Grensontkennend
samenwerken

WATERSCHAP VALLEI EN VELUWE BENUT KANSEN VAN DE OMGEVINGSWET

De nieuwe Omgevingswet vraagt overheden niet langer te denken in normen en taken, maar in doelen en kwaliteit. Dat is niet de eerste natuur van een waterschap en daarom besloot Vallei en Veluwe tot een programma om het verandertraject binnen de organisatie optimaal te faciliteren. Waterschappen veranderen in adaptieve, kennisintensieve netwerkorganisaties.


Tekst: Marten Muskee | Beeld: Flip Franssen/HH

‘De Omgevingswet vraagt ons om straks op een andere manier als partner aan tafel te zitten met private en publieke initiatiefnemers,’ aldus Paul van Eijk, programmamanager bij het waterschap Vallei en Veluwe voor de implementatie van de Omgevingswet. Ook houdt hij zich bezig met de innovatiestrategie van het waterschap. ‘Dat betekent een transitie van toelatingsplanologie naar ontwikkelingsplanologie.’

Het waterschap Vallei en Veluwe en het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden namen met een aantal gemeenten het initiatief te onderzoeken hoe de Omgevingswet in gebiedsprocessen te benutten. De Erasmus Universiteit Rotterdam voerde daarvoor in opdracht een lerende evaluatie uit, vastgelegd in de handreiking Samenwerken aan integrale omgevingsvisies met water.


Lerende cultuur

Wij deden hieraan mee omdat de invoeringsstrategie van de Omgevingswet overheden vraagt te experimenteren en pilots op te starten, om een lerende cultuur in de werkomgeving te creëren. Dit waterschap heeft er bewust met het bestuur voor gekozen een vernieuwende strategie te hanteren bij de implementatie van de Omgevingswet. De focus is daarbij extern, we creëren ruimte om samen met andere partijen te leren met oog voor de maatschappij.’

Die handreiking vormde een eerste verkenning. Intussen wordt her en der al veel meer ervaring opgedaan. Van Eijk ziet dat de transitie naar duurzame watersystemen waar het waterschap al langer aan werkt, en het veranderprogramma in aanloop naar de Omgevingswet veel met elkaar gemeen hebben. De Omgevingswet versnelt als het ware het streven naar duurzame watersystemen.

Als het gaat om dijkversterking, stedelijke vernieuwing of om een initiatief van inwoners, zal het waterschap participatie moeten leren organiseren. De Omgevingswet biedt kansen om via netwerken samen te werken en de richting te bepalen aan de voorkant van werkprocessen. Dat vraagt om een andere opstelling van de organisatie. Vallei en Veluwe trok de stoute schoenen aan en werkt sinds een jaar aan de ‘Bovi’, de Blauwe omgevingsvisie. Doel daarvan is de taal van ruimtelijke economen van gemeenten en provincies te leren kennen, en om te onderzoeken hoe het waterschap de eigen beleidsdoelen kan verbinden aan de doelen van gemeenten, provincies en andere partijen.


Waterschap Vallei en Veluwe heeft met het project op de Grebbedijk in samenwerking met de bewoners goede ervaringen opgedaan.

‘Alleen met techniek kom je er niet’

Consistent verhaal

Van Eijk wijst op het belang van de interne doorwerking achter de Bovi.
Al meer dan vijftig ambtenaren denken samen na over de circulaire economie, klimaatadaptatie, energietransitie en een waardevolle leefomgeving. Allemaal thema’s die in de omgevingsvisies van de medeoverheden terugkomen. ‘Wij willen interdisciplinair leren nadenken op het ruimtelijk terrein. Dat levert een consistent verhaal op dat zijn doorwerking heeft in nieuwe waterprogramma’s. Onze netwerkende collega’s en accountmanagers voor de steden nemen die kennis mee in de dialogen met partners. Dat is pure winst. Wij noemen het van buiten naar binnen denken en grensontkennend samenwerken. Water kent geen grenzen, grenzen zijn van ons mensen en die kunnen heel beperkend werken.’

Overheden zijn op zoek naar creatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken zoals de klimaatadaptatie. De oplossing voor een probleem kan best wel eens in een ander gebied liggen. Als dat net buiten de beheergrenzen van het waterschap ligt, geeft het volgens Van Eijk geen pas om de handen ervan af te trekken. ‘De Omgevingswet biedt aan alle kanten kansen om de samenwerking op een gelijkwaardige manier te intensiveren met collega-overheden en andere organisaties. Stel daarbij altijd de opgave centraal. Ligt er een initiatief vanuit een wijk om regenwater af te koppelen? Faciliteer dat, want we willen minder regenwater in het riool. Dan ben je niet dwingend bezig maar responsief. Je kunt zo per opgave je eigen rol en verantwoordelijkheden bepalen. De ene keer worden we uitgenodigd, de andere keer nodigen wij mensen uit.’

