Uit de schulden

OVERHEDEN PAKKEN PROBLEEM SAMEN OP

Het aantal mensen met problematische schulden terugdringen en mensen met schulden effectiever helpen. Het kabinet-Rutte III wil er volgens het regeerakkoord echt werk van maken. Samen met andere overheden welteverstaan. Focus besprak de mogelijkheden daartoe met Nadja Jungmann, lector schulden en incasso aan de Hogeschool Utrecht.

Tekst: Paul van der Zwan | Beeld: Shutterstock

Problematische schulden vormen een hardnekkig probleem. Mensen die er eenmaal mee te maken hebben, komen er niet snel vanaf. Sterker: het wordt vaak van kwaad tot erger. Het gaat bij hen niet alleen om geldzorgen, maar ook om onder meer gezondheidsklachten en sociale uitsluiting.

Niet vreemd dus dat de aanpak van problematische schulden ook een van de tien thema’s is van het Interbestuurlijk Programma (IBP), die voortkomen uit het akkoord van het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen om samen een aantal grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) stuurde in mei al het Actieplan brede schuldenaanpak naar de Kamer. Daarin eveneens een aantal maatregelen die samenwerking vergen tussen verschillende overheidslagen.


Lichte daling

Ook Nadja Jungmann ziet de ernst van het vraagstuk van mensen met problematische schulden. Want dat probleem is groot. Actuele landelijke cijfers daarover ontbreken volgens haar. ‘Maar als ik bijvoorbeeld kijk naar het aantal mensen dat achterstand heeft bij de betaling van de hypotheek- en de zorgpremie dan zie ik een lichte daling. En de armoedecijfers tonen een daling van het aantal mensen in armoede. Op grond daarvan vermoed ik dat het aantal mensen met problematische schulden afneemt. Maar ik denk dat de groep mensen met langdurige problematische schulden juist groeit. Die ontwikkeling zien we ook in de langdurige armoede.’

De vraag of de overheid een rol heeft in de hulp aan mensen met grote schulden, beschouwt Jungmann als een politieke vraag. ‘Financiële problemen werken natuurlijk overal in door, onder meer in het gebruik van de gezondheidszorg en in het aantal uitkeringen. De overheid heeft een financieel belang dat mensen meedoen in de maatschappij. Dat geeft haar wel een rol om mensen met problematische schulden te helpen. Afgezien nog van het morele argument om hen bij te staan.’

Overheden kunnen naar het oordeel van Jungmann wel meer doen dan nu gebeurt. Zowel aan preventie als aan oplossingen. ‘Bij dat laatste speelt natuurlijk de vraag hoeveel ruimte je biedt aan mensen die in zware schulden zitten.’

Het voornemen van het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen om met behulp van het IBP het aantal mensen met problematische schulden terug te dringen en mensen met schulden beter te helpen, vindt Jungmann goed. ‘Dat ze erover met elkaar om de tafel gaan, is een stap vooruit. Voorheen ontbrak de gedeelde verantwoordelijkheid. Dit is echter pas een eerste stap en nog geen geruststelling dat het wel goed komt. De waarde van de gezamenlijke aanpak wordt pas echt zichtbaar in wat ze gaan bereiken.’

Een van de actiepunten waarmee de overheden inzetten op preventie en vroegsignalering vormt uitwisseling van persoonsgegevens en privacybescherming (UPP); dat speelt overigens ook bij de ondersteuning van onder meer kwetsbare jongeren en personen met verward gedrag. Gemeenten zoeken binnen dat UPP samen met departementen naar oplossingen. Zeer belangrijk, vindt Jungmann. ‘Het is erg onduidelijk welke gegevens je wel en niet mag uitwisselen. Meer helderheid is meer dan welkom.’


