overtreding van de douanewetgeving

Strafbaar feit of bestuurlijke boete?

Als u bij de uitvoering van uw werkzaamheden de douane wetgeving overtreedt dan kunt u worden geconfronteerd met een bestuurlijke boete of een sanctie zoals de fiscale strafbeschikking. In de praktijk zien we dat de inspecteur de bestuurlijke boete steeds vaker als sanctie-instrument inzet en daarbij zeer hoge bedragen niet schuwt. Hoe werkt dat nu precies en hoe verhoudt zich dit tot de politieke ontwikkelingen op dit gebied?

Strafrecht in het douanerecht

De meeste overtredingen van de Europese douanewetgeving worden beheerst door het strafrecht. Dat is bij de accijnswetgeving anders, waarbij veel mogelijkheden voor een bestuurlijke boete bestaan.


Dat verschil is belangrijk, want een bestuurlijke boete levert u geen strafblad op, maar overtreding en handhaving van een strafbaar feit wel. Zo wordt een onjuiste aangifte ten invoer strafbaar gesteld in artikel 10:5 van de Algemene Douanewet (“ADW”). De rechtsnorm (de norm die is geschonden) staat in artikel 162 van het Douanewetboek van de Unie (“DWU”). Daarin is namelijk geregeld welke gegevens de aangifte moet bevatten. De meeste overtredingen op douanegebied kennen een vergelijkbare constructie.


In de sanctiebepaling – zoals die van 10:5 ADW – staat vervolgens welke straf kan worden opgelegd voor het plegen van het betreffende strafbare feit. Om bij het voorbeeld te blijven: het doen van een onjuiste aangifte wordt “gestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie”. Dit terwijl het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte wordt “gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven rechten.”ekst


Een bestuurlijke boete levert u geen strafblad op, maar overtreding en handhaving van een strafbaar feit wel

Hoogte van de sancties

De categorieën waarnaar wordt verwezen, staan opgenomen in het algemene ofwel commune strafrecht. In artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht zijn deze categorieën bepaald. Zo bedraagt een boete van de derde categorie EUR 8.300, terwijl de vijfde categorie EUR 83.000 bedraagt. Deze bedragen worden periodiek aangepast.

Dit zijn overigens de maximumbedragen die kunnen worden opgelegd. Er kan alleen van worden afgeweken als dit in de bijzondere wetgeving, zoals de ADW, hiervan is bepaald. En dat is ook het geval, want in diverse bepalingen staat dat een bedrag aan boete kan worden opgelegd van een bepaalde categorie of “ten hoogste het ontdoken bedrag aan belastingen indien dat meer zou blijken te zijn.”


Als de Douane een sanctie oplegt – bijvoorbeeld in de vorm van een fiscale strafbeschikking – dan worden echter haast nooit deze maximumbedragen opgelegd. In veel gevallen wordt het bedrag gematigd. Hiervoor is de Boete-Fraude-Coördinator (“BFC”) van de Douane verantwoordelijk. Daarbij is de BFC in beginsel gebonden aan het onderdeel “strafbepalingen” van het Handboek Douane, dec.nr. 36.00.00. Dit is een openbaar document dat kwalificeert als pseudo-wetgeving zodat u zich daar op kunt beroepen.


In onderdeel 2.14.3 van dit onderdeel van het handboek staan de percentages die worden opgelegd bij het bepalen van de sanctie. Die sanctie wordt u medegedeeld via een fiscale strafbeschikking. Zo wordt bij overtredingen in beginsel 10% van het ontdoken bedrag als straf opgelegd met een minimum van EUR 250, bij grove schuld en opzet is dit respectievelijk 25% en 50% van het ontdoken bedrag met een minimum van EUR 500.


Boeterecht versus strafrecht

In het douanerecht kennen we naast de sancties op strafbare feiten ook bestuurlijke boetes. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 9 van de Algemene Douanewet. Het gaat dan bijvoorbeeld om het niet voldoen aan formaliteiten, een vermis in een entrepot of het niet voldoen aan de voorwaarden voor een vergunning.


Overigens moet de inspecteur op basis van het zogenoemde ‘una-via-beginsel’ bij een onregelmatigheid die zowel een bestuurlijke als strafrechtelijke sanctie kan opleveren kiezen tussen een bestuurlijke of strafrechtelijke sanctie. Als hij éénmaal een bepaalde weg heeft ingeslagen (bijvoorbeeld het strafrecht), dan kan hij niet zomaar toch de andere route kiezen (dus in dat geval het opleggen van een bestuurlijke boete).


