Omdenken brengt nieuwe kansen

ALLE FRIESE GEMEENTEN HEBBEN EEN STRESSTEST GEDAAN

Toen dit voorjaar tijdens het VNG Jaarcongres aan de zaal met honderden gemeentebestuurders de vraag werd gesteld wie al een klimaatstresstest had uitgevoerd, ging er slechts een handjevol handen omhoog. De meeste gemeenten moeten nog flink aan de bak. Zij kunnen inspiratie opdoen in Friesland.


Tekst: Leo Mudde | Foto: Shutterstock

Niet overal hebben gemeenten tot het laatste moment gewacht met de – verplichte – test om te beoordelen of zij zijn voorbereid op extreme weersomstandigheden. Alle Friese gemeenten hebben, samen met de provincie en Wetterskip Fryslân hun klimaatstresstest achter de rug. Al is die nooit af, weten ze in Friesland. De inzichten veranderen, zoals onlangs nog bleek toen onderzoekers van Deltares waarschuwden dat de zeespiegel weleens veel sneller zou kunnen stijgen dan waar de scenario’s tot nu toe van uitgaan.

Al sinds 2010 kent Friesland het Fries Bestuursakkoord Waterketen. Dat ging aanvankelijk vooral over de drie K’s: kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid. Inzet was het vergroten van de doelmatigheid (lees: een bezuinigingsopgave), maar ook het verbeteren van de kwaliteit en verkleinen van de kwetsbaarheid door een nauwere samenwerking op het gebied van inzameling en zuivering van afvalwater.

In 2016 kreeg dit akkoord een opvolger waarin de link met het klimaat nadrukkelijker werd gelegd. Het bebouwd gebied wordt, zo beloofden de Friezen twee jaar geleden onder meer, beter bestand gemaakt tegen hevige regenbuien, periodes van hitte en de gevolgen van mogelijke overstroming. ‘Klimaatbestendig en waterrobuust inrichten is uiterlijk 2020 integraal onderdeel van ons beleid en handelen,’ zo staat in het akkoord. Het doel is om Friesland in 2050 ‘klimaatproof’ te hebben.

Het bleef niet bij een papieren afspraak. Arie van er Sluis, werkzaam bij de gemeente Leeuwarden en volgens zijn visitekaartje ‘Waterambassadeur Fryslân’: ‘We hebben provinciebreed de stresstest gedaan. We werken al heel lang samen, daar konden we mooi op aansluiten. Ik kan me voorstellen dat het in andere regio’s lastiger is, omdat ze daar bijvoorbeeld met verschillende waterschappen te maken hebben of met private partijen die niet zo snel lopen. Bij ons is het overzichtelijk.’


Dialoog

De Friese klimaatstresstest is een gedetailleerde uitwerking van de landelijke Klimaateffectatlas. Die geeft een indicatie van de orde van grootte van effecten die mogelijk gaan spelen in zowel bebouwd als landelijk gebied.

Van der Sluis: ‘Momenteel zijn we bezig alle kaartbeelden van de klimaatstresstest te bundelen in een Friese klimaatatlas die we via internet ontsluiten. Ook de impactanalyse van de Veiligheidsregio wordt hier later aan toegevoegd, evenals andere relevante informatie. De Friese klimaatatlas is in die zin van ons allemaal, een levend document dat door iedereen kan worden gebruikt in gesprekken over klimaatadaptatie en eventuele maatregelen.

Met de klimaatstresstest is in 2017 begonnen, een jaar later waren de Friezen klaar. Nu staan ze aan het begin van een nieuwe fase. Van der Sluis: ‘Wat moeten we nu doen? Wat is nu een écht knelpunt en voor wie is dat een probleem? Wie doet nu eigenlijk wat? Op basis van de stresstest gaan we het gesprek aan met alle betrokkenen, burgers, bedrijfsleven, natuurorganisaties, landbouw en andere overheden. We willen uit deze specifieke gesprekken een rode draad ontwikkelen die we kunnen vertalen naar een Friese klimaatstrategie.’

