Lidstaten en steden samen om de tafel

PACT VAN AMSTERDAM REGELT PARTNERSCHAPPEN

70 procent van de vluchtelingen die naar de EU komt, settelt zich in de Europese steden. Migratie is dan ook een van de thema’s en uitdagingen waar de steden mee worstelen. Via de Urban Agenda zet Amsterdam dat op de agenda in Brussel. Tegelijkertijd timmert Rotterdam aan de weg met het thema banen en vaardigheden om Europese inwoners voor te bereiden op de nieuwe economie.

Tekst: Marten Muskee

Europese steden hebben sinds kort de mogelijk invloed uit te oefenen op EU-beleid en –regelgeving. Om de kracht van steden beter te benutten werden in 2016 tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU met het Pact van Amsterdam twaalf partnerschappen ontwikkeld met elk een ander thema, zoals migratie en banen en vaardig-heden. Zij doen dit jaar hun aanbevelingen aan de Europese Commissie

‘In Europa is het niet zo gewoon als hier dat steden aanschuiven voor overleg met het Rijk,’ zegt Hans Verdonk, coördinator voor het Partnerschap Banen en Vaardigheden en werkzaam bij de gemeente Rotterdam. Rotterdam werkt hierbij samen met onder meer de stad Jelgava in Letland en met de huidig EU-voorzitter Roemenië. ‘Dit is heel bijzonder, lidstaten en steden die samen om de tafel zitten. En dat is nodig ook want het is van groot belang dit project te laten slagen.’


Grootstedelijke problemen

De partnerschappen zijn bedoeld om experts uit steden, regio’s en organisaties samen te brengen om grootstedelijke problemen op te pakken. Europese steden, landelijke overheden en Europese instituten werken hierbij samen. Onderzoek laat zien dat de Europese steden groeien en het zijn de steden die de uitdagingen daarbij moeten oppakken. ‘De Europese Agenda Stad probeert daarvoor tot duurzame aanbevelingen te komen’, aldus Sabina Kekic, coördinator voor het Partnerschap Migratie en werkzaam bij de gemeente Amsterdam. ‘Het partnerschap (samen met onder meer Berlijn, Athene en Italië en het directoraat-generaal Home & Migration van de Europese Commissie, red.) stelt vast dat we weinig invloed hebben op de vluchtelingenstromen en hoe Europa en de lidstaten daarmee omgaan. Waar we wel invloed op hebben is inclusie en integratie in de stad van vluchtelingen. Ze krijgen een huis toegewezen en daar begint het werk voor de stad.’


Hoe groter de stad, hoe meer mensen er worden opgenomen, dat gebeurt Europabreed in Barcelona, Helsinki, Athene en Berlijn. Grote steden zijn toleranter en pakken hun verantwoordelijkheid. Kekic: ‘Naast vluchtelingen voor oorlogen zijn er ook klimaatvluchtelingen en EU-migranten. De EU houdt zich momenteel met allerlei deals bezig rond vluchtelingenopvang elders, maar Het Partnerschap Migratie kwam diverse problemen tegen, die zijn verdeeld over vier thema’s. Zo vormt huisvesting een obstakel, er is krapte op de woningmarkt in alle grote Europese steden. Daarnaast vormt de toeleiding naar werk een grote uitdaging. Verder is onderwijs benoemd als thema waaronder taalonderwijs voor kinderen. Die zijn vaak lang niet naar school geweest en hebben trauma’s opgelopen. Het vierde thema is de ontvankelijkheid voor vluchtelingen. ‘Integratie komt van twee kanten en vraagt om aanpassingsvermogen van de inwoners. Tijdens de vluchtelingencrisis meldden zich veel vrijwilligers. Athene kreeg te maken met een wildgroei aan ngo’s en vrijwilligers die niet altijd even effectief opereerden. Daar kan de gemeente een goede rol in spelen.’

Toenmalig minister van BZK Ronald Plasterk (l.) in gesprek met Eurocommissaris Corina Cretu (m.) van Regionaal Beleid op 30 mei 2016, de dag dat in het Scheepvaartmuseum het Pact van Amsterdam werd gesloten.

Foto: Robert Meerding/EC-Audiovisual Service

Onvoldoende opgeleid

Europa werkt aan duurzame steden en dat betekent dat inwoners kwalitatief goed werk hebben en over de benodigde vaardigheden beschikken. Verdonk wijst op de transitie van de economie. Dat heeft alles te maken met de snelle ontwikkeling van de internettechnologie en de overgang naar schone energie.


