‘Vernieuwende
ambtenaren lopen
vaak tegen een
muur aan’

DIRECTEUREN VAN TOEN EN NU IN GESPREK

Van een naar binnen gekeerde subsidiemachine tot een ondernemende organisatie die de doelgroep vooropstelt. Dat is hoe het A+O fonds Gemeenten zich in een kwart eeuw heeft ontwikkeld, de vinger aan de pols van de tijdgeest. In gesprek met de directeur van toen en nu.

Tekst: Richard Sandee | Beeld: Henriëtte Guest

Waar zullen we de foto nemen voor bij het artikel? De vraag komt op in de lift van het Haagse kantoorpand waar het A+O fonds Gemeenten is gevestigd. ‘Op het dak, zou dat niet leuk zijn? AenO’ers zijn ondernemend en ondeugend,’ oppert directeur Karin Sleeking. Een medewerker die onderweg is ingestapt, ziet dit vanuit panoramisch perspectief wel zitten. Het past bij de blik naar buiten die het A+O fonds Gemeenten heeft. De keuze is gemaakt. ‘We gaan het dak op.’


Metersdikke dossiers

Ondernemend’ is misschien niet de meest toepasselijke omschrijving voor John Buissink. Hij stond in 1993 aan de wieg van de huidige stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Gemeenten. Hij praat bedachtzaam maar ook met de nodige zelfspot over hoe het er in ‘zijn’ jaren aan toeging. ‘We verdeelden subsidies, niet meer en niet minder. Dat deden we met een paar mensen, omringd door metersdikke dossiers die we onmogelijk allemaal konden bestuderen.’

Hoe besloot Buissink dan wie de felbegeerde stempel kreeg voor een bijdrage uit de subsidiepot? ‘Vaak nogal arbitrair. Wij wisten wel wat goed was voor gemeenten, een beetje met die houding. Volstrekt niet meer van deze tijd natuurlijk. Ongetwijfeld zijn er goede dingen gebeurd met dat geld, maar organisatorisch was het niet te verantwoorden.’ Dit staat haaks op het huidige motto van ‘vraaggestuurd’ werken, waarbij de vraag van de gemeente en haar medewerkers centraal staat.

Karin Sleeking

‘We zijn er nog niet (…) zo ingrijpend zijn de veranderingen’

Karin Sleeking (1967) werkt sinds september 2016 als directeur van het A+O fonds Gemeenten. Daarvoor was ze bijna tien jaar actief bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), onder andere als hoofd Ruimte en Wonen, programmamanager decentralisaties en hoofd sociaal domein. Ze begon haar carrière bij en voor de overheid na de studie bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam bij het toenmalig ministerie van Verkeer en Waterstaat. In 1995 maakte ze een overstap naar de provincie Utrecht, op het gebied van verkeer, vervoer, ruimte en infrastructuurprojecten. Via organisatieadviesbureau Twynstra Gudde maakte ze kennis met de gemeenten. Ze was integraal verantwoordelijk voor de realisatie van diverse woningbouw en infrastructuurprojecten. In 2007 stapte ze over naar de VNG.

Bedrijfsmatig en klantgericht

Het is duidelijk dat er in 25 jaar veel is veranderd, niet alleen bij het A+O fonds Gemeenten. Digitale dienstverlening en transparantie zijn vanzelfsprekend geworden; consumenten rekenen organisaties erop af. Overheden zijn bedrijfsmatiger gaan werken om burgers beter te bedienen. Wie aanklopt voor zorg, een uitkering, een vergunning, een paspoort of een andere vraag , heet tegenwoordig ‘klant’. Oplossingen worden op grote schaal ingekocht bij maatschappelijke organisaties en derden.

Die wisselwerking met de markt en het imiteren van de manier van werken, kreeg voor gemeenten extra betekenis door onder meer de decentralisaties en de Omgevingswet.


Nieuwe verhoudingen

Toch roept dit ook een vraag op die het A+O fonds Gemeenten misschien wel bij uitstek kan beantwoorden. Namelijk: zijn de huidige vraagstukken simpelweg het gevolg van bezuinigingen, of toch ook een organisatievraagstuk? ‘Veel is afhankelijk van hoe je de organisatie op de nieuwe verhoudingen inricht en de inzet van medewerkers,’ zegt Sleeking. ‘Het A+O fonds Gemeenten kan hierbij ondersteunen door inspiratie, communiceren van goede voorbeelden en stimuleren of versnellen van veranderingen’

Activiteiten genoeg op dit gebied. Waar het op neerkomt: vooral niet jezelf ingraven in dossiers en alleen besluiten produceren. Dat is iets van de vorige eeuw, hadden we al geconstateerd. Nee, de ambtenaar van nu heeft kennis en zoekt de juiste relaties in het netwerk van de gemeente en stelt de ‘klant’ centraal.