In onze adviespraktijk zien we de inspecteur steeds vaker grijpen naar de bestuurlijke boete als sanctie-instrument. Dat geldt niet alleen voor het communautaire douanerecht maar ook in relatie tot de accijnswetgeving.


Waarom de inspecteur dit doet is niet precies bekend. Er zijn enkele redenen.

  • Ten eerste is het bedrag dat kan worden opgelegd bij een bestuurlijke boete ingeval van eenvoudige overtredingen vaak iets hoger dan de strafrechtelijke sanctie.
  • Bovendien gelden voor de bestuurlijke boetes niet de maximale grenzen (categorieën) van artikel 23 Wetboek van Strafrecht, waardoor de bestuurlijke boete aanzienlijk hoger uit kan vallen.
  • Een andere reden zou kunnen zijn dat het strafrecht meer rechten voor een verdachte heeft ingebouwd, dan de rechten die een belanghebbende heeft in het bestuursrecht. Als verdachte wordt u bijvoorbeeld voorafgaand aan het vaststellen van de sanctie verhoord en mag u een verklaring afleggen, bij een verzuimboete geldt deze verplichting niet.
  • Bovendien zijn de doorlooptijden in bestuursrecht, die wij evengoed als lang ervaren, gemiddeld korter dan in het strafrecht.
  • Een laatste en misschien wel belangrijkste reden kan zijn dat de inspecteur het gehele traject van het opleggen van de boete, het bezwaar, het beroep en het hoger beroep zelf in de hand heeft en zichzelf kan vertegenwoordigen. In het strafrecht is de Douane, als verzet tegen een fiscale strafbeschikking wordt ingesteld, afhankelijk van het Openbaar Ministerie die de zaak vanaf dat moment overneemt.


In onze adviespraktijk zien we de inspecteur steeds vaker grijpen naar de bestuurlijke boete als sanctie-instrument

Verhouding politieke ontwikkelingen

Op 21 mei 2018 publiceerde het online vakblad Mr. een interessant artikel met de titel “Grapperhaus zet mes in bestuurlijke boetes”. Een belangrijke reden hiervoor zou volgens dat artikel zijn dat strafrechters zijn gehouden aan een maximum, maar bestuurlijke boetes veel hoger kunnen uitvallen. Minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus vindt het niet uit te leggen dat een strafrechter soms gehouden is aan een aanzienlijk lager strafmaximum dan het bestuursorgaan dat binnen het bestuursrecht voor dezelfde overtreding een bestuurlijke boete oplegt.


Dit komt precies overeen met wat wij zien bij onze klanten in de adviespraktijk. Zoals ik al eerder aangaf wordt bij de bestuurlijke boetes niet verwezen naar de categorieën zoals opgenomen in het commune strafrecht. Dit is in principe ook logisch aangezien het twee verschillende rechtsgebieden betreft, maar het gevolg is dat de bestuurlijke boetes aanzienlijk hoger kunnen uitpakken voor eenzelfde overtreding.


Grapperhaus wil nu wettelijk vastleggen dat de bestuurlijke boetes ook de boetecategorieën uit het strafrecht volgen. Hierdoor zouden de boetes gelijk of op zijn minst vergelijkbaar zijn, ongeacht vanuit welk rechtsgebied ze worden opgelegd.

Conclusie

In tegenstelling tot de politieke wind, lijkt de inspecteur steeds vaker de bestuurlijke boete als sanctie-instrument te gebruiken, met aanzienlijk hogere boetes tot gevolg. Op termijn zouden de wetsvoorstellen die minister Grapperhaus heeft aangekondigd ertoe moeten leiden dat in ieder geval de hoogte van de boete opgelegd vanuit het bestuursrecht of vanuit het strafrecht gelijk of vergelijkbaar moeten zijn.


Ongeacht of dit voorstel van de Minister wel of niet wordt uitgevoerd, is het altijd goed om kritisch te kijken naar de boete die aan u wordt opgelegd. Ook al is de inspecteur niet gebonden aan de boetecategorieën van het strafrecht, dat geeft de inspecteur geen vrijbrief om disproportionele boetes op te leggen.

Dianne Beurskens - Weijers

Onafhankelijk consultant

Dianne is als onafhankelijk consultant verbonden aan Customs Knowledge. Dianne heeft Logistiek en Technische Vervoerskunde gestudeerd aan de voormalige Verkeersacademie (NHTV). Daarna heeft zij Fiscale Advocatuur (fiscaal- en strafrecht) gestudeerd aan de Universiteit Leiden. Na 19 jaar werkzaam te zijn geweest bij de Douane heeft zij besloten om haar expertise en ervaring toe te passen binnen de advieswereld.