Conflict in kunst is niet genoeg

Petra Jonkers is politicoloog, rechtssocioloog en tekstschrijver. Ze schrijft o.a. over gedragswetenschappen en recht en is redactielid van dit tijdschrift.

Een goed verhaal wordt vaak gedragen door een conflict. ‘Conflict moet’, schrijft Frans Stüger in zijn boek Personages, conflict, perspectief met wenken aan schrijvers voor het schrijven van een verhaal. Maar met alleen een stevig conflict heb je nog geen goed verhaal. Zowel in het boek Ruzie van Enno de Witt als in de driedelige tv-documentaire 11 Friese fonteinen van regisseur Roel van Dalen, die de NTR recent uitzond, staat het conflict centraal. De Witt en Van Dalen willen allebei laten zien hoezeer het conflict in de mens ingebakken zit. Met dergelijke vooropgezette plannen dreigen de makers te eindigen waar ze begonnen zijn: met de overtuiging dat mensen nu eenmaal gedoemd zijn tot conflicten.


‘Ruzie is essentieel’, schrijft De Witt. ‘Zonder conflicten zouden we verzinken in te tevreden lethargie en nergens toe komen.’ Ook in het boek De grens beschreef hij allerhande grensconflicten. Hij blijkt gefascineerd door ruzies en hij ziet er wel de jeu van in. Zijn boek Ruzie start met bladzijden vol synoniemen voor en spreekwoorden met het woord ruzie. Daarna volgt een bont palet van ruzies door de geschiedenis heen, waarvan niet zo duidelijk is waarom die gekozen zijn: van kerkscheuringen tot persoonlijke vetes; van de opkomst en ondergang van politieke bewegingen tot de zeehondencrèche van Lenie ’t Hart. Deels speelt zijn gereformeerde herkomst een rol; bijna de helft van het boek is gewijd aan twisten in gereformeerde kring. De verhalen worden lezenswaardiger als hij er meer tijd voor neemt, zoals bij de beschrijving van de opkomst, verbrokkeling en neergang van communistische en antinazistische partijen in Nederland.

Het boek houdt het midden tussen een literaire bloemlezing en een socialegeschiedenisboek. De Witt presenteert zijn boek vanuit de vaste overtuiging dat Nederland een twistziek land is. De Nederlander is zelfs vooral te begrijpen in de context van die voortdurende twist. De schrijver is ervan overtuigd dat Nederlanders meer ruzie maken dan inwoners van andere landen; het hoort bij onze volksaard. Dat wreekt zich een beetje in de wijze waarop hij de conflicten beschrijft; hij vermeldt er steevast bij dat zaken nooit lang goed konden gaan, dat zich wel liet raden wat er na een frisse start toch gebeurde et cetera. Zijn al deze ruzies niet een beetje ongelijksoortig om zulke stevige conclusies te trekken? Hoewel het boek niet is bedoeld als wetenschappelijk betoog, geeft het wel aanleiding tot een aantal interessante onderzoeksvragen. Hoe zit het met de twist in landen om ons heen? Maken ze daar echt minder ruzie dan in Nederland? En hoe meet je dat? Door het aantal rechtszaken per duizend inwoners per jaar te meten? Door de ernst van de twisten te achterhalen, of misschien juist de futiliteiten waar mensen over strijden? Het aantal keer per jaar dat de rechter na een scheiding een omgangsregeling met de hond vaststelt?


Nee, dan de prachtige documentaire 11 Friese fonteinen. We zien de kunstcurator Anna Tilroe haar uiterste best doen om diverse buitenlandse kunstenaars, die in het kader van Leeuwarden als Culturele Hoofdstad van Europa 2018 zijn uitgenodigd, een locatie te bieden voor hun fonteinontwerp. Naast betrokkenheid ontmoet Tilroe kritische zin, weerstand maar ook steun bij de inwoners van de ‘elfstedentochtsteden’. Ze houdt vast aan haar missie, maar moet met de kunstenaars af en toe water bij de wijn doen. De ontwerpen die aan het begin van de serie worden gepresenteerd, halen bijna ongewijzigd de eindstreep, zij het dat ze soms op een andere plek kwamen te staan: omdat ze op de ‘eerste’ plek teveel lawaai zouden maken, water tegen ramen doen spatten of kiekjes van Japanse toeristen verpesten. Zonder aandacht voor karakters van mensen in een conflict blijft een verhaal leeg. Wat het boek Ruzie ontbeert, biedt de documentaire over de elf fonteinen: focus op één conflict en aandacht voor karakters. In de documentaire zien we bezorgde buurt­bewoners met stappen meten hoe ver de fontein wel niet de straat op zal spuiten. Ze waarschuwen tegen verwaaiende fonteinen en terwijl ze vertellen dat niemand bij de kerk wil zitten vanwege de voort­durende wind, zoomt de camera in op vrij volle bankjes. Ze uiten het gevoel alleen maar ‘voor het protocol’ gehoord te zijn en spreiden retorisch talent tentoon; ze sommen op waar het gemeenschapsgeld allemaal voor gebruikt had kunnen worden; de hoofdrolspelers blijken vindingrijke en kunstzinnige criticasters (makers van de alternatieve pauper- alias piemelfontein), toegewijde ambachtslieden en vasthoudende kunstenaars. Natuurlijk ligt hier net als in De Witts Ruzie de stereotypering op de loer. Zij het niet van ‘De twistzieke Nederlander’, zoals bij De Witt, maar van de Fries: ‘nuchter en bokkig zijn de Friezen’, valt te lezen in de vooraankondiging van de documentaire. Gelukkig zijn er niet alleen de conflicten en het protest, maar blijken er uitwegen naar oplossingen. Wel een rocky road, aldus Van Tilroe.

Bronnen

  • Enno de Witt, Ruzie. Van een lijk naast de kachel tot rijdende rechters, Amsterdam: Athenaeum 2018.
  • 11 Friese fonteinen, regie: Roel van Dalen; productie: Pieter van Huystee Film & TV, nu te zien op 2Doc.nl.