Jan van Zanen Voorzitter Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Goede

bereikbaarheid

is essentieel

De laatste troonrede bevat veel ambities voor het komend jaar. Het lokaal bestuur werd regelmatig genoemd als waardevolle schakel in het verwezenlijken van veel van de voornemens. Soms werden de gemeenten niet expliciet genoemd, maar voelen wij ons wel aangesproken. Een voorbeeld daarvan is: ‘Voor een inhaalslag in infrastructuur is in deze kabinetsperiode 2 miljard euro extra beschikbaar. Daarmee worden fileknelpunten aangepakt, de verkeersveiligheid verbeterd en het openbaar vervoer versterkt.’
Het is goed dat verbinding en mobiliteit een speerpunt zijn. Voor zowel de leefbaarheid als voor de economische ontwikkeling is dat essentieel. Veel middelgrote gemeenten hebben voor een flink gebied meer en meer een centrumfunctie ten aanzien van bijvoorbeeld (beroeps)onderwijs, specialistische gezondheidszorg en werkgelegenheid. Goede bereikbaarheid is daarmee een essentieel onderdeel van die voorzieningen.
Twee miljard is een serieus bedrag maar desalniettemin zijn er scherpe en verstandige keuzes nodig. Daarvoor moeten gemeenten onderling en gemeenten, provincies en het Rijk goed samenwerken. Het gaat niet alleen om méér, al is dat bij sommige hardnekkige knelpunten wel het geval. Het gaat zeker ook om ánders. Mensen hebben andere wensen dan enkele jaren terug en innovaties hebben ook grote invloed op mobiliteit. Een nu al goed zichtbare verandering is dat veel reizen worden ‘opgeknipt’ en dat mensen op één dag dus zowel gebruikmaken van hun eigen fiets of auto, als ook van bus, tram of trein en vervolgens nog eens van een leenfiets of een deelauto. Ieder traject vraagt om een andere infrastructuur en ieder ‘overstapmoment’ vraagt om andere voorzieningen. Gemeenten zijn als eerste overheid de belangrijkste coördinator om dit zo soepel mogelijk te laten verlopen.
Bij het maken van keuzes is het overigens van belang dat de middelen niet zodanig geoormerkt zijn dat het Rijk alvast een verdeling maakt over de verkeersmodaliteiten. Zoals het eerder al een discussiepunt was bij de MIRT zou hier voorkomen moeten worden dat geld besteed moet worden aan de aanleg van een weg terwijl het voor de betrokken gemeenten na overleg met de inwoners evident is dat er meer mobiliteitswinst te verwachten is van bijvoorbeeld een busbaan of de verlenging van een metrolijn.
De slotzin van het regeerakkoord van dit kabinet is: ‘Wij zijn vóór verschillen, maar tegen tegenstellingen.’ Daar ben ik het helemaal mee eens. Laten we geen geld verspillen, maar ook geen tijd verdoen met discussies hierover, en laten we de handen ineen slaan om de aangekondigde inhaalslag snel te realiseren.

De gemeente is de belangrijkste coördinator om dit zo soepel mogelijk te laten verlopen