Urk houdt
de adem
in

BREXIT WERPT SCHADUW VOORUIT OVER VISSERSGEMEENSCHAP

Visserijwethouder Geert Post van Urk is nog allerminst gerust op een goede afloop van de brexit-onderhandelingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Een ‘harde brexit’ is funest voor zijn dorp dat economisch en sociaal zwaar leunt op de visserij.


Tekst: Leo Mudde

Foto: Shutterstock
















Wie de gang naar Santiago de Compostella maakt, komt doorgaans gelouterd en verlicht terug. Dat was niet de intentie van wethouder Geert Post van Urk toen hij in oktober vorig jaar naar de stad in Noordwest-Spanje ging. Daar ontmoette hij bezorgde collega’s van andere Europese visserijgemeenten en -organisaties, onder wie de wethouders van de Nederlandse gemeenten Harlingen en Velsen en een gedeputeerde van Noord-Holland.

De overeenkomst: ze kennen allemaal een grote vissersgemeenschap die, met de naderende brexit, een spannende tijd beleeft. De bijeenkomst in Santiago de Compostella was bedoeld om daar de gezamenlijke zorg uit te spreken over het opstappen van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Dat deden ze in een verklaring over de toekomst van de Europese visserijsector na de brexit. Ook de handtekeningen van de Nederlandse gemeenten Sluis, Vlissingen, Middelburg, Goeree-Overflakkee, Den Haag, Katwijk, Den Helder, Hollands Kroon, Schouwen-Duiveland, Texel en De Marne, evenals de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Flevoland en Groningen staan eronder. Het werd een oproep aan het Europees Parlement om het belang van de visserijsector tot prioriteit te verheffen in de onderhandelingen met het VK en de economische en sociale toekomst van gemeenschappen als Vlissingen, Katwijk en Urk veilig te stellen.

Wageningen Universiteit berekende dat de Nederlandse visserijsector de derde verliezer is van een harde brexit, na Ierland en België. De productiegroei blijft hier steken op 3 procent in plaats van de verwachte 6 procent. Niet verwonderlijk dus dat de Nederlandse visserijgemeenten zich zorgen maken.


Urk is vis

Pronkstuk in de wethouderskamer van Geert Post (SGP) is een schaalmodel van een vissersboot. Post is zelf afkomstig uit een vissersfamilie, zoals half Urk: ‘Mijn vader had een kotter. Ik wilde ook graag visserman worden, maar dat mocht niet van mijn moeder.’ Nu is hij gemeentebestuurder, maar als wethouder visserij (‘de enige van Nederland’) nog altijd volop met de dagelijkse visserspraktijk bezig. ‘Want Urk ís vis.’

Sinds de Britten besloten de EU te verlaten, is de brexit het gesprek van de dag op Urk dat met meer dan honderd schepen de grootste vissersvloot van Nederland heeft en, minder bekend, ook beschikt over de grootste visverwerkingssector en de grootste platvisveiling van Europa. Precieze cijfers heeft Post niet paraat, maar hij schat dat de vloot en de visverwerking samen werkgelegenheid bieden aan drieduizend mensen. Daarmee is de sector van levensbelang in het dorp van iets meer dan 20.000 inwoners en een beroepsbevolking van ruim 10.000.

Foto: Shutterstock

Urk heeft de
grootste vissersvloot
van Nederland

Foto: Geert Post

‘Toegang tot de Britse wateren is van cruciaal belang’

Emoties

De onderhandelingen in Brussel tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk hangen al maanden dreigend boven de Nederlandse visserijgemeenten. Wat Post benauwt, is dat de discussie voor een groot deel wordt gevoerd op basis van emoties. De toekomst van de visserij is voor de economie van het VK nauwelijks van belang. Wat veel meer speelt, denkt Post, is dat Britten weer zeggenschap over eigen territoriale wateren willen krijgen. Veruit het grootste deel van de Noordzee is Brits. Nederlandse vissers zijn daar relatief het actiefst: ongeveer de helft van alle door de Nederlandse vloot gevangen Noordzeevis komt van de Britse gronden – van de Doggersbank bijvoorbeeld, die ondanks de oer-Nederlands klinkende naam voor het grootste deel aan de Britten behoort.

