Zo gemakkelijk
is het nog niet

classificeren en e-commerce: een moeilijke combinatie

Verplaats je eens (of misschien ben je het zelf ook wel) in de particulier die via internet een leuk artikel in een land buiten de Europese Unie koopt. Het pakketje (met daarin het artikel) komt vervolgens met een koerier of de post naar Nederland en wordt thuis afgeleverd. Eigenlijk is dan maar één ding belangrijk en dat is dat het zo snel en zo goedkoop mogelijk op de deurmat valt. De particulier heeft nog nooit van ‘invoerrecht’ gehoord en wil dat ook graag zo houden.

In sommige gevallen weet de leverancier dat ook en is deze soms bereid de omschrijving op de bescheiden (factuur) zodanig te kiezen dat indelen in een onderverdeling met een lager tarief aan invoerrechten mogelijk is. Of de omschrijving is onduidelijk en bevat vooral weinig zeggende referenties.


Voor de logistiek dienstverlener die aangifte moet doen voor het hiervoor genoemde pakketje, levert dit grote problemen op. Die wil graag een juiste aangifte doen, heeft geen enkel belang bij een zo laag mogelijk percentage invoerrecht en wil alles in het werk stellen om een juiste aangifte te doen. De informatie die hij daarvoor heeft is – vrijwel uitsluitend – digitale informatie in de vorm van een equivalent van een factuur.


Wat is wijsheid?

Hierna volgen we de dag van een declarant bij een logistiek dienstverlener die zich uitsluitend bezighoudt met e-commerce. Wat komt zoal op een dag bij hem voorbij?


Zodra de beschrijving indeling in verschillende posten mogelijk maakt, kan er een probleem ontstaan. Wat is in een dergelijke situatie wijsheid? De beste keuze is wellicht om een overzicht op te stellen waarin wordt aangegeven welke keuze in bepaalde gevallen moet worden gemaakt. Gelet op de controlestrategie van de Douane, zal worden gekozen voor de indeling die gepaard gaat met het hoge tarief. Dit is de enige manier om verrassingen achteraf te voorkomen.


Zodra de beschrijving indeling in verschillende posten mogelijk maakt, kan er een probleem ontstaan

Digitale fotocamera

Hoe eenvoudig kan het zijn; een digitale fotocamera en dat zonder geheugenkaart. Na enig onderzoek komt de declarant tot indeling onder GN-code 8528 8030. Het invoerrecht is nul, dus geen probleem.


Tot het moment waarop wordt vastgesteld dat deze camera toch echt wel meer dan 30 minuten film kan opnemen met een bepaalde resolutie. Dan moet worden ingedeeld onder een andere post omdat het geen fotocamera is maar videocamera. Dan geldt GN-code 8525 8091 en een percentage invoerrecht van 2,5%.


Als er geen duidelijkheid bestaat over de (on)mogelijkheden bij het maken van filmpjes, dan is wellicht de keuze om in te delen onder GN-code 8525 8091 – ofwel de hoogstbelaste – het meest verstandig. Je betaalt dan immers in ieder geval niet te weinig invoerrecht en de Douane wordt dan dus niet geschaad. Anderzijds hoeft dat niet altijd juist te zijn en kan ook hier weer discussie over optreden.


Huishoudelijke artikelen; rubber of kunststof?
Dan weer een andere zending, namelijk allerlei producten voor het gebruik in de huishouding. Ze lijken te zijn gemaakt van rubber, zodat je tot indeling in GN-code 4416 9997 komt met een invoerrecht van 2,5%. Maar dat is niet juist, als ze gemaakt zijn van kunststof, want dan vindt indeling plaats onder GN-code 3926 9097 waarvoor een percentage invoerrecht geldt van 6,5%. Maar wat is precies het verschil tussen kunststof en rubber? En wat als een deel van rubber is gemaakt en een ander deel van kunststof, of juist nog een andere stof. Het zal duidelijk zijn, deze indeling doe je niet even in 5 minuten.

Lampen

Het volgende vraagstuk is weer van geheel andere aard. Een lamp, maar niet helemaal duidelijk is wat voor een soort lamp het betreft. Het lijkt op een gloeilamp, maar het is wel duidelijk dat het geen traditionele gloeilamp is. Die zijn immers ook verboden. Is het nu een LED-lamp of een halogeenlamp? De beschrijving op de invoice helpt je ook niet verder, daar staat alleen de vermelding lamp en de diverse kleuren.


Maar is het wel echt een probleem want is een lamp voor de indeling niet gewoon een lamp? Nee, hoor, er zijn meerdere mogelijkheden. Zo wordt een luminescentiediodelamp (LED-lamp) ingedeeld onder GN-code 8539 5000 en belast met 3,7% invoerrecht. Een halogeenlamp daarentegen wordt ingedeeld onder GN-code 8539 2198. Daarvoor geldt een percentage invoerrecht van 2,7%. Dit betekent dus dat als je een moderne lamp koopt (LED), daarvoor het hoogste percentage invoerrecht van toepassing is. Dat leidt mogelijk tot een situatie dat LED-lampen op de factuur niet als LED-lampen worden aangeduid maar gewoon als lamp.


