Verhaal:

De waarheid

Christina Hosman is MfN-registermediator in familierechtzaken. Ze publiceerde een verhalenbundel, Eigenlijk hadden we het best goed samen. Verhalen over scheidingen. Foto: Merlijn Doomernik.

‘Ik was aan het stofzuigen toen ik tegen een doos stootte die onder zijn bed stond. Toen ik de doos opende zag ik dit.’ Sofia haalde het boek uit haar handtas en legde het voor mij neer op tafel. De cover was voorzien van foto’s: Sofia in badpak op een ligstoel onder een parasol, Sofia met een paar vrouwen, gierend van de lach, Sofia met een kerstmuts op naast een dennenboom met talloze gekleurde lampjes. Naast haar stond een klein meisje met een zelfde muts op. Boven de kerstfoto prijkte de veelzeggende titel van het boek: De waarheid.


‘In de doos zaten een stuk of 25 exemplaren’, voegde ze eraan toe. Ik richtte mijn blik op haar man, in afwachting van wat hij daarop te zeggen had. ‘Ik heb dat puur voor mijzelf gemaakt,’ zei Ron, ‘ik geef dat heus niet aan anderen. Dit is iets tussen ons, het gaat niemand anders wat aan, toch?’ Ik schoof het boek voorzichtig over tafel richting Sofia. Ik wilde het niet openslaan, bang voor dat wat ik tegen zou kunnen komen. Liever liet ik mij vertellen wat er in stond. ‘Hierin,’ ging Ron verder en wees naar het boek, ‘staat het snoeiharde bewijs dat het niet aan mij ligt dat ons huwelijk kapot is. Sofia heeft een ander, al maanden leef ik in een wereld vol leugens.’ En het was goed, voegde hij eraan toe, als hun dochter dat ook wist, haar ging het tenslotte wél aan.


De waarheid bevatte Rons versie van dat wat er tussen Sofia en hem gebeurd was, gekleurd door de keuze die hij had gemaakt uit haar WhatsApp-berichten, vrij voorzien van aanvullingen op de tekst van zijn hand en natuurlijk foto’s. Zorgvuldig had hij ze geselecteerd uit hun vele vakantie­albums, bedoeld om te laten zien hoe goed hun huwelijk was geweest, als een aaneengeregen ketting uit louter schitterende momenten, abrupt stukgetrokken door haar lelijke verraad. Natuurlijk was het de beurt aan Sofia om haar verhaal te vertellen, maar hoe lastig was het om tegenwicht te geven aan dat van hem. Zijn verhaal lag loodzwaar op de weegschaal. Door het in eigen beheer te laten drukken in ten minste 25 exemplaren, full colour, had hij het extra gewicht van een volwassen olifant in de schaal willen leggen, zo stelde ik me voor, alhoewel – zolang hij nog niemand een exemplaar van zijn boek had gegeven was de schade vooralsnog beperkt tot, zeg, een babyolifantje.

Quote

Sofia stamelde. Ja, zij had een fijne vriendschap gesloten met die andere man, maar vreemdgaan kon je het niet noemen. Hij was eenzaam, ziek en hulpbehoevend en zij trok zich dat erg aan, ze voelde het als haar plicht, als mens, om hem wat gezelschap te houden. En in ruil gaf hij haar aandacht waar zij van opbloeide als een meisje van zestien. Van hartstochtelijke liefde was geen sprake geweest. Naastenliefde, dat was het goede woord, meer niet. Hoezeer zij ook haar best deed haar man ervan te overtuigen dat de werkelijkheid heel anders was dan dat wat hij eruit had opgemaakt, het maakte niets uit. Ron vertrok geen spier. Aan het einde van haar betoog legde hij vol vertrouwen zijn hand op de lectuur en roffelde er een paar maal zachtjes op met zijn vingers.


Ron en Sofia hadden ieder hun eigen verhaal, over pijn, gekwetstheid en verdriet. Hoe kreeg ik hen zover om werkelijk naar elkaar te luisteren en elkaars versie toe te laten in een nieuw verhaal? Een ding was zeker, die doos die onder het bed van Ron lag moest verdwijnen. Maar dit wilde Ron in geen geval. Hij hield dit zware geschut liever paraat voor wanneer hij dacht dat het nodig was, al bevestigde hij nogmaals dat het heus nooit zover zou komen.

Om de weegschaal enigszins in balans te krijgen had Sofia voldoende gewicht nodig, en in ieder geval meer, leek mij, dan dat van een babyolifantje. Ik realiseerde mij dat ik de zaak uit handen moest geven.