Laaggeletterd

Laaggeletterden lopen een grotere kans om langdurig in de schulden te raken dan mensen die goed kunnen lezen en schrijven. Het actieplan streeft daarom naar het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid. Onder meer gemeenten en departementen werken daarbij samen in het programma Tel mee met taal. ‘Als je laaggeletterd bent dan is het bijvoorbeeld moeilijk om je administratie te doen, maar we moeten ook niet te veel verwachten van dat taalprogramma. Stel, je bent 43 jaar en laaggeletterd. Dan is het niet aannemelijk dat je binnen een jaar zo goed kunt lezen dat je je administratie kunt bijhouden.’ Jungmann benadrukt dat ze niet cynisch is maar er wel realistisch naar wil kijken. ‘Je moet je ook afvragen wat je doet met de groep mensen die laaggeletterd blijft en wat je doet in de periode dat mensen werken aan hun laaggeletterdheid. Hun schuldenproblematiek moet nú immers opgelost worden!’

‘De overheid heeft een financieel belang dat mensen meedoen in de maatschappij’

Nadja Jungmann, lector schulden en incasso aan de Hogeschool Utrecht.

Complexe organisatie

Het actieplan stelt ook eenvoudig maatwerk bij ingewikkelde problemen in het vooruitzicht, te bieden door departementen en gemeenten. De ondersteuning van kwetsbare burgers kent een complexe organisatie. Een stapeling van problemen en verstrikking in bureaucratie kunnen het gevolg zijn. Dat aanpakken, noemt Jungmann urgent. ‘Het ontbreken van maatwerk kan immers bijdragen aan escalatie van schuldenproblematiek. Dat het Centraal Juridisch Incassobureau het minimale schuldbedrag dat recht geeft op betalen in termijnen gaat verlagen van 225 naar 75 euro is een mooie stap. Tot twee jaar terug kon je nog helemaal niet in termijnen aflossen.’

Mensen met een licht verstandelijke beperking die problematische schulden hebben, verdienen eveneens ondersteuning, aldus het plan van Van Ark. Ook hierbij werken gemeenten en het Rijk samen. Jungmann haalt het Actieplan LVB, schulden en werk van verschillende organisaties aan, dat deze zomer is gepresenteerd. Zij was betrokken bij het opstellen van het plan en vindt dat er concrete voornemens in staan.

Gemeenten en het departement van SZW werken volgens het actieplan samen aan het verbeteren van de toegang tot schuldhulpverlening; zij streven eveneens naar kortere wachttijden voor die hulp. Daar kan naar het oordeel van Jungmann niemand tegen zijn. Maar zij wil graag weten hoe beide overheden dat denken te bereiken. ‘Ik ben positief nieuwsgierig, hoor, en niet cynisch, maar het moet niet een aanpak worden die in de praktijk geen effect heeft.’

Verschillende overheidsorganisaties gaan bekijken hoe het directe contact met schuldenaren kan worden verbeterd. ’Mooie intenties,’ vindt Jungmann, ‘maar de kracht gaat ook hierbij zitten in de uitwerking.’ Zij wijst er overigens op dat staatssecretaris Van Ark een aantal voorstellen heeft verwezenlijkt waar al langer om werd gevraagd. ‘Dan doel ik bijvoorbeeld op het besluit dat deurwaarders niet meer op alle goederen van schuldenaren beslag mogen leggen. Maar is dat genoeg? En wanneer treedt dit voornemen in werking? Het plan bevat bijvoorbeeld ook het voornemen om de berekening van de beslagvrije voet te vereenvoudigen. Dit betreft het bedrag dat mensen overhouden als een deurwaarder beslag legt. Het wetsvoorstel dat onder dit voornemen ligt, is al goedgekeurd maar het schijnt nog wel tot 2020 te gaan duren voordat het in praktijk wordt gebracht. De problematiek is groot en er is dus ook enige haast.’