John Buissink

‘Wij wisten wel wat goed was voor gemeenten’

John Buissink (1951) werd de eerste medewerker van het A+O fonds Gemeenten toen het 25 jaar geleden in het leven werd geroepen. In dienst bij de werkgever, het College voor Arbeidszaken van de VNG, omdat het fonds daar toen nog onder viel. Pas jaren later werd de stichting opgericht en kwam iedereen daar in dienst. In het begin hield Buissink zich vooral bezig als ontwikkelaar van een subsidieregeling voor het stimuleren van opleidingen en het bevorderen van de intrede van doelgroepen op de gemeentelijke arbeidsmarkt. Het aantal aanvragen verdubbelde jaarlijks waardoor het bureau al snel moest worden uitgebreid. Geleidelijk aan werd de switch gemaakt naar het ontwikkelen van meetinstrumenten zoals de Personeelsmonitor en de Arbomonitor. Om nog meer feeling bij en begrip van gemeentelijke organisaties te krijgen, nam Buissink ieder jaar op detacheringsbasis een gemeentemedewerker aan. In 2005 verliet hij het fonds om een eigen bureau te beginnen. Tot voor kort was hij daarnaast, vanaf 2007, hoofdredacteur van het vakblad HR Overheid.

Gemeenten redden het inderdaad niet meer met het voorschrijven van regels en procedures, ze zijn veel meer een aanjagende en stimulerende kracht geworden,’ zegt Buissink. ‘En het moet allemaal laagdrempeliger. Daarvan zie ik goede voorbeelden, zoals een servicepunt in de bibliotheek van mijn gemeente Dalfsen, waar de gemeente heel benaderbaar is.’

Soms lijkt het erop alsof de kennis er wel is, maar dat alleen de uitvoering nog moet aansluiten. Het fonds heeft er tal van publicaties, bijeenkomsten en ja, zelfs stimuleringsbudget voor gereserveerd om de nieuwe manier van werken te ondersteunen. Niet alleen voor ondersteuning bij HR-vraagstukken maar ook gecombineerd met inhoudelijke ontwikkelingen in het sociaal en fysieke domein. Maar ook voor burgerzaken en de energietransitie. Sleeking: ‘Maar we zijn er nog niet. Hou maar rekening met een periode van tien tot twintig jaar, zo ingrijpend zijn de veranderingen.’


Cultuur verandert

‘Wat een belangrijk vraagstuk is,’ legt ze uit, ‘is bijvoorbeeld dat ambtenaren met vernieuwende initiatieven, tegen een al dan niet denkbeeldige muur aanlopen. En heel vaak is die muur een persoon. Een persoon die nog niet zo ver is. Iemand die zegt: Dat kan niet, want het past niet binnen de regels en de kaders. Zo doen wij dat niet.’

Deze cultuur is aan het veranderen. Nieuwe functies bij gemeenten, zoals organisatieadviseurs, dragen daaraan bij. Sleeking stelt dat de publieke sector juist mooie mogelijkheden biedt voor jongeren om te werken. ‘Je krijgt er ruimte, bent maatschappelijk betrokken. Tegelijkertijd overleggen met de politiek verantwoordelijken, de inwoners en je collega’s en dan samen resultaat bereiken. Dat maakt het werken bij de gemeente zo interessant. Vaak zie je het resultaat terug in de dagelijkse praktijk zoals een gebiedsontwikkeling, infrastructuur of zorgaanbod.

Toch hebben gemeenten moeite jongeren aan zich te binden. Het mooie beeld dat Sleeking schetst van werken bij de overheid, lijkt dan ook geen gemeengoed. Niet de overheid, maar vooral het bedrijfsleven wordt in staat geacht maatschappelijke problemen op te lossen, zo bleek onlangs nog uit de Trust Barometer van pr-bureau Edelman. Met andere woorden: de overheid heeft een imagoprobleem. Dat is knap lastig bij het werven van bijvoorbeeld ICT’ers, waaraan hoge nood is. Sleeking onderkent dat maar geeft aan dat samenwerking tussen gemeenten en andere overheden ook kan helpen om het werken als ICT’er bij de overheid interessant te maken voor jongeren. Daarnaast werken gemeenten ook samen zodat ICT’ers tegelijkertijd voor meerdere gemeenten kunnen werken.


Jongeren interesseren

Dan blijkt dat toch niet álles is veranderd in een kwart eeuw. ‘Dit was destijds precies zo,’ zegt Buissink. ‘Twintig jaar geleden werd de overheid ook al niet gezien als aantrekkelijke werkgever. Stonden we op beurzen om het imago te verbeteren met een hippe schutting vol graffiti om jongelui te interesseren voor werken bij de gemeente. Ook toen hadden we te maken met krapte op de arbeidsmarkt.’