Douane en
Trade Compliance

Special 2018

E-commerce: de douanetechnische aspecten en risico’s

Steeds vaker bestellen consumenten en bedrijven goederen door middel van e-commerce. Iedereen kent AliExpress, Alibaba of Amazon. E-commerce is de laatste jaren enorm gegroeid. Ook binnen de douanepraktijk is e-commerce een belangrijk thema. Wat zijn eigenlijk de kenmerken van e-commerce? Misschien nog wel belangrijker: wat zijn douanetechnisch relevante risico’s en mogelijkheden van e-commerce?

Begrip e-commerce

Het begrip e-commerce wordt door iedereen veel gebruikt. Volgens de Douane wordt onder e-commerce verstaan: “alle transacties die langs elektronische weg door tussenkomst van een computernetwerk, bijvoorbeeld het internet, tot stand komen en die fysieke goederenstromen tot gevolg hebben die aan douaneformaliteiten onderworpen zijn”. Deze definitie is vrij breed. Dit betekent dat een groot aantal transacties onder e-commerce vallen.


De definitie die de Douane hanteert, is niet precies hetzelfde als de definitie van de Wereld Douane Organisatie. Volgens de Wereld Douane Organisatie moet bij e-commerce sprake zijn van een online bestelling (verkoop, communicatie en betaling) van fysieke (tastbare) goederen, die leiden tot grensoverschrijdende transacties en zendingen die bestemd zijn voor de consument of koper (zowel commercieel als niet-commercieel). De definities bereiken beide hetzelfde: grensoverschrijdende transacties die online zijn overeengekomen, vallen onder e-commerce.


Verschil totstandkoming transactie in traditionele handel en e-commerce

Om de douanetechnische verschillen te begrijpen, is het zinvol om eerst te kijken naar de soort en omvang van de transactie bij enerzijds de traditionele handel en anderzijds

e-commerce. In de traditionele handel bestelt een bedrijf bijvoorbeeld 1.000 beeldschermen. Deze 1.000 beeldschermen worden in één container vervoerd en in het vrije verkeer gebracht, of ze worden onder een schorsingsregeling geplaatst. De vervoerder heeft in veel gevallen een vaste relatie met zijn opdrachtgever. Voor de beeldschermen zal waarschijnlijk – vaak door een douane-expediteur – één aangifte worden gedaan voor alle 1.000 beeldschermen. De soort goederen, hoeveelheid en de waarde van de goederen kunnen worden afgeleid van de factuur en ook de informatie op de (air)way bill of bill of lading zijn relevant.


Bij e-commerce gaat dit anders. De bestellingen via e-commerce worden eenvoudig online geplaatst. De aankoop van de goederen is niet meer dan een klik op een website. Door middel van de aankoop worden zowel de prijs en de algemene voorwaarden overeengekomen. In plaats van een getekende overeenkomst zoals die nog vaak een rol speelt bij de traditionele handel, ontvangt de koper bij e-commerce een orderbevestiging en/of factuur per e-mail. Bij e-commerce worden alle formaliteiten online afgewikkeld. Ook heeft de koper geen daadwerkelijk contact met de leverancier, in tegenstelling tot de traditionele handel.


Bij e-commerce is er vaak geen sprake van één grote afnemer, maar – terug naar het voorbeeld – bestellen 1.000 verschillende consumenten één beeldscherm. Bestellingen worden daarbij vaak niet bij de daadwerkelijke producent geplaatst, maar bij verschillende (tussen)leveranciers. De 1.000 beeldschermen worden ook niet in één container vervoerd, maar steeds tezamen met andere goederen door meerdere vervoerders en logistiek dienstverleners verscheept. Goederen worden daarbij veelvuldig geconsolideerd in het land van verzending. Uiteindelijk verzorgen dus verschillende douane-expediteurs de vele aangiften voor de kleinere partijen, veelal particulieren.


Een belangrijk kenmerk van e-commerce is dat leveringssnelheid en leveringsbetrouwbaarheid van groot belang zijn. De afnemer verwacht dat een pakketje snel en volgens bestelling wordt geleverd. Veel goederen worden direct in het vrije verkeer gebracht en niet onder een schorsingsregeling geplaatst.


