Inhaalrace voor Faillissementswet

EUROPA

Ruim 122 jaar, zo oud is de Nederlandse Faillissementswet al. Daarmee is het één van de oudste in haar soort van Europa. In een poging voortvarend op te treden liet het kabinet zich bij de herziening van het faillissementsrecht mede inspireren door de plannen die de Europese Commissie op 22 november 2016 presenteerde. ‘Goed functionerende systemen op het gebied van insolventie en herstructurering zijn van cruciaal belang om economische groei en het scheppen van banen te ondersteunen,’ schreef de Commissie over de door haar voorgestelde richtlijn. De richtlijn zou moeten helpen de verschillen tussen de herstructurerings- en insolventiekaders van de lidstaten te verkleinen. Op 4 juni van dit jaar bereikte de Europese Raad van Justitie en Binnenlandse Zaken, waar ook minister Dekker voor Rechtsbescherming aan deelnam, een gedeeltelijke overeenkomst over de richtlijn.


De Nederlandse Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement (WHOA), die onderdeel is van de vernieuwing van de faillissementswet, kent veel overeenkomsten met de richtlijn. Op deze manier sorteert Nederland alvast voor op de richtlijn. Het voorstel voor de WHOA moet overigens nog ingediend worden bij de Tweede Kamer.


De bedoeling van Europa met de richtlijn is om ‘bedrijven met financiële problemen in een vroeg stadium de mogelijkheid te bieden om te herstructureren en daarmee faillissement en ontslag van personeel te voorkomen,’ aldus Tsetska Tsacheva, de Bulgaarse voorzitter van de Raad. ‘Het zorgt er ook voor dat ondernemers na een faillissement een tweede kans krijgen om zaken te doen.’ Met de richtlijn zal een minderheid van de schuldeisers en aandeelhouders niet langer een reddingsplan kunnen blokkeren. En dat is ook precies wat de beoogde WHOA moet gaan doen.


Door dezelfde voortvarendheid sneed Nederland zich echter bij een andere kwestie in de vingers. Rechtbanken keurden namelijk een herstructureringsprocedure goed, die uit Engeland was overgewaaid, maar die in Nederland nog geen wettelijke basis heeft. Het gaat dan om de ­zogenoemde pre-packmethode, waarbij een rechter voorafgaand aan een faillissement een beoogd curator ­benoemt. Deze curator onderzoekt bij deze aanpak de mogelijkheden voor een doorstart en bereidt in ‘relatieve’ rust het faillissement voor. Ook kinderopvang-organisatie Estro maakte hier gebruik van. Bij de doorstart verloren echter duizend mensen hun baan. Maar volgens de richtlijn hebben werknemers gedurende de herstructureringsprocedure volledige arbeidsrechtelijke bescherming. De kwestie werd voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie. Dat oordeelde dat Nederland in strijd met de Europese richtlijn handelt. Een pre-pack zonder wettelijke basis, is in feite een overgang van een onderneming. Als gevolg hiervan moet de doorstartende onderneming alle arbeidscontracten overnemen, aldus het Hof.


Dekker zal een nieuwe regeling onderzoeken waarbij werknemers arbeidsrechtelijke bescherming krijgen bij herstructureringen. Momenteel ligt de wet met de pre-pack ter goedkeuring in de Eerste Kamer en kan wat Dekker betreft ook zonder zo’n regeling behandeld worden.


In Europa zitten ze ondertussen ook niet stil. De Raad hoopt later dit jaar een politiek akkoord over de richtlijn te hebben bereikt. Zal Nederland in de kopgroep blijven, of haalt Europa Nederland in en sluiten we straks toch gewoon achteraan aan bij de richtlijn?


Nicolette van den Hout