Na herijking is Faillissementswet nog steeds niet toekomstproof

De herijking van de Faillisse­mentswet draait op volle toeren. Eindelijk, verzucht de praktijk. Maar aan de ­herziening zitten nog heel wat ­haken en ogen en de ­wetgevingsoperatie is bovendien verre van compleet.

NIEUWS

‘Het belangenconflict tussen de belangrijkste partijen rondom een faillissement wordt niet aangepakt,’ zegt advocaat en curator Ton Tekstra. Volgens hem moeten de posities van deze partijen steviger afgebakend worden, zodat niet meer het recht van de sterkste geldt.

Met de herijking heeft de curator extra taken op zijn bordje gekregen. Zo zijn curatoren verplicht om uit te zoeken of er sprake is van faillissementsfraude en indien nodig hier aangifte van te doen.


Geen vergoeding

Maar een reële vergoeding krijgt de curator niet voor die extra taken. En dat is een doorn in het oog van Tekstra, maar ook van andere curatoren en advocaten. Ze willen best het algemeen belang dienen, maar dan moet de wetgever daar wel extra geld tegenover stellen, zo vinden zowel Willem van Nielen en Ruud Brunninkhuis, beiden advocaat en curator. Van Nielen is ook kritisch op de aangifteplicht. ‘Lange tijd deed het Openbaar Ministerie niets met zo’n aangifte.’ Inmiddels zijn er andere initiatieven genomen om daadwerkelijk tot actie over te gaan bij fraudemeldingen. ‘Dat is effectiever dan wetgeving, maar werkt alleen als er voldoende financiering is,’ aldus Van Nielen.


Reorganiseren

De vernieuwde Faillissementswet regelt dat er twee vastomlijnde reorganisatiemethoden bij een dreigend faillissement komen. De bestaande methodes werken nu niet goed. ‘Eindelijk komt er een goed doordachte procedure voor een dreigend faillissement,’ vindt advocaat Rob van den Sigtenhorst. Maar er is een keerzijde. ‘De integriteit van de procedure moet worden gewaarborgd,’ zegt Bob Wessels, emeritus hoogleraar insolventierecht, omdat beide methodes gebruikt kunnen worden om makkelijk van werknemers en schuldeisers af te komen.


Nicolette van den Hout