Brexit en Trump bedreigen Nederlandse economie

ECONOMEN LEGGEN VINGER OP DE ZERE PLEK

De Nederlandse economie draait op volle toeren, maar toch naderen donkere wolken die de groei kunnen remmen. De brexit en de dreigende handelsoorlog met de Verenigde Staten zijn de grootste boosdoeners, zeggen economen.


Tekst: Nicolette van den Hout | Beeld: Olivier Douliery/POOL/EPA/ANP

Focus blikt met twee economen terug op het begin van deze ontwikkelingen en legt de vraag voor wat dit de Nederlandse economie gaat kosten. ‘Onze economie is in feite voor het overgrote deel afhankelijk van wat er in de rest van de wereld gebeurt’, zegt econoom en socioloog Sandra Phlippen. Ze is hoofd Nederland bij het economisch bureau van ABN Amro en universitair docent aan de Erasmus School of Economics. Vooralsnog profiteert Nederland van de groeiende wereldhandel, maar de piek ligt achter ons. Vorig jaar groeide de economie met 3,2 procent, blijkt uit cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). Volgens de Macro Economische Verkenning (MEV) 2019 van het CPB, gepresenteerd op Prinsjesdag, groeit de economie dit jaar met 2,8 procent en volgend jaar met 2,6 procent. Maar deze groei wordt bedreigd door ‘toenemende onzekerheden’. Als voorbeeld noemt het CPB de handelsconflicten die kunnen ontstaan en de brexit. Phlippen onderschrijft deze twee ontwikkelingen als grootste bedreigingen voor de Nederlandse economie.

Volgens Barbara Baarsma, econoom, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en directeur kennisontwikkeling bij de Rabobank, zijn er verschillende dreigingen, maar is het ‘moeilijk te zeggen’ welke de grootste is. ‘Het is een momentopname.’ Wat haar betreft staan klimaatverandering, terrorisme en de oorlogen in de wereld ook hoog op het lijstje. ‘We hebben berekend dat alleen al de dreigingen in 2017 een half procentpunt groei hebben gekost.’

Dat Nederland zo gevoelig is voor buitenlandse invloeden, komt doordat het land een ‘zeer internationaal gerichte economie heeft’, doceert Baarsma. Nederland is klein, dus Nederlandse handelaren kunnen meer producten in het buitenland verkopen dan in eigen land. De geografische ligging werkt ook mee. ‘Vanuit Nederland stromen de goederen door naar het achterland van Europa’, zegt Baarsma. ‘Daarnaast zijn we ook een doorvoerland voor data, financiële stromen via bijvoorbeeld de zogeheten brievenbusmaatschappijen en voor zee- en luchthavens. Neem Schiphol, bijna 40 procent van de passagiers zijn overstappers.’


Handelsoorlog

Hoe beter het in de wereld gaat, hoe meer Nederland daarvan profiteert. Zo’n dreigende handelsoorlog is dus niet goed voor onze economie. De dreiging ervan begon in januari van dit jaar toen de Amerikaanse president Donald Trump hogere handelstarieven aankondigde op zonnepanelen die vanuit China worden geïmporteerd. In maart deed hij er nog een schepje bovenop door eveneens hogere handelstarieven in te voeren op staal en aluminium. Dat raakt ook de Europese Unie. In mei sloot hij met verschillende landen een handelsdeal. De EU viel daarbuiten, net als China, Canada en Mexico. De landen sloegen terug. ‘Vanuit Europa werden extra heffingen geheven op tweehonderd Amerikaanse producten zoals spijkerbroeken, make-up, Harley-Davidsons en whisky’, zegt Baarsma. ‘Het bedrag waarmee wij de VS raken, is nog niet half zo groot als het bedrag waarmee wij geraakt worden door de Amerikaanse handelstarieven.’

De producten zijn strategisch gekozen, zegt Phlippen. Ze worden voornamelijk gemaakt in gebieden waar Trump-stemmers wonen. ‘Het idee daarachter is dat de kiezers Trump op andere gedachten kunnen brengen.’ Maar het is de vraag of dit werkt. ‘Zelfs nu de achterban van Trump geconfronteerd wordt met hogere kosten, zeggen kiezers dat ze zijn principes zo belangrijk vinden, dat ze bereid zijn die kosten te dragen. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling.’

Het CPB heeft de economische consequenties van een handelsconflict doorgerekend. De studie bestaat uit vier stappen, van minst escalerend tot een extreem escalerend wereldhandelsconflict. ‘De ontwikkelingen gaan zo snel dat we bij het verschijnen van het rapport al in het derde stadium zaten’, zegt Phlippen. ‘Voor Nederland vallen de economische consequenties in eerste instantie nog wel mee. Het gaat om enkele tienden van procenten in de groei van het bruto binnenlands product (bbp), wat wel heel veel is, maar het is nog niet heel dramatisch.’

Ook de Rabobank heeft uitgerekend wat een wereldwijde handelsoorlog Nederland gaat kosten. Volgens die berekeningen lopen we tot 2020 zo’n 3,5 procentpunt groei mis. Na 2020 loopt Nederland een klein beetje van het verlies weer in, waardoor de uiteindelijke schade tot 2023 zo’n 3 procentpunt bedraagt ten opzichte van een situatie waarbij een handelsoorlog achterwege zou zijn gebleven. Dat komt neer op 20 miljard euro.