Classificatie bij e-commercezendingen is een flinke uitdaging

Kleding en schoeisel
Natuurlijk ontbreken duizenden zendingen met kleding niet. Naast elektronica en speelgoed, wordt immers ook veel kleding via e-commerce verhandeld. Voor wat betreft het invoerrecht is dat niet bij voorbaat heel erg interessant. In vrijwel alle gevallen worden producten van hoofdstuk 61 en 62 belast met 12% invoerrecht. Er zijn slechts enkele uitzonderingen, zoals truien, pullovers, bepaalde babykleding, badkleding of handschoenen. Ook voor BH’s geldt een lager tarief, namelijk 6,5%. Maar wat is nu een los topje van een bikini dat wordt nageleverd? Is het een BH of andere kleding? Wellicht lijkt dat eenvoudig, maar als je dat goed wil vaststellen, dan blijkt nog flink wat speur- en zoekwerk nodig te zijn om de juiste criteria vast te stellen.


Anders dan bij textiel zijn er voor schoeisel wel veel verschillende invoerrechten. Bij indeling in hoofdstuk 64 zien we grote verschillen, variërend van 3,5 tot 17% en alles wat er tussenin zit. En om dat te bepalen, is van belang of het bovendeel – bijvoorbeeld – van leder, kunstleder, kunststof of rubber is gemaakt, maar ook van welk materiaal de buitenzool is gemaakt.


Speelgoed of toch niet?
Tenslotte – de dag is bijna ten einde – de laatste pakketjes met speelgoed. Althans dat is wat de opdrachtgever heeft aangegeven waarbij hij ook heeft aangegeven dat het in hoofdstuk 95 moet worden ingedeeld. Waarom zou de opdrachtgever dat nu wel zo specifiek aangeven? Bij een zoektocht in het tarief blijkt inderdaad dat allerlei producten in twee codes kunnen worden ingedeeld. Zo moet een pet worden ingedeeld in hoofdstuk 65, maar niet als de pet het karakter van speelgoed heeft, zoals bijvoorbeeld een carnavalsartikel. Of glaswerk dat, bij nader inzien niet moet worden ingedeeld in hoofdstuk 70, maar omdat het bij een poppenkeukentje hoort, moet worden ingedeeld in hoofdstuk 95. Zo zijn er nog legio voorbeelden te noemen. De vraag blijft wel wanneer iets speelgoed is of niet.


Actueel zijn natuurlijk de drones. In de meeste gevallen best wel professionele luchtvaartuigen. Dergelijke toestellen worden ingedeeld onder GN-code 8802 1100. Daarvoor geldt een percentage invoerrecht van 7,5%. Voor een speelgoed drone daarentegen geldt een percentage invoerrecht van 4,7%. Het onderscheid tussen een speelgoeddrone en een meer professionele drone is vaak moeilijk te maken. Speelgoed wordt namelijk “steeds professioneler”. Een moeilijke klus derhalve. Uiteraard kun je aansluiting zoeken bij de drones die genoemd zijn in uitvoeringsverordening (EU) 2017/285 van 15 februari 2017. Echter, er zullen veel drones zijn die niet zo geavanceerd zijn en minder hard vliegen, maar zijn dat dan per definitie speelgoeddrones?


En binnen hoofdstuk 95 is er dan ook nog wel wat te doen. Neem de indeling van poppen. Poppen waarmee kinderen gewoon spelen, ofwel nabootsingen van de mens, die moeten worden ingedeeld onder GN-code 9503 0021, terwijl andere poppen zoals Teletubbies – ze worden nog steeds verkocht – belast worden met 0%.

Afronding van de dag
Hoewel de werkdag teneinde is, stapelen de zendingen die nog moeten worden geclassificeerd zich letterlijk op. Voor haast alle pakketjes waar de declarant aan begonnen was met het vaststellen van de goederencode, zijn vragen uitgestuurd om de precieze details vast te stellen zodat de goederencode kan worden bepaald. Niet dat er bij veel producten een verschil in invoerrecht is, integendeel, maar omdat je graag de juiste goederencode wil vermelden. Voor de meeste producten zal al helemaal geen verschil van invoerrecht mogelijk zijn, omdat de waarde onder de grens van EUR 150 is, zodat het invoerrecht wordt vrijgesteld, ongeacht of het 5% of 50% is.


Met veel kennis over de classificatie eindigen we de dag om vooral in te zien dat classificatie bij e-commercezendingen een flinke uitdaging is, die per saldo weinig oplevert.


Bram van Breukelen

Adviseur

Na 30 jaar lang bij de Nederlandse Douane werkzaam te zijn geweest, is Bram in 2008 als adviseur bij Customs Knowledge in dienst getreden. In zijn rol als adviseur adviseert en procedeert hij voor cliënten op het gebied van douanerecht. De specialisatie van Bram ligt op het gebied van classificatie, douanewaarde en herkomst & oorsprong.