‘Voeding lokaal bestuurder essentieel’

OUD-RAADSLEDEN IN HET EUROPEES PARLEMENT

Ze zitten ver weg in Brussel en Straatsburg, de Nederlandse Europarlementariërs. Maar toch vergeten zij het land dat hen verkozen heeft niet. De Europarlementariërs laten zich mede voeden door Nederlandse inwoners en eveneens bestuurders. Zeker ook die op lokaal niveau.

Tekst: Paul van der Zwan
Beeld: Dimitry de Bruin

E

en aantal Nederlandse Europarlementariërs is zelf gemeenteraadslid geweest. Dat was een nuttige leerschool, blijkt uit interviews met vier van hen. Judith Sargentini, GroenLinks, fractie Groenen/EVA: ‘Je leert hoe het werkt in een vertegenwoordigende democratie. De schaal in Europa is natuurlijk niet te vergelijken met die in de raad van Amsterdam, waar ik zeven jaar in zat, maar coalities sluiten en meerderheden vinden, blijft natuurlijk hetzelfde soort spel.’ Ook Anne-Marie-Mineur, SP, fractie EUL/NGL, wijst op de grote verschillen tussen Europa en het lokaal bestuur, vooral gezien de mate van inspraak van burgers, de wijze van debatteren en de wetten en verdragen waarover gesproken wordt. ‘Maar in de raad van De Bilt heb ik wel geleerd samen te werken met raadsleden van andere politieke stromingen en om de grenzen daaraan te ervaren. Daar heb ik nog steeds veel aan.’ Matthijs van Miltenburg, D66, fractie ALDE, is zich er door zijn raadslidmaatschap in ‘s-Hertogenbosch nu extra van bewust dat wat Brussel aan beleid bedenkt, wel gemakkelijk uitvoerbaar moet zijn in gemeenten. ‘Daar moet uiteindelijk alles in de praktijk worden gebracht.’

Sluipverkeer

Eenmaal verkozen tot Europarlemen­tariër wordt hun lokale verleden desondanks gauw naar de achtergrond gedrukt. Het dagelijks werk in het Europarlement slokt de leden op. Toch vinden de vier Europarlementariërs het van cruciaal belang om zich te laten bijpraten door Nederlandse lokaal bestuurders en politici. Van Miltenburg heeft onder andere regionale ontwikkeling en transport in zijn portefeuille. ‘Ik kan als Europarlementariër niet zonder voeding van lokaal bestuurders en politici.’ Dat verloopt zowel formeel als informeel, via gesprekken in Brussel en Nederland of bij werkbezoeken die Van Miltenburg regelmatig in Nederland aflegt. ‘Zo ontving ik een groep burgemeesters en wethouders uit Noord-Brabant in Brussel. Een burgemeester vertelde me over de vele vrachtwagens die sinds de invoering van de tolheffing in België voor veel sluipverkeer zorgden. Deze ervaring neem ik mee als we het in Europa hebben over nieuwe regels voor het beprijzen van vrachtwagens en sterkt me in de gedachte dat we beter een Europees tolsysteem kunnen hebben, dan de huidige versnippering waarbij elk land zelf iets bedenkt.’

Niet iedere portefeuille heeft echter evenveel raakvlakken met het lokaal bestuur. Mineur is lid van de commissie voor internationale handel. ‘De vrijhandelsverdragen die we daar bespreken, lopen ten eerste ver vooruit op de lokale betrokkenheid met de gevolgen en vragen in veel gevallen ook geen bemoeienis van lokale bestuurders.’ Maar daar waar de verdragen wel invloed hebben op het lokaal beleid, neemt Mineur altijd wel contact op met haar partijgenoten van de SP in de gemeenten.

Het initiatief voor contact tussen Europarlementariër en gemeente ligt niet zelden bij die laatste, aldus Lambert van Nistelrooij, die voor het CDA in de EVP-fractie zit. ‘Recent nog kregen we een uitnodiging voor een werkbezoek aan Hellevoetsluis. Daar kwamen onder meer de lokale energievoorziening en de vernieuwing in de zorg met behulp van nieuwe technologie aan de orde. Zeer nuttig.’

‘In de raad van De Bilt heb ik geleerd samen te werken, daar heb ik nog steeds veel aan’

Anne-Marie Mineur (SP, EUL/NGL)

‘De fractie in Breda heeft mijn suggesties op de politieke agenda gezet’

Lambert van Nistelrooij (CDA, EVP)

Wensen en zorgen

Lokaal bestuurders zien contacten met Europarlementariërs uiteraard als een uitgelezen mogelijkheid om hun wensen en zorgen kenbaar te maken. Dat kan natuurlijk over van alles gaan. Van Miltenburg: ‘Veel van hun vragen gaan over projecten waar ze Europese financiële steun voor zoeken. Ik probeer dan zo veel mogelijk te helpen om de juiste ingangen te vinden. Veel zorgen gaan over staatssteunregels. Een gemeente vroeg zich bijvoorbeeld af in hoeverre zij een rol kan spelen bij de aanleg van een warmterotonde voor vervoer van restwarmte zonder de regels tegen ongeoorloofde staatssteun te schenden.’

