het verhaal, toneel en film; kunstvormen die zich vooral met de mens bezighouden?


De crisis in een verhaal

De narratieve functie van een crisis in het verhaal is in de loop van de tijd veranderd. In de tijd van de Grieken, en in het bijzonder van Aristoteles en zijn Poetica, dient de crisis (conflict) vooral ter voorbereiding van de catharsis bij de toeschouwer. De overwinning van de hoofdpersoon zou op de toeschouwer een louterend effect hebben. De hoofdpersoon geraakt in een crisis en de toeschouwer wil weten hoe hij deze crisis oplost. De toeschouwer leent dus bij wijze van spreken de catharsis van het personage; met alle emotionele sensaties van dien.

In de Bijbel, waarvan het mij nog steeds bevreemdt dat het niet in het ik-perspectief is geschreven, heeft de crisis meer een moralistische functie en leert de lezer dat er geen oplossing is zonder bovennatuurlijke macht; zonder een strenge doch rechtvaardige God. Dit principe treft men aan tot in de tweede helft van de twintigste eeuw en vooral in streekromans, al dan niet gesteund door een burgerlijke dan wel klerikale overheid.

Tegenwoordig wordt de crisis in het verhaal vooral gebruikt om de lezer zich te binden aan het verhaal; hij wil immers weten hoe de hoofdpersoon zich uit de problemen redt, terwijl hij daarbij door andere personages wordt gedwarsboomd.

Er zijn ook verhalen waarin slechts één hoofdpersoon is, maar daarbij is vaak het innerlijk van het personage de tegenspeler van de hoofdpersoon zelf, zoals bij de student Raskalnykov uit Misdaad en straf van Fjodor Dostojevsky. Een boek dat eerder Schuld en boete heette; heel typerend voor een tijd waarin de doorgaans religieuze moraal nog een bindend element vormde in een maatschappij.

Ook in het boek Willem Mertens’ levensspiegel van de Nederlandse schrijver J. van Oudshoorn vecht de recidivistische hoofdpersoon Willem Mertens voornamelijk tegen zichzelf. Maar ook van deze eenling wil de lezer iets opsteken in positieve zin. Het gaat hem niet meer om een catharsis, zoals vroeger bij de Grieken, maar om goede raad. Die tegenkracht van tegenspelers is onmisbaar voor de ontwikkeling van de crisis en daarmee het verhaal.

Een verhaal zonder crisis noemen we eerder een anekdote, die doorgaans te weinig om het lijf heeft om te noteren

Is iedere crisis geschikt voor een verhaal?

Het moge inmiddels duidelijk zijn dat een verhaal niet zonder een crisis kan. Een verhaal zonder crisis noemen we eerder een anekdote, die doorgaans te weinig om het lijf heeft om te noteren. De crisis is de motor van het verhaal. Zonder crisis is er geen reden tot handelen voor de personages; is er geen verhaal. De schrijver zou het dus voor het uitzoeken hebben: waar mensen zijn, daar is doorgaans ook sprake van een crisis. (U begrijpt dat een mediator dus ongeschikt is als personage voor een verhaal; immers de mediator denkt conflict­oplossend in plaats van conflictvergrotend.)

Maar zo eenvoudig is het niet. Volgens de Italiaanse schrijver Carlo Gozzi (1720-1806) zijn alle drama’s terug te voeren tot 36 dramatische situaties (conflicten). Jan Veldman, toneelschrijver, beschrijft deze in zijn handzame boek De 36 dramatische situaties, waaruit de schrijver zijn ideeën voor een conflict kan opdoen. Mocht de schrijver een idee hebben uitverkoren om over te schrijven, dan is hij er daarmee nog niet. Want: geen verhaal zonder conflict, maar ook: geen conflict zonder personages.

Als de schrijver eenmaal een conflict heeft gekozen, dan heeft hij daarbij personages nodig. Eén personage kan (zoals we eerder zagen), twee of drie personages is nog beter. (Schrijvers noemen deze personages afhankelijk van hun rol, sinds Aristoteles: protagonist, antagonist en tritagonist.) Hoe groter het conflict, hoe boeiender voor de lezer. Ik hield mijn studenten altijd voor: zoek de grens van het waarschijnlijke op en ga dan nog één stap verder. Aan jou het vakmanschap om het conflict geloofwaardig te houden. Om het conflict zo groot mogelijk te krijgen moeten de personages aan bepaalde voorwaarden voldoen.

De belangen van de personages moeten tegenstrijdig zijn; zelfs een mediator kan hier geen soelaas bieden, of, zoals ik mijn klas vaak voorhield: voorkom dat de lezer denkt: waarom wordt de politie niet gebeld? Het drama moet door de personages tot in het uiterste worden ondergaan. Daarom zijn evenwichtige personages ongeschikt voor een roman.