Het gaat om miljarden aan investeringen en de klimaatdiscussie loopt daar ook nog eens doorheen. De EU wil een CO2-reductie van 55 procent. Dat levert volgens Verdonk veel banen op, maar de beroepsbevolking is nog onvoldoende opgeleid om alle zonnepanelen aan te leggen, woningen te isoleren en bedrijven te verduurzamen. ‘Er zijn enorme ambities neergelegd en dat biedt grote kansen om de werkloosheid op te lossen. Dit speelt in heel Europa met name in de stedelijke gebieden. We kunnen dus ook geen werknemers uit andere landen halen.’


Het Partnerschap Banen en Vaardigheden kijkt naar wat speelt op het gebied van financieringsbronnen, kennis en wetgeving. Voor wat betreft het financiële instrument gaat om het waarborgen van leningen en het bieden van garanties, het niet-subsidiedeel van het traject. ‘Natuurlijk denken we ook na over startsubsidies om juridische zaken op te lossen, voor technische bijstand en voor het bij elkaar brengen van sectoren. Binnen de EU wordt overigens onderzocht hoe de subsidie-instrumenten te vereenvoudigen, want de controle op de aanvragen neemt nu te veel tijd in beslag.’


De inspanningen van het Partnerschap Migratie resulteren in acht projecten die verdeeld worden over diverse projectteams met daarin steden, de Europese Commissie, ngo’s en lidstaten. Ook zijn aanbevelingen gedaan aan de Europese Commissie over betere toegang tot de fondsen voor steden. Kekic: ‘Athene heeft de meeste vluchtelingen opgevangen, maar ontving geen geld uit het integratiefonds. Dat gaat naar de lidstaten en die bepalen wat ermee gebeurt. We zoeken ook de samenwerking met de Europese Investeringsbank om te kijken of we micro-financiering kunnen regelen voor het opzetten van bedrijfjes. Deze bank heeft sociale doelstellingen en zou een deel van de lening met fondsen van de Europese Commissie als subsidie kunnen uitgeven.’ Daarnaast heeft het partnerschap een urban academy on integration opgezet. Doel is integratie-adviseurs uit steden met elkaar kennis te laten uitwisselen op belangrijke uitdagingen waar steden voor staan.

‘Integratie komt van twee kanten en vraagt om aanpassingsvermogen van de inwoners’

Extra instrumenten

Kekic vindt het belangrijk de projecten te borgen, die mogen niet stranden. Het partnerschap zal om te beginnen met een half jaar worden verlengd. Een van de acht projecten is de Europese Adviesraad van Migranten die bestaat uit integratie experts met een vluchtelingen- en migrantenachtergrond. Die gaat Europese instellingen adviseren op beter integratiebeleid en de participatie van vluchtelingen in het integratiedebat versterken.

Kekic: ‘Als die microfinanciering en betere toegang tot fondsen er komen, dan hebben steden extra instrumenten om aan Europees geld te komen zonder al te veel rompslomp. Nu beginnen ze er niet eens aan, het vraagt zo veel capaciteit en de kans dat het niet lukt, is groot. Als we dit voor elkaar krijgen is dat een grote overwinning.’


Talent begeleiden

Het Partnerschap Banen en Vaardigheden heeft recent het concept-actieplan doorgelicht en de waslijst aan aanbevelingen gefilterd. Een van de voorstellen betreft de inzet van een regionale vaardigheidsagenda om talent te begeleiden. De stad Porto stelt voor te werken aan een talent office. Verdonk: ‘Vanuit Rotterdam kijken we ook naar de prioriteiten van het nieuwe college, want onze Europese inzet moet wel aansluiten bij wat wij lokaal van de grond proberen te krijgen.’

Het aangescherpte actieplan wordt voor de zomer gepresenteerd en gaat in 2019 in uitvoering. Verdonk wil daar nog niet op vooruitlopen en kan dus nog niet zeggen wat Nederlandse steden daarvan gaan merken. Uit de voorstellen voor de nieuwe begroting 2021-2027 van de EU valt al wel wat op te maken. Banen en Vaardigheden is zowel ondergebracht bij het ESF als bij het fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO).

Verdonk: ‘Er wordt ingezet op regionale ontwikkelingsprogramma’s. We zien dus al elementen terugkomen. Er komt een veel betere afstemming van de fondsen, waarbij niet langer alles in infrastructuur wordt gestoken, maar ook in zaken als digitale vaardigheden. De Europese Commissie wil daarop een grote slag maken terwijl wij lokaal projecten van de grond moeten zien te krijgen. Een pot met geld is leuk, maar daarbij zijn uitvoerbare regelingen en regelgeving net zo belangrijk. Het partnerschap kan daarvoor de expertise aandragen en inhoudelijk aansluiten bij wat er moet gebeuren.’