Als de Britten een harde grens door de Noordzee trekken en hun territoriale wateren sluiten voor de Nederlandse vissers, zullen die hun heil elders moeten zoeken. Dat betekent langere vaartijden en dus meer kosten voor brandstof en personeel.


Wrang

Ironisch genoeg zijn de Britten zelf helemaal niet zo dol op Noordzeevis. Voor hun fish and chips gebruiken ze liever kabeljauw, schelvis en koolvis die vooral in de buurt van Noorwegen, IJsland en in de Barentszzee wordt gevangen. Van de eigen vangsten exporteren ze maar liefst 80 procent naar de rest van Europa die wel vraagt om haring, garnalen, tong en schol. ‘Ze exporteren wat ze vangen en ze importeren wat ze eten,’ zegt Post. ‘Dat maakt de discussie extra wrang.’

Zijn de gevolgen van die afgelegen visgronden misschien nog te overzien, anders ligt het voor de visverwerkings-industrie die nu voor 13 procent afhankelijk is van Britse vis. Hoe dat verlies kan worden gecompenseerd, is nog volstrekt onduidelijk.


Onder Engelse vlag

‘Urk heeft nóg een probleem,’ zegt Post. ‘Vijftien van onze schepen varen nu onder Engelse vlag. Dat is gebeurd in de periode dat Nederland te weinig quota had en Engeland te weinig capaciteit had om zijn aandeel te kunnen vangen. Op die schepen werken Urkers. Omdat ze onder Engelse vlag varen, zijn ze verplicht minimaal een keer per jaar hun vis in het VK aan te landen. De Britten kunnen eisen dat ze dat altijd doen. Onze visverwerkers zouden dan importheffingen moeten betalen. Logisch dat die vissers zich ook zorgen maken, ze hebben mij hier ook over aangesproken.’

Urk is de enige gemeente waarin ‘visserij’ expliciet als wethoudersportefeuille is benoemd. Post overlegt met zijn collega’s wel in het Bestuurlijk Platform Visserij over het onderwerp en in de brexit-discussie trekken ze één lijn. Het gesternte waaronder dat gebeurt, is niet erg positief. De brexit is maar een van de problemen waarmee de sector kampt. De aanlandplicht (de verplichting om alle gevangen vis mee te nemen naar land in plaats van, wat tot nu toe gebeurde, de bijvangst terug te gooien in zee) en het verbod op pulsvissen zijn twee andere zaken die de Nederlandse vissers hoofdpijn bezorgen. Vooral het laatste heeft in Europa kwaad bloed gezet. Hoewel de Nederlandse vissers en veel wetenschappers overtuigd zijn van de voordelen van het vangen van vis met elektrische pulsjes, stemde het Europees Parlement in met een Frans voorstel om het ‘leegroven van de visgronden’ door de Nederlandse pulsvissers te verbieden. Een politiek besluit en geen rationeel besluit dus.


Weerstand

Post: ‘Ik merk het in mijn gesprekken in het buitenland. Als het gaat om de gevolgen van de brexit zijn we solidair, maar als Nederland iets voor de eigen vissers voor elkaar wil krijgen voel je de weerstand. Vanwege het pulsvissen, ja. Het gaat nog wel even duren voor we daar overheen zijn.’

Maar toch: visserij is een van de weinige sectoren in Europa waar zowel de Britten als de EU een echte gemeenschappelijke bron delen: de zee waaruit duurzaam geoogst wordt. ‘De toekomst van Britse en EU-vissers en de gemeenschappen die van die zee afhankelijk zijn, zijn sterk verweven. Toegang tot de Britse wateren is van cruciaal belang voor onze vissers. Net zo goed als toegang tot de Europese markt van cruciaal belang is voor de Britse vissers. We zullen er samen uit moeten komen.’