Het gaat erom dat de schrijver de lezer de indruk geeft dat iedere personage het gelijk aan zijn kant heeft, vanuit zijn perspectief gezien

Behalve dat de belangen schijnbaar tegenstrijdig moeten zijn en hoog worden gespeeld, moeten de personages gelijkwaardig zijn aan elkaar en niet stereotiep. En hier komt het belang van de empathie tevoorschijn: het gaat erom dat de schrijver de lezer de indruk geeft dat iedere personage het gelijk aan zijn kant heeft, vanuit zijn perspectief gezien. Literatuur is dus wel degelijk een oefening in empathie. Ook op andere vlakken zijn de personages gelijkwaardig aan elkaar. Omdat de personages extreem zijn in hun strevingen, zijn alle personages extreem om het krachtenveld gelijkwaardig te houden en daarmee het verhaal boeiend. U kent waarschijnlijk het Bijbelse verhaal van David en Goliath. U kent dit verhaal alleen omdat het aan bepaalde narratieve eisen voldoet. Tegenover Goliath had David geen enkele kans; geen gelijkwaardigheid. Hij was klein van postuur, terwijl Goliath fors was geschapen. Dit zou nooit een interessant verhaal kunnen opleveren, want de lezer weet na de introductie van de personages meteen wie er zal winnen, namelijk Goliath. De kleine David heeft geen schijn van kans. Oninteressant. Om dit probleem voor te zijn heeft de auteur (?) van de Bijbel David een extra vaardigheid meegegeven om toch nog van Goliath te kunnen winnen, namelijk een bijzondere vaardigheid wat betreft het steenslingeren, zoals we nu nog soms op het journaal zien. Door deze vaardigheid van David raakt de lezer geboeid, want het staat niet meer vast wie er gaat winnen. Wij weten inmiddels hoe deze strijd afliep en door dit onverwachte einde, kennen we dit verhaal nu nog steeds.

Een andere gelijkwaardigheid van personages die de lezer nodig heeft, is morele empathie. Een boef met een litteken over zijn wang en borstelige wenkbrauwen krijgt minder of geen empathie van de lezer in vergelijking met de gladgeschoren agent, die zojuist onderweg naar zijn werk afscheid nam van zijn nog jonge vrouw en zijn goedlachse zoontje. Het zal de lezer een worst zijn hoe het met de boef afloopt en hij hoopt dat de clean cut cop wint. En sinds de film bestaat, wint hij ook; hoewel er de laatste tijd ook meer aandacht komt voor de ‘slechterik’.

Een goed conflict in een verhaal is acuut en belangwekkend

Het is dus van belang dat de lezer zich met alle hoofdpersonen kan identificeren; de lezer moet zich kunnen inleven in alle personages en van mening zijn dat eigenlijk iedereen het recht aan zijn kant heeft. In die zin draagt verhalende kunst bij tot vorming van empathie bij de lezer…

Een andere voorwaarde voor een goed conflict in een verhaal is dat het conflict acuut en belangwekkend is. Of iemand een auto wil kopen, terwijl zijn vrouw dat niet wil; daar ligt de lezer niet wakker van. Ten eerste is het geen echt probleem, want het is niet acuut en ten tweede niet echt van belang. Iets anders is als een gokverslaafde een fiks bedrag heeft geleend van een onderwereldtype en dat hij dit aanstaande vrijdag moet terugbetalen. U raadt het al: hij heeft het geld niet, maar wel weet hij dat hij, als hij vrijdag niet betaalt, de maandag niet zal halen. Wat nu? We hebben hier een timeblock die het verhaal onder druk zet, spanning, er is sprake van leven of dood. Als er aan al deze voorwaarden is voldaan, dan is er nog een narratieve eis wat betreft het conflict en dat is: de logistieke plaats van het conflict in het verhaal.

Aristoteles heeft daar het nodige over gezegd, over de opbouw, de structuur waaraan het verhaal moet voldoen om een optimaal effect bij de lezer te bewerkstelligen. In feite komt het hier op neer dat het conflict van het verhaal op ‘de gulden snede’ van het verhaal wordt geplaatst, zoals ook in de beeldende kunst de belangrijkste elementen op de gulden snede worden geplaatst – ongeveer een derde van de zijkant. Getransponeerd naar een verhaal komt het conflict ongeveer op twee derde van de vertellijn. Dat is voor de lezer, als het verhaal goed is opgebouwd, gevoelsmatig de enige juiste plek.

Een voorbeeld: veel schrijvers, waaronder ikzelf, verdelen het verhaal, voordat zij beginnen te schrijven in tien dramatische scènes. Een, twee en drie vormen de opening; informatie voor de lezer. Hierin wordt alles duidelijk wat de lezer nodig heeft om de rest van het verhaal te begrijpen. Daar komt bij dat scène drie een voorecho vormt op de grote crisis in scène acht. Voorbeeld: in scène drie gaat per ongeluk het pistool af dat de hoofdpersoon aan zijn vriend laat zien, zodat de lezer niet bij scène acht zich afvraagt: waar komt dat pistool ineens vandaan?

In de volgende scènes, van vier tot en met zeven, loopt het drama en de spanning steeds verder op, met in scène zeven de peripetie; een onverwachte omkering die de lezer op het verkeerde been zet en het verhaal een extra stimulans geeft. (Als híj niet de moordenaar is, wie dan wel?)

Literatuur

  • Aristoteles, Poetica, oa Groningen: Historische Uitgeverij Groningen 2017.
  • Frans Stüger, Personages, conflict, perspectief, Amsterdam: Uitgeverij Augustus 2011.
  • Jan Veldman, De 36 dramatische situaties, Amsterdam: Uitgeverij Augustus 2007.

Frans Stüger debuteerde in 1975 met de roman De gedachte en schreef sindsdien onder meer een jeugdroman en een handboek voor beginnende schrijvers, Personages, conflict en perspectief.

Foto: Sjaak Ramakers.