Het sluiten van het contract vindt plaats door het simpele klikken op de knop ‘I agree’

Beschikbare informatie en documentatie

Een belangrijk verschil tussen de traditionele handel en e-commerce is ook de beschikbaarheid van documentatie en informatie bij de invoer van goederen. Bij de traditionele handel is de documentatie voornamelijk op papier beschikbaar. Voorbeelden van aanwezige documentatie zijn facturen, bill of lading of airway bill en oorsprongsbescheiden. Bij e-commerce zijn de hiervoor genoemde documenten veelal niet beschikbaar. De documenten, althans het equivalent ervan, bestaan voornamelijk uit digitale berichten, zoals xml-berichten. Van de gehele goederenstroom (van order tot aflevering) is weliswaar veel informatie aanwezig, maar de traditionele factuur en andere traditionele documenten zijn vaak niet beschikbaar.

Opvallend is overigens dat het platform waarbinnen de aankoop plaatsvindt, over heel veel accurate informatie beschikt. Deze informatie is echter in de meeste gevallen niet beschikbaar, in ieder geval niet alle informatie, voor de logistiek dienstverlener. Door de hoge leveringssnelheid en betrouwbaarheid is daarnaast veel accurate informatie beschikbaar over het vervoer, zoals track & trace informatie.

Het valt ons ook op dat de diverse partijen die betrokken zijn bij de douaneformaliteiten van e-commerce goederen, elkaar niet altijd goed begrijpen als het neerkomt op het verstrekken van informatie en documentatie. Zo zien we dat de Douane vaak blijft vragen naar contracten en betalingsbewijzen, terwijl het sluiten van en de vastlegging van het contract in veel gevallen slechts wordt gevormd door het simpele klikken op de knop ‘I agree’. Een betalingsbewijs kan vaak niet worden geleverd, anders dan een afschrift van de rekening van de creditcard, iDEAL of andere betalingsfaciliteiten. Daar beschikt de douane-expediteur uiteraard vaak niet over. Omgekeerd begrijpt het bedrijfsleven niet altijd de verzoeken van de Douane en de verplichtingen die op haar rusten. In dit kader lijkt het ons goed dat veel meer aandacht wordt besteed aan wederzijds begrip en het maken van goede afspraken om de beschikbare informatie te delen. Het behoeft weinig toelichting dat juist de webplatforms hierbij een belangrijke rol spelen. De Douane zou juist bij deze partijen ook veel waardevolle informatie kunnen weghalen.


Leveringscondities

In de internationale handel worden vaak standaard leveringscondities tussen de koper en verkoper overeengekomen. Aan de hand van de leveringscondities worden de rechten en plichten van de koper en verkoper vastgelegd. Er zijn verschillende leveringscondities die kunnen worden overeengekomen.


E-commerce goederen worden meestal met toepassing van DDP of DAP geleverd. DDP staat voor Delivered Duty Paid. Bij een DDP-levering draagt de verkoper alle kosten en het risico om de goederen naar de plaats van bestemming te brengen. De verkoper vervult alle douaneformaliteiten en betaalt ook de rechten bij in- en uitvoer. DAP staat voor Delivered at Place. Bij DAP-leveringen levert de verkoper de goederen naar de overeengekomen plaats van bestemming. De verkoper draagt het risico. De koper vervult dus de douaneformaliteiten en betaalt de invoerrechten, althans hij is er voor verantwoordelijk. In de meeste gevallen besteedt hij dit uit aan de logistiek dienstverlener.


Bij DDP-leveringen is extra aandacht nodig voor de bepaling van de douanewaarde. De aangegeven prijs op de orderbevestiging is niet geheel als transactiewaarde over te nemen. We komen later in dit artikel terug op de problematiek met betrekking tot de bepaling van de douanewaarde. Eerst gaan we in op de oorsprong en classificatie.

Preferentiële oorsprong

In bepaalde gevallen kan gebruik worden gemaakt van een verlaagd tarief bij invoer van de goederen. Dat is het geval als de goederen komen uit een land waarmee de EU een handelsovereenkomst heeft gesloten. Ook is het mogelijk voor de invoer vanuit bepaalde minder ontwikkelde landen. De importeur moet dan wel door middel van een oorsprongsbescheid de preferentiële oorsprong aantonen. De leverancier vraagt het oorsprongsbescheid aan bij de bevoegde autoriteit van het land van oorsprong van de goederen. De leverancier overlegt vervolgens het oorsprongsbescheid aan de importeur overleggen. De importeur kan dan door middel van het overleggen van het oorsprongsbescheid de preferentiële oorsprong aantonen. Dit komt veel voor in de traditionele handel.