Heldere norm

De brede schuldenaanpak van staatssecretaris Van Ark bevat zeer concrete voornemens aldus Jungmann. ‘Maar bij mij rijst toch de vraag: “Wat gaan we nu doen? Wat gaat er in het gemeentelijk domein echt veranderen?” Het plan verdient credits, maar ik ben ook een juffertje ongeduld.’ Jungmann mist in het plan onder andere een heldere norm. ‘Waar heeft iedere burger met schulden nu eigenlijk recht op? In de ene gemeente krijg je een budgetbeheerder, in de andere niet. De ene gemeente helpt met het uitzoeken wie de schuldeisers zijn, de andere niet. Natuurlijk heeft een gemeente hierin beleidsvrijheid, maar te grote verschillen in wie er daadwerkelijk worden geholpen en hoe, zijn onwenselijk.’

Wat zou die norm dan moeten omvatten? ‘Deze kan bijvoorbeeld gaan over de kwaliteit van de dienstverlening en over de toegankelijkheid ervan. Die norm kan ook aangeven of gemeenten rond schuldhulpverlening wel of niet deelnemen in samenwerkingsverbanden, of ze daarbij wel of niet werken met vrijwilligers of bijvoorbeeld de verslavingszorg.’

Premier Rutte beloofde in het regeerakkoord met gemeenten te komen tot een vernieuwende schuldenaanpak. Die vernieuwing ziet Jungmann echter niet terug in het actieplan. ‘Het plan is vooral een tegemoetkoming aan wensen rond de aanpak van problematische schulden die al langer leefden. De aanpak moet een meer open karakter krijgen. Hoe vernieuwend het allemaal wordt hangt ook deels af van de uitwerking.’

Maar dat de overheden het vraagstuk van problematische schulden nu samen aanpakken, noemt Jungmann cruciaal. Samen met de markt. ‘Ik heb als burger immers schulden bij de overheid en bij de markt.’

BETER REGISTREREN: ‘NIET METEN IS NIET WETEN’


De Nationale ombudsman vindt het ‘zorgelijk’ dat bijna de helft van de gemeenten geen inzicht heeft in de schuldenproblematiek. Hij riep ze vorige maand op beter te gaan registreren. Reinier van Zutphen (zie ook het interview) constateert op basis van eigen onderzoek onder 251 gemeenten dat de schuldhulpverlening van gemeenten nog niet op orde is, onder meer op het gebied van registratie. ‘Cijfers zijn noodzakelijk om goed zicht te hebben op aard en omvang van de schuldenproblematiek,’ zegt hij. ‘Niet meten is niet weten.’ Nog steeds vallen te veel mensen tussentijds uit, signaleert hij. Ook krijgen zelfstandigen onvoldoende hulp als zij schulden hebben.

Het onderzoek is een vervolg op een onderzoek van begin 2018 naar de toegang tot gemeentelijke schuldhulpverlening. De Nationale ombudsman formuleerde toen vier uitgangspunten voor wat inwoners van hun gemeente mogen verwachten.
Nu, driekwart jaar later, ziet hij dat de meeste gemeenten een positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt, maar hij houdt zorgen over de toegang tot de schuldhulpverlening. ‘Het moet sneller en beter. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat schulden, zeker voor gezinnen met kinderen, schadelijk zijn. Dat moeten gemeenten zich aantrekken.’

De ombudsman hoopt dat gemeenteraden hun colleges zullen vragen welke stappen die zetten naar aanleiding van zijn rapportage.


Reactie VNG

Gemeenten maken een positieve ontwikkeling door op het gebied van schuldhulpverlening, zegt de VNG in een reactie op het onderzoek van de ombudsman. Zo is een groot deel van de gemeenten die deelnamen aan het onderzoek van de ombudsman toegankelijk voor nieuwe aanvragen. Daarnaast bieden de meeste gemeenten ondersteuning aan niet-zelfredzame burgers in het schuldhulpverleningsproces.

Deze ontwikkeling past naar het oordeel van de VNG ook bij de transformatie van het sociaal domein waar gemeenten de aanpak van financiële problematiek noodzakelijk vinden om ook stappen te kunnen maken op andere levensdomeinen. Gemeenten nemen de aanbevelingen ter harte en zullen verdere stappen zetten voor een preventieve, toegankelijke en nabije schuldhulpverlening.