Stieneke van der Graaf:

‘Ik ben voorstander van vrede stichten in plaats van procederen’

Dit interview met ChristenUnie-Tweede Kamerlid Stieneke van der Graaf is het derde in een reeks van vier met de fractiewoordvoerders op het terrein van mediation van de vier partijen die samen het kabinet-Rutte III vormen. Eerder spraken we met Chris van Dam (CDA) en Sven Koopmans (VVD).

interview

Door Fred Schonewille
Foto: Anne-Paul Roukema

Wat is voor u in het algemeen het vertrekpunt als het gaat om het oplossen van een conflict?

Ik zou willen dat het vertrekpunt is dat de partijen in een conflict er samen uitkomen, in het besef dat je elkaar tegen kunt blijven komen of zaken met elkaar zult blijven doen. En als het vertrekpunt is dat je er samen uit moet komen, zullen de partijen zich over en weer in elkaars zienswijzen moeten verplaatsen en zullen zij zich eveneens dienen te realiseren dat ieder van hen – dus ook de ander – met een goed verhaal, met een mooi stuk van de taart, thuis moet kunnen komen. En dat brengt mee dat de uitdaging is om de taart groter te maken zodat het eenvoudiger is om die te verdelen. Dit kan ongelofelijk lastig zijn, zeker als er sprake is van een grote emotionele lading van het conflict, maar het is in mijn ogen noodzakelijk dat het wel gebeurt.

Onlangs heb ik een dag meegelopen met de spreekuurrechter en daar is het doel te bezien of er tussen partijen een schikking kan worden bereikt. Ik zag hierbij dat partijen aan de keukentafel zelf hun verhaal voorleggen aan de rechter, zonder procesvertegenwoordiging, en dat de spreekuurrechter de verantwoordelijkheid behoudt voor een marginale toetsing aan de rechtsnormen die in een casus spelen.

Ik realiseer me dat mediation een ander proces is met meer ambities waarin dus niet het vinden van een compromis voorop staat zoals bij de spreekuurrechter. Maar ik heb ook hier de vraag of mensen die in een mediation participeren daar voldoende rechtsbescherming vinden. Aan de andere kant weegt voor mij zoals gezegd ook heel zwaar dat partijen in een conflict erop gericht kunnen zijn om er samen uit te komen. En dat samen eruit komen voor partijen een hoger belang kan dienen dan dat recht wordt gedaan volgens de normen van het systeem.


Ik ben zelf een keer bij een mediationtraject aanwezig geweest en kreeg toen het gevoel dat de gevonden oplossingen recht deden aan beide betrokken partijen, misschien wel meer dan bij de rechter het geval zou zijn geweest.

De ChristenUnie is een partij die zich in het bijzonder inzet voor het gezin en voor families. Hoe komt dit naar voren als het gaat om conflicthantering en rechtsbescherming?

Ik vind het belangrijk dat in het bijzonder mensen in een scheiding of in een ander familieconflict zich niet ingraven in hun eigen gelijk omdat ze dan vaak hun echte belangen uit het oog verliezen en het dan veel lastiger wordt om elkaar weer te vinden. Het gaat er mij om dat de partijen worden aangemoedigd zich in de ander en in de positie van de ander te verplaatsen. Daarbij is het wel van belang dat mensen zich bewust zijn van hun rechten. Het verbeteren van de onderlinge verhoudingen speelt voor mij een grote rol in familieconflicten, evenals een borging van het proces in het wettelijk kader dat aan de orde is in een specifiek conflict. Het kan namelijk ook zo zijn dat een partij in een conflict toegeeft op de inhoud omdat ze de relatie belangrijk vinden. Als dit gebeurt dan ben ik daar zeker niet tegen – de beste oplossing van het conflict hoeft niet te zijn dat de partijen uitkomen op de wettelijke regels – maar de toegevende partij moet zich er wel van bewust zijn dat hij iets weggeeft. Want de vraag wanneer er recht is gedaan moet eveneens worden gesteld.

Ik zou dus een weg willen vinden waarbij aan beide uitgangspunten tegemoet wordt gekomen en kan me voorstellen dat mediation dan een goede optie is. Zeker in familiekwesties vind ik het erg mooi als de betrokken partijen samen eigenaar worden van de door hen gevonden oplossing en dat is wat mediation brengt.

Mede naar aanleiding van het rapport Scheiden zonder schade van de commissie-Rouvoet gaat er gewerkt worden aan de vernieuwing van de rechtspraak. Het doel van de vernieuwing is om conflicten te de-escaleren en zo veel mogelijk te ontdoen van elementen van tegenspraak. Mooi dat hiervoor de ruimte wordt gezocht, ook als dit betekent dat het procesmonopolie van de advocaat niet meer vanzelfsprekend is.

Er moet veel oog zijn voor ongelijkheid tussen de partijen in een conflict en de mate van rechtsbescherming die partijen genieten

Hoe ziet u de verhouding tussen mediation en rechtspraak en hoe zou vanuit de huidige situatie een betere balans kunnen worden gecreëerd?

Ik ben voorstander van vrede stichten in plaats van procederen. Maar daar is nog niet alles mee gezegd. Rechtspraak is niet alleen geschillen­beslechting, het gaat ook om herstel van verhoudingen of het oplossen van onderliggende problemen. Dat kan ook met mediation, maar rechtspraak dient nog een doel: de ontwikkeling van jurisprudentie en het bijdragen aan rechtszekerheid.