Bij e-commerce zien we dat haast nooit een preferentieel ofwel verlaagd tarief wordt geclaimd. Dat kan meestal ook niet, want er is meestal helemaal geen contact tussen de daadwerkelijke producent of leverancier en de afnemer. Alle (digitale) correspondentie gaat via de website of het platform waarop de goederen zijn gekocht. Het is dan ook uitzonderlijk dat een oorsprongsbescheid kan worden overgelegd dat daadwerkelijk voor die ene zending van toepassing is.


Een andere oorzaak waarom preferentiële oorsprong haast nooit wordt geclaimd, heeft te maken met het feit dat de goederen uit China komen. Voor de invoer van goederen met oorsprong China is simpelweg – ook bij traditionele handel – geen preferentieel tarief van toepassing.

Een echte ‘toverformule’ om eenvoudig van verkoopprijs tot douanewaarde te komen is er nog niet

Classificatie

Weer terug naar het voorbeeld. In de traditionele situatie wordt één aangifte gedaan voor 1.000 goederen. Voor e-commerce goederen wordt vaak een douaneaangifte gedaan voor 1 tot 5 regels met elke keer 1 product per regel. Het classificatierisico is daarbij veel groter dan bij de traditionele handel. Dat heeft in de eerste plaats er mee te maken dat een douane-expediteur bij de invoer van 1.000 beeldschermen uiteraard meer tijd zal kunnen besteden aan de classificatie, dan bij 1.000 aangiften van elk één beeldscherm. Anders dan bij traditionele handel, zal de douane-expediteur veelal ook geen vaste relatie hebben met de importeur en de leverancier. Dat zijn er immers vele duizenden per week.

Het classificatierisico heeft ook te maken met de beschikbare informatie en documentatie. De expediteur beschikt veelal niet over een uitgebreide factuur tussen de koper en verkoper. Ook is er geen koop-verkoopovereenkomst beschikbaar. Het indelen van het product moet dan ook vaak plaatsvinden kan aan de hand van minder uitgebreide documentatie. Als de onderliggende documentatie onvolledig is, kan de douane-expediteur ook minder eenvoudig een controle uitvoeren of de aangegeven goederencode juist is doorgegeven.

Het vorenstaande negatieve scenario voor wat betreft de beschikbaarheid van de documentatie is echter niet het enige scenario. Er zijn ons ook voorbeelden bekend waarbij de douane-expediteur juist wél veel informatie heeft. Als hij bijvoorbeeld een URL heeft van het product op het platform, dan is veelal uitgebreide informatie beschikbaar over de productdetails inclusief één of meerdere foto’s. Beide situaties zijn dus mogelijk.

Voor een uitgebreidere toelichting over de classificatieproblematiek bij e-commerce verwijzen wij naar het artikel “classificeren en e-commerce”, geschreven door Bram van Breukelen.

Douanewaarde bij voorraadverplaatsing

Naast de problemen bij de vaststelling van de classificatie, speelt uiteraard ook de douanewaarde een belangrijke rol. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds daadwerkelijke koop-verkoop transacties en anderzijds voorraadverplaatsing. Er is sprake van een voorraadverplaatsing als goederen alvast naar de EU worden vervoerd voordat de goederen zijn verkocht. De goederen worden dan (tijdelijk) in de EU opgeslagen in een distributiecentrum en dit komt de leveringssnelheid ten goede. Als een Europese afnemer een bestelling plaatst op de website, dan wordt dit bestelde product vanaf het Europese distributiecentrum geleverd aan de Europese afnemer.


In de situatie van een voorraadverplaatsing zijn de goederen nog niet verkocht op het moment dat de goederen de Europese Unie worden binnengebracht. Voor de bepaling van de douanewaarde kan dit problemen opleveren. Als er een transactie heeft plaatsgevonden vóór het binnenbrengen van de goederen, kan voor de bepaling van de douanewaarde onder bepaalde voorwaarden worden aangesloten bij die transactiewaarde. In de meeste gevallen van een voorraadverplaatsing heeft er echter nog geen transactie plaatsgevonden. De transactiewaarde van de goederen kan dan niet als basis dienen voor de bepaling van de douanewaarde. In dat geval moet de douanewaarde met gebruikmaking van een andere methode worden vastgesteld. In de praktijk blijkt meestal de methode redelijke middelen methode te worden toegepast. De verkoopprijs die wordt gehanteerd op het online platform vormt dan vaak het uitgangspunt voor de berekening van de douanewaarde. Die verkoopprijs is echter uiteraard niet de daadwerkelijke douanewaarde. Hier zitten immers nog diverse elementen in verwerkt die in mindering kunnen worden genomen. Een echte ‘toverformule’ om eenvoudig van verkoopprijs tot douanewaarde te komen is er echter nog niet.