Hoe beter het in de wereld gaat, hoe meer Nederland daarvan profiteert

Bron: Centraal Planbureau, 2018

Brexit

De tweede grote dreiging voor de Nederlandse economie is de brexit. Na Duitsland is het Verenigd Koninkrijk de tweede EU-handelspartner van Nederland. Maar de Britten maken na 29 maart 2019 geen deel meer uit van de Europese Unie. Ook deze gevolgen heeft de Rabobank doorgerekend, waarbij er nog geen rekening is gehouden met de overeengekomen overgangsperiode die tot 31 december 2020 duurt. Bij een harde brexit, waarbij er geen afspraken zijn gemaakt en geen handelsakkoorden zijn, vertraagt de Nederlandse groei tot 2030 met 4,5 procent. Bij een zachte Brexit, waarbij het VK volledig onderdeel blijft van de Europese handelsmarkt, vertraagt de bbp-groei op lange termijn met 3 procent.

Phlippen ging er deze zomer vanuit dat het een zachte brexit wordt. ‘De twee heftigste brexiteers Boris Johnson, voormalig minister van Buitenlandse Zaken, en David Davis, voormalig brexit-minister, hebben van de zomer het schip verlaten. Hun besluit dat het effectiever is om aan de buitenkant te gaan roepen, is een signaal dat het schip richting een zachte brexit aan het varen is’, zegt Phlippen. ‘Ik denk dat het een, zoals de Engelsen dat noemen, brexit in name only wordt. Dat is een brexit waarbij de belangrijkste onderdelen gehandhaafd blijven, zoals de toegang tot de interne Europese markt en de heffingsvrije douane-unie.’ Maar helemaal zeker is ze er niet van, doordat de onderhandelingen niet soepel verlopen. ‘Hierdoor neemt de kans op een harde brexit of een remain, dat ze in de EU blijven, toe.’


Politieke diplomatie

Volgens Baarsma en Phlippen kan de schade aan de Nederlandse economie zoveel mogelijk worden ingeperkt door politieke diplomatie, op wereldniveau en op Europees niveau. ‘Brexit en Trump hebben ertoe geleid dat de EU-leiders hebben ervaren dat ze meer samen moeten doen’, zegt Baarsma. ‘Samen staan ze sterker. En dat is niet per se méér Europa, maar op bepaalde dossiers moeten ze inzetten op een betere samenwerking. Zo is de dienstenmarkt nog lang niet zo vrij als de goederenmarkt.’ Volgens Phlippen zijn er ook grote slagen te maken met een verdieping van de monetaire unie en door de bankenunie versneld af te maken. ‘Bovendien zien de leiders nu dat de Britten door de brexit meer weggooien dan dat ze terugkrijgen’, zegt Baarsma. Ook Rutte heeft dat ingezien. ‘Rutte heeft bij zijn laatste speech in het Europees Parlement een draai gemaakt zodat we toch fors achter de EU-agenda zijn gaan staan’, zegt Phlippen. ‘De Europese burgers zullen zich gaan realiseren dat we een soort moederschip nodig hebben om ons veilig te wanen in een wereld met grote spelers zoals China, Rusland en Amerika. Als klein landje kun je niet alleen overleven, dus je moet je onder een moederschip kunnen scharen. En als dat Amerika niet is, dan moet dat Europa worden.’

‘Op bepaalde dossiers moeten de EU-leiders inzetten op een betere samenwerking’

MEER INTERNE STABILITEIT: BELANGRIJKE ROL VOOR GEMEENTEN


Wat econoom Sandra Phlippen betreft moet Nederland gaan nadenken over een structurele oplossing, zodat we minder gevoelig zijn voor de invloeden van buitenaf. ‘Als het slecht gaat met de economie, dan zakken wij echt heel diep weg, en als het goed gaat, koken we helemaal droog.’ Met droogkoken bedoelt Phlippen het dreigende arbeidstekort in steeds meer sectoren, zoals bouw, ICT en horeca. Volgens Phlippen moet de overheid veel beter aangeven wat de arbeidsmarktverwachtingen over tien jaar zijn, zodat mensen de juiste studiekeuze maken. ‘Daardoor worden we minder conjunctuurgevoelig in het arbeidsaanbod.’

Een andere manier om de economie stabieler te maken, is het verhogen van het ‘vrij besteedbaar inkomen’, het geld dat de consument kan besteden zoals hij wil. ‘Dat vrij besteedbaar inkomen is relatief laag, doordat we veel verplichte arrangementen hebben, zoals de pensioenafdracht en de zorgverzekering,’ zegt econoom Barbara Baarsma. ‘Om het besteedbaar inkomen te verhogen moeten er grondige herzieningen doorgevoerd worden. Ons vermogen zit vast in stenen en pensioenen, en dat kan anders. Bijvoorbeeld door een deel van de pensioenopbouw onder bepaalde voorwaarden te besteden aan de aankoop van een huis.’

De lokale overheid kan ook bijdragen aan stabiliteit. De snelle veranderingen op het gebied van ICT en milieu zullen veel mensen dwingen op zoek te gaan naar ander werk. ‘Gemeenten hebben een heel belangrijke rol bij het mensen helpen die stap te maken. Hoe beter dit lukt, hoe meer inkomenszekerheid mensen hebben en dat werkt weer door in de macro-economische stabiliteit,’ zegt Phlippen.

Ook de woningmarkt is erg afhankelijk van de lokale overheid, vult Baarsma aan. ‘Gemeenten waar sprake is van een woningtekort moeten gaan bouwen, met beleid, duurzaam, maar wel snel. Op dit moment kan de woningmarkt de flexibiliteit van de arbeidsmarkt niet bijhouden.’ Door het tekort aan woningen in de toch al verhitte stedelijke woningmarkten stijgen de huizenprijzen hard en daalt het vertrouwen van de consument in de huizenmarkt. ‘Als de woningmarkt in het slop raakt, heeft dat grote invloed op de economie. In goede tijden dragen woninginvesteringen namelijk bij aan de groei van het bbp, maar in slechte tijden geldt het omgekeerde.’