Ik woon in Groningen en heb daar gezien hoe moeizaam het afwikkelen van de schade loopt die is veroorzaakt door de aardbevingen. Voor mij maakt die situatie duidelijk dat er, als het gaat om het formuleren van regels over conflicthantering, veel oog moet zijn voor ongelijkheid tussen de partijen in een conflict en de mate van rechtsbescherming die partijen genieten. Wat voor mij daarnaast ook speelt is dat de uitspraken van rechters een normerende werking hebben en bepaalde uitspraken daardoor leidend kunnen zijn voor andere, vergelijkbare zaken. Dit effect ontbrak in Groningen lange tijd waardoor er sprake was van veel rechtsonzekerheid bij de betrokken mensen. Ik heb gemerkt dat rechtspraak in zo’n geval dus nodig is.

Maar aan de andere kant heb ik in deze kwestie ook ervaren dat de drempel om naar de rechter te gaan voor veel mensen die schade hadden geleden door de aardbevingen te hoog bleek. Een gerechtelijke procedure kan lang duren, kost geld, en het is niet zeker dat je de zaak zult winnen. Ook omdat in een gerechtelijke procedure de bewijslast ligt bij de partij die stelt schade te hebben; het procesrisico is derhalve een factor die veel mensen weerhoudt van een gang naar de rechter. Opvallend was dat duizenden mensen wel kozen voor de Arbiter Bodembeweging: de arbitrale procedure die beschikbaar is gesteld door de Nationaal Coördinator Aardbevingsschade. De redenering hierbij voor veel mensen was dat de toegang tot deze arbiter laagdrempelig is en de mogelijkheid de rechter in te schakelen open blijft staan.

Over Stieneke van der Graaf

Op de website van de Tweede Kamer introduceert Van der Graaf zich als volgt:


‘Politiek kreeg ik van huis uit mee. Dan heb je twee opties: je vindt het leuk, of je vindt het niet leuk. Ik vond het leuk! Zo hielp ik als kind al mee met campagnevoeren. In mijn studententijd ben ik politiek actief geworden. Ik ging me inzetten voor de ChristenUnie en in 2007 werd ik het jongste lid van de Provinciale Staten van Groningen.

Ik heb een duidelijke drijfveer in de politiek: recht doen waar onrecht plaatsvindt. Dichtbij, zoals in de provincie Groningen, waar veel mensen onrecht ervaren door de gaswinning. Maar ook elders in de wereld. De gesprekken die ik in een vluchtelingenkamp in Jordanië had met Syrische vluchtelingen maakten bijvoorbeeld diepe indruk op mij.

Gerechtigheid, duurzaamheid en internationale samenwerking vormen een rode draad in mijn politieke werk. Ook vind ik het heel belangrijk dat de regio, dus alle delen van Nederland die niet bij de Randstad horen, vertegenwoordigd is in Den Haag.’


Stieneke van der Graaf is jurist, was vanaf 15 maart 2007 Statenlid voor de ChristenUnie in de provincie Groningen en werd in 2013 voorzitter van deze fractie. Daarnaast was ze juridisch adviseur bij Capital Tool Company, een bedrijf dat zich bezighoudt met het financieren van kleine bedrijven in ontwikkelingslanden en opkomende economieën. Eerder deed zij over de grens ervaring op bij de Nederlandse vertegenwoordiging bij de mensenrechtenraad van de VN in Genève.


Van der Graaf is sinds 31 oktober 2017 Tweede Kamerlid en is woordvoerder van de fractie van de ChristenUnie op de volgende terreinen: Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Europa, Regio, Media en Infrastructuur.

Hoe kijkt u in dit verband aan tegen de Wet bevordering mediation?

De procedure bij de spreekuurrechter is gebaseerd op artikel 96 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De hick up is hier dat beide partijen voor deze procedure moeten kiezen. In het regeer­akkoord hebben we afgesproken dat er een experimenteerbepaling in de wet wordt opgenomen die het mogelijk maakt hiervan af te wijken. Dit maakt ook dat ik met interesse ga kijken naar de Wet bevordering mediation omdat ik de lijn van het laten starten van partijen in een conflict in de setting van mediation op zich wel voor me zie. De vragen ‘waar staan we precies’ en ‘zouden we er ook anders uit kunnen komen met elkaar’ zouden daar dan aan de orde kunnen worden gesteld. Partijen kunnen zo samen eigenaar worden van de oplossing. Wel moet je goed kijken in welke zaken je dit toe zou passen. De machtsongelijkheid tussen partijen kan daarbij een rol spelen en wellicht leent niet ieder rechtsgebied zich goed voor het toepassen van mediation.

Bent u een voorstander van mediation in strafzaken?

Bij een zedendelict of ernstig geweldsmisdrijf is het goed voorstelbaar dat slachtoffer en dader ver uit elkaar staan en dat de tafel van een mediator niet direct voor de hand ligt. Wel kijk ik met belangstelling naar de ontwikkeling van het herstelrecht, om de dader en het slachtoffer actief te betrekken bij het strafproces, om herstel van door de misdaad geschonden relaties mogelijk te maken.

(Advertentie)

Fred Schonewille is partner in Schonewille & Schonewille Legal Mediation, legal mediator, auteur, docent, onderzoeker en redactielid van dit tijdschrift.