Daarvoor is een Routekaart klimaatbestendig Fryslân ontwikkeld waarin stap voor stap is aangegeven hoe Friesland komt van ‘weten’ (de klimaatatlas) via ‘willen’ (de strategie) naar ‘werken’ (maatregelen) aan de toekomst. De dialoog wordt langs drie sporen gevoerd: het bebouwd gebied, het landelijk gebied en de veiligheidsregio. ‘Na 2020, wanneer de dialoog is afgerond en we een strategie hebben bepaald, komen die drie weer bij elkaar om samen via één spoor te werken aan de toekomst’, zegt Van der Sluis.

KLIMAATEFFECTATLAS

Voor informatie over de klimaatstresstest kunnen gemeenten terecht op de website ruimtelijkeadaptatie.nl. Dit kennisportaal ontsluit kennis en ervaring op dit gebied, onder meer een handreiking voor de stresstest.

Op klimaateffectatlas.nl staat de atlas die een indruk geeft van de (toekomstige) dreigingen van overstromingen, wateroverlast, droogte en hitte. De atlas is gebaseerd op landelijke gegevens. De atlas is gratis te gebruiken en een logisch startpunt voor het uitvoeren van een klimaatstresstest.

Hebben we een probleem, of niet?

Projectleider van de stresstest is Karel Veeneman van het Wetterskip Fryslân. Volgens hem is de basisvraag waarvoor iedereen staat: hebben we een probleem, of niet? ‘De stresstest levert een relatief beeld op, je kunt ermee laten zien of er meer of minder kans is op overlast of schade door te veel of te weinig water. Maar of grote buien direct een probleem zijn die om grote, dure maatregelen vragen, hangt af van de situatie. Gaat het om overlast of om serieuze schade? Schade voorkomen of schade vergoeden, wat is het meest doelmatig? Moeten we kwetsbare functies in risicogebieden (op termijn) niet gewoon verplaatsen naar een andere locatie? Dat zijn afwegingen die elke gemeente voor zichzelf moet maken. Hoe hoog wil je de lat leggen, wat vind je acceptabel tegen welke maatschappelijke kosten?’

Hij geeft een voorbeeld: ‘Stel, na een heftige regenbui kan het water niet weglopen uit je achtertuin omdat deze betegeld is. Het water staat tot aan de drempel van je deur, maar na een paar uur is het gelukkig weer gezakt. Dan kun je dat accepteren, er is immers geen schade. Er bestaat ook de kans dat het een volgende keer misschien iets hoger komt, wat doe je dan? Haal je de meeste bestrating uit je tuin, of laat je overtollig water naar een lager deel afstromen door een afvoergoot aan te leggen naar een minder kwetsbare, openbare locatie. Gemeenten zien zich op een ander niveau voor soortgelijke afwegingen gesteld.’


Omdenken

Volgens Van der Sluis hoeven gemeenten niet op te zien tegen het werk dat een klimaatstresstest met zich meebrengt. ‘Het is een analyse van de bestaande situatie die aangeeft waar de knelpunten zitten. Waar het om gaat, is dat je op basis van die analyse bepaalt waar welke maatregelen effect zullen hebben. Wat moet je doen als je ondergrond het water niet kan verwerken? Wil je het dan op die locatie bergen, of toch direct afvoeren? En wat betekent dat dan voor je inwoners, het waterschap en voor de gemeente zelf? Moet ik daar wel willen bouwen en zo ja, hoe? Eenvoudig gezegd: hoe bereid je je voor op de toekomst, en dat gaat verder dan een collegeperiode van vier jaar.’

Het kan daarbij helpen dat niet in termen van obstakels en onmogelijkheden wordt gesproken, maar van kansen, zegt Van der Sluis. Hij pleit voor ‘omdenken’ door het over feiten in plaats van problemen te hebben. Dus niet meer communiceren over wateroverlast, maar over het feit dat het natter wordt; niet meer over overstromingsgevaar, maar over het feit dat de zeespiegel stijgt. Geen hittestress, maar ‘het wordt warmer’. En niet meer, om in Friesland te blijven, mopperen dat er geen Elfstedentochten meer kunnen worden gereden, maar benoemen dat er alternatieve Elfstedentochten mogelijk zijn die goed zijn voor de economie: met de (elektrische) auto, op de fiets, met de boot.