Vallei en Veluwe startte een project op onder de noemer lerende cultuur, met daarin pilots geformuleerd rond participatie. Zo zijn met het project op de Grebbedijk in samenwerking met de bewoners goede ervaringen opgedaan. ‘Het is een nieuwe manier van werken die te maken heeft met de verbreding van het werkveld. Wij streven ernaar de inzichten van alle partners te verrijken en die inzichten uit te werken in projecten binnen het stroomgebied. Anderen medeverantwoordelijk maken voor jouw doelen en vice versa, dat is de kern van participatie.’


Andere oplossingen

Waterschappen zijn functionele democratische overheden, maar het van oudsher technisch aanvliegen van problemen voldoet niet langer aan de vraag van de partners. Het is complexer geworden en er worden andere oplossingen gevraagd. ‘Alleen met techniek kom je er niet. De Omgevingswet vraagt ons aan de voorkant van processen op een strategische manier de waterbelangen in ruimtelijke vraagstukken in te brengen. En ja, de transitie vraagt veel van de ambtelijke organisatie, daar gaat wel een generatie overheen.’

Van Eijk zit in de accreditatiecommissie van een hogeschool waar civiele technici en watermanagers worden opgeleid. Studenten worden tegenwoordig opgeleid in het zogeheten T-shape-model, specialisten die tegelijkertijd generalistisch en integraal kunnen werken. Die kunnen volgens Van Eijk straks meteen aan de slag bij waterschappen. Alle waterschappen hebben vacatures voor strategische regisseurs in brede zin.

‘We hebben onderzocht voor welke functiegroepen de impact van de Omgevingswet het grootst is. Voor die functies zijn nieuwe competenties nodig en daarvoor starten we nu deskundigheidsbevorderingstrajecten op. Naast technische kennis is behoefte aan sociaal handige netwerkers in het veld. Die hebben de intellectuele steun en ruimte nodig van het management om straks met de nodige vrijheid optimaal te opereren in het veld. Tegelijkertijd kijken we hoe het ambassadeurschap in huis voor de implementatie van de nieuwe wet te vergroten onder leidinggevenden.’


Netwerkorganisatie

De medewerkers moeten wel de tijd krijgen om nieuwe vaardigheden aan te leren, maar dat lukt prima. Vallei en Veluwe ontwikkelt zich tot een kennisintensieve en adaptieve netwerkorganisatie. De ambtenaren zitten middenin die transitie en worden stapje voor stapje meegenomen. Ze willen graag met de Bovi meedoen. ‘Er moet dan wel een intrinsieke nieuwsgierigheid zijn, die je moet aanwakkeren. Maak contact met de medewerkers, lok ze uit tot het stellen van vragen en creëer plekken waar je even buiten de lijntjes mag kleuren en waar je partners van buiten kunt ontmoeten.’

Het waterschap heeft in het pand een innovatieve kenniswerkplaats ingericht, Xplorelab. Dat is een ruimte om samen met andere partners zoals studenten of gemeenteambtenaren na te denken over bepaalde vraagstukken. Zo zijn drie studenten afgestudeerd op het vraagstuk hoe van het Apeldoorns Kanaal een klimaatkanaal te maken waarin meer en schoon water wordt vastgehouden. ‘Daar leert de organisatie van en zo kunnen we gelijk goede studenten scouten voor een eventuele loopbaan bij dit waterschap.’


Kennisinstellingen

Van Eijk adviseert om als overheid de verbinding met kennisinstellingen te zoeken. De waterschappen hebben afgesproken veel meer met de regionale kennisinstellingen de samenwerking aan te gaan. Vallei en Veluwe doet dat met de WUR en de Hogeschool Van Hall Larenstein. In een convenant is met laatstgenoemde vastgelegd, dat beide partijen samen werken aan voldoende en goed gekwalificeerd personeel op het gebied van regionaal duurzaam waterbeheer en bij kennisontwikkeling en -uitwisseling. ‘Die verbinding met kennisinstellingen waar nieuwe medewerkers worden opgeleid, is zeer belangrijk. Ik leid daar volgend jaar bij een leerprogramma rond de Omgevingswet studenten op die de waterschappen straks weer nodig hebben. Zo kun je invloed uitoefenen op het curriculum van studenten zodat ze passen bij de organisatie. Onze eigen mensen kunnen ook deelnemen aan dat leerprogramma.’

Van Eijk geeft aan niet alleen aandacht voor de young potentials te hebben, maar ook voor oudere medewerkers, de old potentials. Die weten heel goed wat er speelt en hebben een heel repertoire aan oplossingen die ze eerder bedacht hebben. ‘Koppel die ervaring aan de jongere medewerkers, wij doen dat onder meer via opgaven in het Xplorelab.’

Tot slot adviseert Van Eijk ook het nieuwe bestuur mee te nemen in de vraagstukken en transitie. Zo krijgen de nieuwe bestuurders bij Vallei en Veluwe na de verkiezingen een inwerkprogramma aangeboden rond de Omgevingswet.

‘Creëer plekken waar je buiten de lijntjes mag kleuren’