Beelden zijn de taal van onze hersenen

Waarom Netflix een mediator kan helpen

In narratieve mediation vormen de conflictverhalen van de betrokken partijen het uitgangspunt voor de bemiddeling. Daarbij is het aan de mediator om een nieuw verhaal te creëren door narratieve ruimte te creëren. Ook speelfilms kunnen een rol spelen in narratieve mediation. Marijke Sybesma beschrijft hoe beelden en verhalen de menselijke geest beïnvloeden en waarom het nuttig is ook beeld te gebruiken bij mediation.

beeldverhalen

Door Marijke Sybesma

‘Movies touch our hearts and awaken our vision, and change the way we see things.’

Martin Scorsese


Veelal zijn de interventies die in het kader van mediation worden gedaan talig van aard; er wordt heel wat afgepraat. Door alleen taal te gebruiken, laten we mogelijkheden liggen. We benutten op die manier eigenlijk nauwelijks wat we tegenwoordig weten over de werking van ons brein: dat bestaat grofweg uit twee gescheiden subsystemen, die allebei van invloed zijn op ons gedrag. Dat zijn het rationele cognitieve bewuste systeem en het ervaringsgerichte onbewuste zintuigelijke systeem. Speelfilms hebben een aantal specifieke eigenschappen waardoor ze bijzonder goed aansluiten bij beide subsystemen en deze met elkaar verbinden. Beelden en muziek communiceren direct met het onbewuste, taal doet in eerste instantie meer een cognitief, rationeel appel.

Functies van verhalen

Het begrip narrativiteit omvat de wijze waarop mensen hun leven en relaties betekenis geven door hun ervaring in een verhaalvorm te gieten. Tesselaar e.a. definiëren een verhaal als een weergave van gebeurtenissen die met elkaar in verband worden gebracht met de volgende kenmerken:

  • Het verhaal staat op zichzelf en heeft een begin, midden en einde.
  • Het bevat narratieve elementen: een hoofdpersoon, een verhaallijn met daarin een ontwikkeling als gevolg van een worsteling, dilemma of conflict, tegenstanders, medestanders.
  • Het is authentiek: waar of waarachtig.
  • Het is persoonlijk.
  • Het is prikkelend en roept emotie op en/of wordt met emotie verteld.


Storytelling is het delen van verhalen als sociale activiteit.2 Breuer kent aan storytelling een aantal positieve functies toe, zoals het verwerken van emotioneel gekleurde ervaringen en het creëren van nieuwe werkelijkheden en perspectieven.3

Ieder mens heeft zijn eigen manier om informatie te verwerken, construeert zijn eigen kennis, waarbij hij sterk wordt beïnvloed door de reacties en opvattingen in zijn sociale omgeving. Deze constructies over gebeurtenissen, ervaringen en informatie vormen mentale modellen: het is in feite een schema dat wordt gebruikt om herinneringen naar boven te halen en met parate kennis te verbinden. Het vormt daarmee impliciet de basis voor onze identiteit en ons persoonlijke wereldbeeld.4

Deze mentale modellen komen tot uiting in de verhalen die mensen vertellen of in de reacties op verhalen van anderen. Door een narratieve ruimte te creëren in de interactie tussen verteller en gehoor ontstaat de mogelijkheid om betekenis te geven en nieuwe betekenissen te onderzoeken.5 In feite wijzigt een mentaal model doordat de betekenisgeving verandert.

De partijen hebben twee verschillende verhalen die niet in één werkelijkheidsbeleving passen

Narratieve mediation

In narratieve mediation vormen conflictverhalen het uitgangspunt.6 In ieders verhaal worden – vaak impliciet – de onderliggende aannames, overtuigingen, de eigen rol en eigen betekenisgeving over het conflict verteld, inclusief de vijandbeelden over de andere partij. De partijen hebben twee verschillende verhalen die niet in één werkelijkheidsbeleving passen. In dit kader zou je kunnen zeggen dat elke partij een verhaal construeert met bijbehorende representatie van de beleefde werkelijkheid, wat vervolgens als de ‘waarheid’ wordt gezien. In het conflictverhaal komen ook de verschillende mentale modellen die de verteller hanteert tot uiting.