Het zijn vooral de webplatforms die een centrale rol spelen bij de totstandkoming en uitvoering van de transactie en die beschikken over een schat aan waardevolle informatie

Douanewaarde bij B2C & B2B

In tegenstelling tot de situatie bij de voorraadverplaatsing, vinden bij B2C (business-to-consumer) en B2B (business-to-business) leveringen wel transacties plaats. Voor de bepaling van de douanewaarde bij B2C en B2B leveringen zijn een aantal andere aandachtpunten van belang.

Verbondenheid

Een van de vereisten om de transactiewaardemethode toe te kunnen passen is dat er geen sprake mag zijn van verbondenheid tussen koper en verkoper die prijsbeïnvloeding tot gevolg heeft gehad. Bij e-commerce zal dit echter haast nooit het geval zijn en dus weinig discussie opleveren. Interne transacties (transacties tussen verbonden partijen) zullen in de praktijk immers niet via een online e-commerce platform worden overeengekomen.

Royalties en licentierechten

Ook royalties en licentierechten spelen niet snel een rol bij e-commerce. Royalties en licentierechten die moeten worden bijgeteld, worden immers vaak door de importeur apart betaald en zijn dan niet in de prijs inbegrepen die wordt betaald aan de leverancier. Zulke situaties komen echter bij e-commerce, zover ons bekend, niet voor. Bij e-commerce is het risico van het ten onrechte achterwege laten van de bijtelling royalties of licentierechten naar ons idee dus minimaal.

Leveringsconditie

Zoals eerder in dit artikel beschreven, worden veel e-commerce goederen DDP of DAP geleverd. Als de verkoper DDP-levert, zal de verkoper voldoen moeten aan alle douaneformaliteiten. Omdat de logistiek dienstverlener vaak zowel het vervoer als de douaneformaliteiten verricht, zijn de transportkosten en kosten van verzekering vaak direct inzichtelijk.

Bij DDP-leveringen verzorgt de logistiek dienstverlener vaak de aangifte (of laat deze door een derde verzorgen). In de overeengekomen prijs zijn de transport-, verzekeringskosten, btw en invoerrechten dan al inbegrepen. Dit zijn echter allemaal elementen die, onder voorwaarden, voor de bepaling van de douanewaarde in mindering mogen worden gebracht. Om de juiste douanewaarde vast te stellen, is documentatie met duidelijk onderscheid tussen de overeengekomen prijs met daarin de transport, verzekeringskosten, btw en invoerrechten dan ook belangrijk.

conclusie

Er zijn veel verschillen tussen e-commerce en de traditionele handel. Bij e-commerce worden de goederen eenvoudig en snel besteld via een website. De beschikbare documentatie bij e-commerce is anders dan bij de traditionele handel. Doordat bij e-commerce de bekende bescheiden ontbreken, zal het vaststellen van de goederencode en de douanewaarde op een andere manier moeten plaatsvinden. Onze ervaring is echter dat nog niet alle partijen – noch de Douane, noch het bedrijfsleven – hier volledig op zijn aangepast en ingericht. Zo is veel informatie fragmentarisch beschikbaar en beschikt de douane-expediteur vaak niet over alle relevante informatie. Het zijn vooral de webplatforms die een centrale rol spelen bij de totstandkoming en uitvoering van de transactie en die beschikken over een schat aan waardevolle informatie.

Samantha Zwart - Speelman

Adviseur en jurist

Samantha is adviseur en jurist. Ze houdt zich onder meer bezig met auditing in het kader van AEO, adviseert grote ondernemingen op het gebied van de supply chain en monitoring en begeleidt verbeteringstrajecten van de GPA.


Wikje van der Zee

Nadat Wikje eerder als stagiair bij Customs Knowledge werkzaam was, is ze na afronding van haar studie Fiscaal Recht aan de Rijksuniversiteit Groningen als junior jurist actief. Voor het afronden van haar master schreef ze een scriptie met als titel “Het vertrouwensbeginsel in het douanerecht” en heeft ze de opleiding Expert Douanezaken afgerond. Wikje ondersteunt kantoorgenoten van Customs Knowledge in diverse juridische werkzaamheden. Ze zorgt ook voor de inhoud van het Customs Compliance Platform, voornamelijk de jurisprudentie.