De goeierik en de slechterik

Judith Stoop is MfN-mediator in arbeidszaken bij Geschikt Mediation en is redactielid van dit tijdschrift.

Als mediator in arbeidsconflicten werk ik met aparte intakegesprekken. De werk­nemer is doorgaans – ik chargeer – te weinig gemotiveerd en betrokken, niet in staat tot zelfreflectie of bereid mee te gaan met de ontwikkeling die de organisatie doormaakt richting Bedrijf X-2.0. En bovendien absoluut niet te coachen of te managen. De werkgever daarentegen ontbeert meestal de menselijke maat, denkt alleen maar aan geld en wil de werknemer er op slinkse wijze uitwerken. Dat zijn de twee verhalen waarmee een mediation begint. Zo ongeveer. Vanuit het perspectief van de partijen gezien lekker overzichtelijk en zwart-wit. De schuld ligt duidelijk bij de ander.


Dat doet me denken aan mijn kinderen en de series die ze kijken. Ik heb twee kinderen, een van vier en een van zeven jaar. Jongens. Ze kijken Lego Ninjago - Masters of Spinjitzu, Ben 10, Teenage Mutant Ninja Turtles en Skylanders. En meer van dat soort series. Wie ook jongens in die leeftijdscategorie heeft, zal het rijtje moeiteloos kunnen aanvullen. Ze kijken altijd met volle aandacht, alsof ze gehypnotiseerd zijn, gezogen in die televisie of iPad of papa’s telefoon (want die van mij krijgen ze niet). Ze vertellen elkaar al kijkende wie ze zijn. ‘Ik ben Lloyd’ en ‘Ik ben Zane’. Lloyd en Zane zijn goeieriken, mocht u dat niet weten. De helden van Ninjago. Goeieriken zijn altijd goed te herkennen. Ze zijn knap, dapper, en uiteindelijk winnen ze het altijd van de slechteriken. Slechteriken zijn lelijk en gemeen, ze stelen of moorden, en uiteindelijk zijn slechteriken verliezers. In kinderseries is het onderscheid heerlijk helder. Mijn kinderen identificeren zich met de goeierik. Ze ‘zijn’ de goeierik, ook in hun spel (en onze kat is dan de slechterik). Nuances zijn er nauwelijks. ‘Een verhaal plakt het best als we een goeierik en een slechterik kunnen ontwaren’, zegt ook verhalenspecialist Sarah Gagestein.

Dat is in het algemeen wat we doen in onze mediations: de nuance weer laten ontdekken en het begrip voor elkaar ontlokken en vergroten

Maar in het echte leven ligt het net wat genuanceerder. Als mediators weten we dat als geen ander. Beide partijen hebben hun ‘verhaal’. Voor ieders verhaal valt altijd wel iets te zeggen. We begrijpen ze allebei. Alleen zij elkaar niet meer. ‘In mediation vertellen mensen je hun verhaal’, zei specialist in narratieve mediation Chris Bos, toen ik laatst bij hem een workshop volgde. En de optelsom van die twee verhalen vormt wat hij noemt ‘het dominante conflictverhaal’. En dit negatieve conflictverhaal is er de schuld van dat deze mensen nu ruzie hebben. In narratieve mediation worden mensen uitgenodigd samen een alternatief, positiever verhaal, dat in de kiem al bestaat, te vinden en te vergroten. (Chris Bos schrijft er eerder in dit nummer een mooie bijdrage over.) Zo hervinden mensen de nuance en het begrip voor elkaar.


Dat is in het algemeen wat we doen in onze mediations: de nuance weer laten ontdekken en het begrip voor elkaar ontlokken en vergroten. Want als na dat eerste gesprek alle verwijten over tafel zijn gegooid en er voorzichtig geluisterd wordt naar wat die ander eigenlijk te zeggen heeft, blijkt die werkgever weer net iets menselijker en begripvoller. En blijkt die werknemer net wat minder koppig en meer betrokken.


In de filmpjes waar mijn zonen naar kijken worden de tegenstellingen die het conflict veroorzaken juist uitvergroot, om de spanning op te voeren. Het doel is het uitroepen van een winnaar en een verliezer. In mediation zoeken we naar twee winnaars. Ik geloof niet dat mijn zonen nog zo gekluisterd zouden kijken als het in die filmpjes net zo zou gaan als bij onze mediations. Saaie boel!