Dat is meer dan semantiek. Van der Sluis: ‘Omdenken brengt nieuwe kansen en inzichten. Ja, het klimaat verandert, maar als het warmer wordt is dat goed voor het toerisme en de recreatie. En de noodzaak om in actie te komen zorgt voor innovaties in de landbouw, de energietransitie, de circulaire economie.’

Het vraagt ook een ‘omdenken’ binnen de cultuur van menig gemeente. ‘Vooral in de ruimtelijke ordening, maar ook in de watersector, wordt nog veel gedacht in normen: anderhalve parkeerplaats per woning, x procent groenvoorziening en waterberging per wijk of straat. Daar zul je vanaf moeten als je je per gebied wilt voorbereiden op meer water en meer hitte. Een Groningse ambtenaar zei eens: “Waar de norm begint, stopt het nadenken.” Daar ben ik het helemaal mee eens.’

‘De stresstest levert een relatief beeld op’

WEERT VINDT NIEUWE OPLOSSINGEN


In 2014 kreeg Weert het verzoek van de provincie Limburg om mee te doen in een pilot van het Deltaplan Hoge Zandgronden Limburg. Toen de gemeenten twee jaar later hard werden geconfronteerd met de gevolgen van de klimaatverandering, in de vorm van enorme wateroverlast, hebben zij als onderdeel van deze pilot de klimaatstresstest uitgevoerd.


Daarbij werden, conform het stappenplan van de handreiking stresstest die te vinden is op ruimtelijkeadaptatie.nl, eerste de kwetsbaarheden in kaart gebracht. Diverse partijen leverden informatie over klimaateffecten aan. Die is vervolgens samen deelnemers en gebiedsbeheerders geanalyseerd en samengevoegd in een Klimaateffectatlas die is gepresenteerd in storymap format waarmee, op basis van kaarten, het verhaal van de effecten van klimaatverandering op lokale schaal wordt verteld. Volgens Werner Mentens, beleidsadviseur ecologie, groen, natuur en landschap van de gemeente Weert, is voor deze vorm gekozen om de gebruiker snel inzicht te geven in de belangrijkste effecten, zonder dat te veel technische detailinformatie wordt weergegeven.


Klimaatatelier

Daarnaast introduceerden Weert en Nederweert een ‘klimaatatelier’ met vertegenwoordigers van ruimtelijk, groen- en waterdomein. Ook de woningcorporaties praatten mee. In het atelier is vooral vanuit ‘kansen’ gedacht. Mentens: ‘Door functies slim te combineren ontstaan nieuwe mogelijkheden. De atlas biedt de basisinformatie en de deelnemers zijn samen tot oplossingen gekomen. Onder begeleiding van een landschapsarchitect kwamen ze al schetsend tot nieuwe oplossingen.’

Nu zoekt Weert in de rand van de stad of de overgang tussen stand en land kan worden verfraaid, in combinatie met grootschalige afkoppeling van het riool. Zo wordt een oude beekloop aan de rand van een dorpskern weer gevoed met regenwater dat voorheen in het riool terechtkwam. Dat zijn meerdere vliegen in één klap: het riool wordt minder belast waardoor de overstromingskans afneemt, het regenwater wordt geborgen en door de oude, opgedroogde beek komt weer tot leven wat perspectief biedt voor de markt van recreatieve voorzieningen.


Groen en civiel

Het gaat snel in Weert, zegt Mentens. ‘Een derde deel van het stedelijk gebied is afgekoppeld en klimaatbestendig. Maar er is ook nog veel te doen. Een uitdaging is een goede afstemming tussen groen en civiel. Plat gezegd: de wegenbouwers zullen rekening moeten houden met de afvoer van hemelwater en de groenvoorzieningen zijn daarvoor onmisbaar. Ook voor het tegengaan van hittestress trouwens.’

Waar vroeger bij de gemeente het primaat bij ‘civiel’ lag – gebouwen en wegen zorgden voor inkomsten, groen levert niets op in termen van geld – verschuift dat nu naar groen. ‘Daar zal fors in moeten worden geïnvesteerd, om het water te bergen en af te voeren en om voor verkoeling in hete zomers te zorgen.’