Het is de taak van de mediator om een nieuw verhaal te helpen opbouwen. Om tot een nieuw verhaal te komen, is vaak een dieper niveau van zelfbewustheid en reflectie nodig, waarbij iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid en eigen aandeel in het conflict moet erkennen. In mediation wordt daarvoor voornamelijk gebruikgemaakt van vaardigheden als samenvatten, actief luisteren, vragen stellen en reframing. Die nodigen uit om een nieuw verhaal te construeren. Taal en woorden zijn dan de belangrijkste drager om de verschillende partijen in de richting van een nieuw verhaal te laten bewegen.

Beelden worden veel beter en indringender dan woorden opgeslagen in ons geheugen

Het brein: twee subsystemen aan het werk

Epstein heeft een theorie ontwikkeld die stelt dat in ons brein grofweg twee gescheiden subsystemen aan het werk zijn: het rationele, cognitieve, bewuste systeem en het onbewuste, zintuiglijke, ervarende, irrationele systeem.7

Het rationele systeem opereert logisch, analytisch, is langzaam en bewust. Het kent de werkelijkheid via denken en abstrahering en is grotendeels talig. Het rationele systeem is relatief traag en heeft een beperkte verwerkingscapaciteit vergeleken met het ervarende systeem.


Het ervarende systeem functioneert grotendeels via emoties, beelden, zintuigen, metaforen en is associatief van aard. Het is sterk gekoppeld aan fysieke responsen, automatismen en geautomatiseerde processen. Het is razendsnel, niet-talig en holistisch. Dit systeem werkt via mental shortscuts: shortcuts die bestaan uit semiautomatische reacties op alles wat we aan informatie aangeboden krijgen.8 Het systeem maakt rechtstreeks gebruik van alle ervaringen die we in ons geheugen hebben opgeslagen en de betekenis die we daaraan hebben toegekend. Die ervaringen en betekenissen worden direct verbonden met de huidige situatie. Nu zijn zulke shortcuts vaak heel handig in het dagelijks leven, waarin we direct moeten reageren op allerlei prikkels van buitenaf.

Naast deze directe reactie gebruiken we bewustwording en reflectie op ons ervaringssysteem. Die kunnen helpen bij het reframen van een conflict en daarmee een nieuw perspectief bieden en een nieuwe betekenis aan een verhaal geven. Dat proces van bewustwording verloopt wel voornamelijk onbewust, waardoor partijen een ‘logisch’ verhaal construeren dat achteraf hun gedrag en keuzes legitimeert en bij hun eigen mentale model past. Kahneman noemt bijvoorbeeld dat beide partijen in een conflict de neiging hebben te geloven dat zij reageren op de vijandige bedoelingen van de ander.9 Elke mediator zal dat verschijnsel ongetwijfeld herkennen.

Veel mediators maken voornamelijk gebruik van woorden en doen daarmee vooral een beroep op de ratio van de partijen: ze focussen op het denken en het willen. Maar beelden zijn de taal van onze hersenen en worden veel beter en indringender dan woorden opgeslagen in ons geheugen.10 Zij kunnen dus een belangrijke rol spelen bij het veranderen van de perceptie op een situatie die partijen hebben. Maar we weten dat het brein in twee gescheiden subsystemen werkt. Hoe kunnen we deze met elkaar verbinden om een narratieve ruimte te creëren?


De bijzondere eigenschappen van film

Meestal kijken we naar een speelfilm om ons te vermaken. Je kunt je een paar uur verliezen in een andere wereld, hij prikkelt ons voorstellingsvermogen en verbeelding. Bovendien spelen beelden een steeds grotere rol in onze (digitale) communicatie. Volgens Van Yperen lijkt de perceptuele ervaring van de film sterk op de perceptuele ervaring in het dagelijks leven.11 Diegene die de film bekijkt is meer dan alleen passieve toeschouwer: de film roept ook voor dat individu unieke beelden en verhalen op. In die zin kun je zeggen dat een film kijken ook een betekenisvormend proces is en onze zintuigen aanspreekt. Film wordt dan opgevat als een vorm van storytelling.