Maar lokale partijen kunnen ook het advies inwinnen van een Europarlementariër over iets dat speelt in het college. Van Nistelrooij noemt een recent voorbeeld: ‘Het college van Breda wilde op korte termijn de zuidelijke rondweg aanpassen. De CDA-fractie wilde onderzoek naar alternatieven en subsidiemogelijkheden. Ze hebben mij uitgenodigd om samen met bewoners in de buurt van de rondweg subsidiemogelijkheden te bespreken. De fractie heeft mijn suggesties inmiddels op de politieke agenda gezet.’

Sociale media

Initiatieven komen in Nederland steeds meer van onderaf, onder meer van burgers, en beleid moet dicht bij de burger worden gemaakt. Dat noopt Europarlementariërs ertoe zich extra in te zetten voor contacten met gemeenten. Van Miltenburg: ‘Gemeenten zijn erg belangrijk, omdat ze als eerste bestuurslaag dicht bij de inwoners staan. Ik probeer dus veel contacten te onderhouden, door gesprekken in het land te voeren en werkbezoeken af te leggen, maar ook door via de sociale media gemeentelijke bestuurders en ambtenaren te volgen. Veel Nederlandse gemeenten hebben de weg naar het Europees Parlement inmiddels goed gevonden en ik heb al veel bezoekers hier ontvangen.’

Sargentini wijst erop dat contact tussen Nederlandse lokale bestuurders en Europarlementariërs minder relevant zijn dan bij landen met een districtenstelsel. ‘Wij zijn immers op landelijk niveau gekozen. Daarbij komt dat we moeten waken voor cliëntelisme.’

De ingewikkeldheid van Europese regelgeving is spreekwoordelijk. Veel regels zijn moeilijk uitvoerbaar; daardoor staan deze lokaal maatwerk niet zelden in de weg. Dat leidt bij sommige onderwerpen tot veelvuldig contact tussen Europarlementariërs en gemeenten. Van Miltenburg wijst erop dat verschillende Nederlandse gemeenten graag willen bijdragen aan de uitrol van breedband in hun buitengebied. ‘Zij lopen tegen de vraag aan of er dan geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Het Europees Parlement heeft daarbij een ondergeschikte rol want het is aan de Europese Commissie om daarover te oordelen. Bij de Europees Commissaris die verantwoordelijk is voor het mededingingsbeleid heb ik wel aangedrongen om meer maatwerk mogelijk te maken.’

‘We moeten waken voor cliëntelisme’

Judith Sargentini
(GroenLinks, Groenen/EVA)

‘Ik probeer zo veel mogelijk te helpen om de juiste ingangen te vinden’

Matthijs van Miltenburg (D66, ALDE)

Op weg helpen

En zo komt het vaker voor dat Europarlementariërs Nederlandse gemeenten een stapje op weg helpen in Europa. Van Nistelrooij: ‘In 2016 is de eigen positie van de Europese steden voor de Europese fondsen en bij diverse EU-programma’s vastgelegd in het Pact van Amsterdam. Steden kunnen aankloppen voor deelname aan innovatieprogramma’s. De plattelandsgemeenten streven naar een soortgelijke behandeling, waarin afspraken over de belangen van de betrokken burgers wordt vastgelegd. De gemeente Eersel heeft hier het voortouw genomen. Ik heb dit in Europa opgepakt en dat heeft mede geleid tot een bezoek van Eurocommissaris Corina Cretu van Regionale Ontwikkeling en deelname aan het EU-initiatief Smart Communities. Dit resulteerde in de Verklaring van Venhorst, die in Brussel is aangeboden.’

Verkiezingen

De Europese verkiezingen van 23 mei volgend jaar werpen hun schaduw uiteraard al vooruit op het werk van de Europarlementariërs. Wat de Europarlementariërs als belangrijke onderwerpen beschouwen, hangt uiteraard af van hun portefeuille. De klimaatafspraken van Parijs zullen zeker een grote rol gaan spelen tijdens de campagnes, voorspelt onder meer Sargentini. Doelstellingen uit het akkoord nopen ook Nederlandse gemeenten tot maatregelen. Van Miltenburg: ‘Bijvoorbeeld om de energietransitie verder vorm te geven.’ Ook grensoverschrijdende samenwerking staat wat hem betreft hoog op de politieke agenda. ‘Ik vind het van groot belang dat grensregio’s goede verbindingen met hun buurregio’s in andere lidstaten hebben. Op die manier kan de economische potentie van die regio’s beter worden benut.’ Zo heeft ieder, begrijpelijk, zijn eigen stokpaardje. Maar de echte verkiezingscampagne moet natuurlijk nog beginnen.