Verhaal:

Verhalen
verzamelaar

Anneloor van Heemstra werkt als televisiemaker momenteel aan twee nieuwe televisieseries. Daarnaast heeft ze een praktijk voor coaching en mediation.

Het is een zonnige ochtend in mei. Het zomerse gevoel dat ik heb verdwijnt snel zodra ik de koude, hoge gevangenishekken passeer. Voor de Humanistische Omroep film ik al een aantal maanden een groep moeders in de gevangenis voor een documentaire over moederschap achter de tralies. We zijn heel vroeg opgestaan om het openen van de celdeuren te kunnen filmen.


De cameraman en geluidsvrouw testen de apparatuur. We hebben nog een kwartiertje. Terwijl ik werktuigelijk een bekertje ranzige koffie inschenk uit de kan in het bewakershokje middenin de grote hal, kijk ik naar de rijen celdeuren. Ik denk aan de verhalen achter die deuren.


Gisela, bijvoorbeeld, heeft een parkiet in haar cel. Als de deur op slot is, vliegt de parkiet vrij rond. Ze vertelt met de parkiet op haar schouder hoe ze zich schaamt, omdat ze de vrienden van haar ouders heeft opgelicht. Steeds als ze haar vader spreekt aan de telefoon wil ze hem zeggen dat het haar spijt, maar ze kan het niet. Haar vader blijft lief aan de andere kant van de lijn. Hij zorgt nu voor haar kinderen.

Joy schreef een lied voor haar moeder van wie ze de begrafenis miste. Ze wilde het voor mij zingen. Van Joy moest ik klappen om de maat aan te geven. ‘Zo moet het,’ zei ze, ‘nee, zo.’ Ik klapte steeds verkeerd, ik heb geen gevoel voor ritme. Ze zong rauw en ook mooi, terwijl ze mij recht aankeek.


Eerder die week gingen we met Nour naar de werkplaats waar ze ons fluisterend toevertrouwde hoe trots ze is op zichzelf dat ze de zeilmakerij van de gevangenis zelfstandig runt. Dat had haar man vroeger nooit toegestaan. Haar man leeft niet meer. Jarenlang mishandelde hij haar. Nour doorstond het voor haar kinderen, zegt ze. En omdat ze dacht dat ze het misschien wel verdiend had. Voor haar verhaal was geen plek in hun relatie. Nour stak na twaalf jaar haar man dood. Nu ziet ze haar kinderen een keer per maand. Ze komt pas vrij als ze alle vier volwassen zijn. Ook dit vertelde ze ons, de ene na de andere sigaret opstekend in haar cel. Soms moesten we het gesprek onderbreken. ‘Wil je nog wel door?’, vroeg ik dan. ‘Ja’, zei ze. ‘Jawel, maar ik heb het nooit eerder verteld. Nooit zo… op deze manier. Alsof ik het aan een vriend vertel.’


Ik ben een welkome afleiding in de dagelijkse sleur van het gevangenisbestaan, besef ik. En dat dit een belangrijke reden is waarom de vrouwen met mij in gesprek gaan, weet ik. Ik geef oprechte aandacht. Ik heb nooit haast. Ik ben er. Ik luister. En ik meen het. Ik meen het echt. Maar ik weet ook dat er een dag komt dat ik weg ben. Dan ga ik ‘de montage in’ zoals dat heet. Dan maak ik van alles wat ik hoorde en zag mijn eigen versie en stuur die via de televisie de wereld in.


Als ik aan het filmen ben, voel ik soms wel een moreel dilemma: ik ben toch een beetje een voyeur. Er wordt mij zoveel toevertrouwd. Met de nadruk op het woord vertrouwd. De hoofdpersonen vertrouwen mij hun levensgeschiedenis, hun dromen, hun angsten toe en dat voelt als een zware verantwoordelijkheid. Ik wil de verhalen die ik hoor een plaats geven. Ze hebben ruimte, licht en verzorging nodig, nadat ze soms jarenlang verborgen waren in de harten en de hoofden van hun eigenaren. Maar televisie biedt daarvoor weinig ruimte. Leed verkoopt, nuance niet. Toch blijf ik filmen, want ieders verhaal past in het gemeenschappelijke verhaal. Namelijk dat van verlangen naar liefde en erkenning. Ook in mediations zie ik dat steeds weer terug. Dat drijft me om door te gaan met wat ik doe.


Ik ben blij dat ik de vaardigheden die ik gebruik als regisseur kan toepassen in mediations en andersom. Bij beide draait het om het verwerken van oude verhalen en samen een nieuw verhaal maken, zij het op een andere manier.


Middenin mijn gemijmer word ik opgeschrikt. De cameraman wenkt heftig: ‘We moeten! Ze gaan die cellen opendoen.’ De geluidsvrouw en ik gaan er gauw achteraan op kousenvoeten, want we mogen niet hoorbaar zijn in de film. De sleutels rinkelen in de hand van de bewaker als ze de deuren opent. Kleine wereldjes worden zichtbaar. De vrouwen zitten op hun bed of achter hun tafeltje te lezen, te roken, of kijken televisie. Een nieuwe dag begint.