Blasco e.a. stellen dat film het affectieve domein raakt en daardoor een rol kan spelen in het veranderen van gedrag en houding: emoties hebben een belangrijke invloed op het wijzigen of ontwikkelen van gedrag.12 Beelden en muziek communiceren direct met het onbewuste, terwijl taal in eerste instantie een cognitief appel doet.13 In film versterken beelden, muziek en taal elkaar.

Film kan als metafoor voor de eigen situatie dienen. Omdat we het thema van de film via een beperkt aantal oerthema’s aan onze werkelijkheidsbeleving kunnen koppelen, krijgen we meer inzicht in onze eigen situatie. Campbell bestudeerde grote verhalen van de mensheid over de hele wereld: sprookjes, volksvertellingen en mythen.14 Hij distilleerde hieruit een aantal universele archetypes en oerthema’s die in die verhalen voor­komen. Campbell beschreef dit in zijn boek The Hero with a Thousand Faces. Vele verhalenvertellers en filmregisseurs hebben zich laten inspireren door dit boek. In films komen dan ook vaak de zogenaamde oerthema’s van mensen tot uitdrukking: helden die op avontuur gaan en die te maken krijgen met strijd, verraad, verlies, loyaliteit, tegenslag en vriendschap. Meestal komt de held zegevierend uit de strijd (en soms ook niet...). Stringer refereert in het kader van storytelling in mediation naar het boek van Campbell.15

Ook Lakoff en Johnson stellen dat film door het gebruik van beeld en geluid ons de mogelijkheid biedt mentale modellen te reframen, van perspectief te wisselen en nieuwe handelingsmogelijk­heden te ontwikkelen.16 Film geeft ons de mogelijkheid om op een andere wijze narratieve ruimte te creëren. Daarvoor moet we de beelden die door de film worden opgeroepen verder onderzoeken. Het is een krachtig middel omdat de verbeeldingskracht van de toeschouwer wordt geprikkeld: die gaat zich mogelijkheden voorstellen die anders niet zo voor de hand liggen. Film heeft een specifiek zintuiglijke karakter, het roept spontane associaties en identificaties op en verbeeldt oerthema’s. Daardoor kan film ingezet worden voor het creëren van narratieve ruimte.17

Film kan worden ingezet voor het creëren van narratieve ruimte

Conclusie

Als een mediator vooral taal als instrument inzet bij narratieve mediation beperkt deze zich in de interventiemogelijkheden. Film heeft een aantal bijzondere eigenschappen waardoor dit medium een beroep doet op zowel de emotie als de ratio. Daardoor geeft het een mediator andere ingangen en mogelijkheden om partijen een nieuw perspectief op het conflict te bieden. Daarom kan film helpen om het mediationproces effectiever te laten verlopen.


Praktische kanttekeningen

Het werken met speelfilms vergt oefening en specifieke expertise op het gebied van narratieve mediation. Partijen moeten voldoende ruimte krijgen om de betekenissen en associaties die ze aan de film koppelen te delen. De mediator helpt dat proces door een voldoende ruimte voor deze verhalen te creëren.

Het kost tijd om uit te zoeken welke films voldoende aansluiting hebben bij een specifieke situatie en om te bepalen met welk doel je die film wilt inzetten. Een hele speelfilm geeft mogelijk­heden tot identificatie, een speelfilmfragment roept meer associatie op. Je kunt als mediator voorstellen doen, maar ook de betrokken partijen zelf films of filmfragmenten laten kiezen. Dat is vaak praktischer en deze films kunnen dezelfde impact hebben. Er ligt (bijvoorbeeld bij Netflix) een schatkamer vol verhalen in filmvorm te wachten. Het zou je nog kunnen verrassen welke impact, diepgang en snelheid een mediationproces kan krijgen door films in te zetten.


