Curatoren: meer geld nodig voor onderzoek naar fraude

Bij het faillissement van bouwbedrijf Moonen, eerder dit jaar, is mogelijk sprake van fraude. Dat meldde de curator afgelopen juni in het eerste verslag over de afwikkeling van het faillissement. Moonen verkocht in januari al zijn materiaal aan een ander bedrijf, om de spullen vervolgens op basis van een vergoeding te gebruiken. De curatoren hebben die overeenkomst vernietigd. Foto: Olivier Middendorp/HH

Curatoren hebben de ­laatste twee jaar meer taken en bevoegdheden gekregen om fraude bij faillissementen te onderzoeken. Prima, zeggen ze, maar dan moet de overheid daarvoor wel extra geld beschikbaar stellen.

ACHTERGROND

Met drie wetswijzigingen heeft het kabinet het instrumentarium aangescherpt om gesjoemel bij faillissementen aan te pakken. Willem van Nielen, curator en advocaat bij Recoup Advocaten in Utrecht en mede-initiatiefnemer van het fraudespreekuur en het kennisplatform faillissementsfraude, wordt ‘niet heel erg warm’ van de nieuwe regels.


Het pakket bevat een aantal bevoegdheden en verplichtingen voor de curator in geval van fraude. Zo kan hij sinds juli 2016 een civielrechtelijk bestuursverbod vorderen, en is hij verplicht om fraude op te sporen en waar nodig – na overleg met de rechter-commissaris  – aangifte te doen.


De primaire taak van een curator bij een faillissement is om de schuldeisers zoveel mogelijk hun geld terug te bezorgen. De nieuwe extra verplichtingen en bevoegdheden botsen met die taak, zegt zowel Van Nielen als Ruud Brunninkhuis, advocaat en curator bij Buren in Den Haag. Beiden zien wel wat in de uitbreiding van het takenpakket, die het algemeen belang dienen. Maar dan moet de wetgever daar wel extra geld tegenoverstellen.


Moonen

Bij het faillissement van bouwbedrijf Moonen, eerder dit jaar, is mogelijk sprake van fraude. Dat meldde de curator afgelopen juni in het eerste verslag over de afwikkeling van het faillissement. Moonen verkocht in januari al zijn materiaal aan een ander bedrijf, om de spullen vervolgens op basis van een vergoeding te gebruiken. De curatoren hebben die overeenkomst vernietigd.

‘Een huidige crediteur heeft niets aan een bestuursverbod’

Dilemma

Van Nielen wijst onder meer op het civielrechtelijk bestuursverbod. ‘Het grote probleem met die bevoegdheid is dat de curator die niet kan aanwenden voor zijn primaire taak. Dat kost geld en dat gaat ten koste van de crediteuren. Die financieren daarmee in feite het civielrechtelijk bestuursverbod. Daarmee plaatst de wetgever de curator voor een dilemma.’


Dat ziet ook Brunninkhuis. ‘Het bestuursverbod is mooi gereedschap om als curator te hebben, maar ik vraag me af of het in de praktijk iets oplevert. ‘Een huidige crediteur heeft niets aan een bestuursverbod.’ Hij acht het voorspelbaar dat curatoren bij de afwikkeling van een faillissement het bestuursverbod daarom ‘wegschikken’. ‘Dat levert direct geld op.’


Het ministerie van Justitie en Veiligheid stelt jaarlijks 3,7 miljoen euro beschikbaar voor curatoren die onderzoek doen naar onbehoorlijk bestuur. Curatoren kunnen alleen een beroep doen op die garantstellingsregeling wanneer er in de failliete boedel te weinig geld zit om dat onderzoek te financieren. Brunninkhuis pleit voor een ruimer budget. ‘Het kabinet moet niet alleen wetgeving maken, maar ook goede randvoorwaarden scheppen en dus de buidel trekken.’


Aangifteplicht

Van Nielen is eveneens kritisch op de aangifteplicht. Veel curatoren doen al aangifte als er mogelijke zwendel wordt aangetroffen, maar lange tijd deed het Openbaar Ministerie daar te weinig mee, zegt hij. De laatste tien jaar zijn er verschillende initiatieven genomen om het overleg tussen de instanties te verbeteren, zoals het fraudespreekuur dat Van Nielen mede heeft geïnitieerd. Naast het OM zijn daar onder andere de fiscus en de politie bij betrokken. Zij bieden de curator informatie en ondersteuning. Dat bevordert dat zaken daadwerkelijk worden opgepakt. Dat is effectiever dan wetgeving, maar werkt alleen als er voldoende financiering is.’


Turboliquidaties

De nieuwe regels bieden ‘over de gehele linie’ meer mogelijkheden om faillissementsfraude aan te pakken, zegt Brunninkhuis. ‘Het vervelende is dat de plegers van deze fraude dat ook weten.’ De advocaat ziet het aantal ‘turboliquidaties’, waarin een onderneming in hoog tempo wordt leeggemaakt en vervolgens ontbonden, toenemen. ‘Een beetje fraudeur weet dat hij het niet op een faillissement moet laten aankomen, omdat er dan een curator wordt aangesteld die met deze wet meer mogelijkheden heeft.’


Rutger van den Dikkenberg

Onduidelijkheid over omvang faillissementsfraude

Hoe groot de omvang van faillissementsfraude in Nederland is, is niet duidelijk. Uit onderzoek van het WODC in 2005 bleek dat er in de kwart van de faillissementen sprake is van fraude. In nog eens zo’n 20 procent gaat het om onbehoorlijk bestuur. Het rapport, alhoewel alweer dertien jaar oud, wordt nog veelvuldig aangehaald. Schattingen over de omvang van de schade door de fraude variëren van enkele honderden miljoenen euro’s tot meer dan een miljard euro, meldt het Openbaar Ministerie op zijn website. De fraude raakt leveranciers, werknemers, banken en – via de belastingen – ook de rijksoverheid. Zij kunnen door de fraude fluiten naar hun geld.