.intake


Door Folkert Jensma

Geen boek of scenario zonder conflict

Geen boek, geen film, geen reportage kan zonder een conflict. Toch vragen we bij Tijdschrift Conflicthantering zelden of nooit aan schrijvers, filmers of andere auteurs wat zij nu precies van conflicten weten. Hoe ze die verhalen construeren, ontleden, verbeelden, opschrijven. Welke dynamiek zij zien, wat ze voelen of meemaken als een conflict onderdeel of uitgangspunt wordt bij een creatief proces. Wat dat precies voor verhalen zijn, waarin conflicten voor spanning zorgen, maar ook voor ontspanning.


Dit speciale vakantienummer van Tijdschrift Conflicthantering is juist daaraan gewijd – bedoeld voor het zomerse moment waarop onze lezers afstand hebben tot de realiteit van zakelijke of persoonlijke conflicten en de hoofdpersonen. En een uitdaging voor de redactie: buiten de gebaande paden van praktijk en wetenschap de creatieve sector ontdekken. Mediator Anneloor van Heemstra luisterde op locatie naar de verhalen van gedetineerde vrouwen en wel als filmmaker, in het kader van een tv-documentaire. Haar gevangenen worstelen met hun geschiedenis – hun leven willen ze reconstrueren, met een nieuw verhaal. Of neem familiemediator Christina Hosman die meemaakte hoe een man een compleet boek samenstelde (en uitgaf!) over het ‘prachtige huwelijk’ dat zijn vrouw verried door met een ander een relatie aan te gaan. Verhalen die wogen als lood en het gesprek juist verhinderden.


Henneke Brink, nieuw lid van de redactie van Tijdschrift Conflicthantering, interviewde schrijver/journalist Frank Westerman, die ‘Een woord, een woord’ schreef, een boek over onder meer de Molukse terreuraanslagen op treinen en een basisschool. Bij iedere terreurdaad hoort tegenwoordig een manifest, stelt hij vast. Anders Breivik schreef een uitgebreid verhaal, net als de UnaBomber. Zelfs de moordenaar van Van Gogh liet een tekst achter op het lichaam van zijn slachtoffer. Altijd ‘hermetische’ teksten. Hij stelt vast dat Nederland de zachtst denkbare aanpak bij gijzelingen en terreur kent – wij sturen psychiaters op de gijzelnemers af die goed kunnen luisteren.


Redacteur Lenka Hora Adama interviewde de Turks-Nederlandse documentairemaker en onderzoeksjournalist Sinan Can. Hij laat oorlog en conflict zien door de persoonlijke verhalen van de mensen die het meemaken. Hij is afgestapt van het interviewen van deskundigen. Can: ‘Mensen begrijpen dankzij verhalen elkaars leed beter en als ze vooroordelen hebben dan stellen ze hun mening over zaken soms bij.’ Lenka was door zijn werk gegrepen: ‘Elke documentaire die ik van hem zag weet me te raken door de pure verhalen, die vaak omlijst zijn met stilte. Doordat verschillende perspectieven worden belicht is het spannend om ernaar te kijken en luisteren. Het lijkt wel mediation’, schrijft ze.


Het levert een rijk nummer op, met onverwachte observaties en inzichten. ‘Ik hoop dat ik een steen in de vijver gooi’, zegt Can, over zijn journalistieke werk. De redactie van Tijdschrift Conflicthantering hoopt met dit nummer nieuwe perspectieven aan te bieden.

Quote

Sofia stamelde. Ja, zij had een fijne vriendschap gesloten met die andere man, maar vreemdgaan kon je het niet noemen. Hij was eenzaam, ziek en hulpbehoevend en zij trok zich dat erg aan, ze voelde het als haar plicht, als mens, om hem wat gezelschap te houden. En in ruil gaf hij haar aandacht waar zij van opbloeide als een meisje van zestien. Van hartstochtelijke liefde was geen sprake geweest. Naastenliefde, dat was het goede woord, meer niet. Hoezeer zij ook haar best deed haar man ervan te overtuigen dat de werkelijkheid heel anders was dan dat wat hij eruit had opgemaakt, het maakte niets uit. Ron vertrok geen spier. Aan het einde van haar betoog legde hij vol vertrouwen zijn hand op de lectuur en roffelde er een paar maal zachtjes op met zijn vingers.


Ron en Sofia hadden ieder hun eigen verhaal, over pijn, gekwetstheid en verdriet. Hoe kreeg ik hen zover om werkelijk naar elkaar te luisteren en elkaars versie toe te laten in een nieuw verhaal? Een ding was zeker, die doos die onder het bed van Ron lag moest verdwijnen. Maar dit wilde Ron in geen geval. Hij hield dit zware geschut liever paraat voor wanneer hij dacht dat het nodig was, al bevestigde hij nogmaals dat het heus nooit zover zou komen.

Om de weegschaal enigszins in balans te krijgen had Sofia voldoende gewicht nodig, en in ieder geval meer, leek mij, dan dat van een babyolifantje. Ik realiseerde mij dat ik de zaak uit handen moest geven.