Een paar films waar je aan zou kunnen denken: Carnage (2011) van Roman Polanski. Daarin gaat een tweetal stellen op een ‘volwassen’ manier met elkaar in gesprek over een uit de hand gelopen ruzie van hun kinderen. Dit gesprek ontaardt in verschrikkelijke ruzies, waardoor duidelijk wordt dat het gedrag van de kinderen een spiegel is van het gedrag van de ouders. Festen (1998) van Thomas Vinterberg speelt zich af op een feest waar de zelfmoord van een dochter niet besproken mag worden en verborgen moet blijven voor de gasten. De spanning loopt steeds verder op tijdens het diner en vindt een climax als een van de zonen in een speech vertelt van het jarenlange seksuele misbruik door hun vader. East of Eden (1955) van Elia Kazan waarin de strijd tussen twee broers om de liefde en respect van hun vader centraal staat. Als symbool van de strijd tussen goed en kwaad, waarbij het niet zo duidelijk is wie precies de goede of de kwade is.

Een intervisiegroep kan helpen met het oefenen met de inzet van speelfilms of filmfragmenten. Zo’n groep geeft ook de mogelijkheid om snel speelfilms die geschikt zijn voor mediation te verzamelen en uit te wisselen.

Op 27 september wordt op De Haagse Hogeschool een filmfestival georganiseerd, Corporate Bodies Festival in a Post Truth Era, met heel veel workshops over en met films.18

(Advertentie)

Noten

  1. Tesselaar, S. & Scheringa, A. (2008). Storytelling Handboek. Amsterdam: Boom.
  2. Scheurs, H. (2011). Narratieve storytelling in de hulpverlening. Amsterdam: Boom Lemma Uitgevers.
  3. Breuer, F. (2006). ‘Storytelling als interactieve interventietoepassing van de narratieve benadering bij organisatieverandering’. In: J. Boonstra & L. de Caluwé (red.), Interveniëren en veranderen. Zoeken naar betekenis in interacties (pp. 41-78). Deventer: Kluwer.
  4. Gergen, K.J. & Gergen M.M. (1988). Narrative and the Self as relation. In Mark Zanna & James Olson (Eds.), Advances in Experimental Social Psychology, 21 (pp.17-56).
  5. Breuer 2006.
  6. Winslade, J. & Monk, G.D (2008). Practicing Narrative Mediation: Loosening the Grip of Conflict. New Jersey: John Wiley & Sons.
  7. Epstein, S. (1990). Cognitive-experiential self-theory. In L.A. Pervin (Ed.), Handbook of personality, theory and research (pp. 165-192). New York: The Guilford Press.
  8. Kahneman, D. (2012). Thinking fast and slow. London: Penguin Books Ltd.
  9. Kahneman, D. & Renshon, J. (2009, October 13). Why Hawks Win. Foreign Policy, te vinden op foreignpolicy.com.
  10. Tigchelaar, M. (2017). Lezen, weten en niet vergeten. Houten: Spectrum.
  11. Yperen, S. van (2004). Over hoge toppen en door diepe dalen: emotionele betrokkenheid bij thriller- en dramafilms. Doctoraalscriptie. Utrecht: Universiteit van Utrecht. Te vinden op www.ethesis.net/dramafilms/dramafilms_inhoud.htm.
  12. Blasco, P.G., Blasco, M.G., Marcelo, R.L., Moreto, G. & Tysinger, J.W. (2011). Educating through Movies: How Hollywood Fosters Reflection. Creative Education, 2(3), 174-180.
  13. Dols, R. & Berg, B. van den (2012). De coach als regisseur. Gebruik van filmfragmenten voor leiderschapsontwikkeling, teambuilding en zelfreflectie. Culemborg: Van Duuren Management.
  14. Campbell, J. (1968). The Hero with a Thousand Faces. Princeton: Princeton University Press/Novato: New World Library.
  15. Stringer, T. (2004). Storytelling in Mediation: The Hero’s Journey. Te vinden op www.mediate.com/articles/stringerT.cfm.
  16. Lakoff, G. & Johnson, M. (1999). Leven in metaforen. Nijmegen: SUN.
  17. Dols & Van den Berg 2012.
  18. corporatebodies.nl.

Marijke Sybesma is hoofddocent aan de Academie voor Masters & Professional Courses van De Haagse Hogeschool en onderzoeker bij de kenniskring van het Lectoraat Change Management. Ze doet onderzoek naar het inzetten van speelfilmfragmenten als middel voor reflectie.